dinsdag 31 augustus 2010

De Wandelaar

Als ik binnen kom is er niemand. Achter in het cafe staan nog de resten van een ontbijt. Voor minstens vier personen. Vliegen verraden dat het al even geleden is dat de deelnemers er aan zijn vertrokken. Ik laat me niet af schrikken. De wandeling was zwaar, de koffie lijkt nabij. En ik hoor geluiden.

De binnenplaats is enigszins overwoekerd, al kan ik de tegels nog zien. Op de bar staan de ongespoelde glazen van de vorige avond (of zou het al langer geleden zijn?). Een enkele nog half gevuld met verschraald bier. Een stoel ligt om. Het ruikt bedompt, maar er is ook aan de voorkant een terras. Dus ik laat me niet ontmoedigen. Ik heb er net 10 kilometer door de Voerstreek op zitten en het cafe heet tenslotte "de Wandelaar".
- "Volluk!"
Thuis in mijn dorp is deze kreet meestal goed voor een reactie, en ik zwijg verwachtingsvol.
- Niets.

Ik loop voorzichtig achter de bar en kijk om een hoekje in een ruimte waar ik de waard vermoed. Een TV staat aan op een Franse zender. Boven het geluid uit hoor ik gesnurk. Een bruine buik beweegt zwoegend. Het moet laat zijn geworden gisteren. En hij moest vanmorgen voor de gasten weer vroeg op natuurlijk. Een hard werkende ondernemer.

Begripvol sluip ik weg.

maandag 30 augustus 2010

Zwarte reactie

Elke dag ga ik er kijken:
naar het zwart met blauw gedicht.
Diepte, ruimte, duister,
het prachtig hemels licht.

Ik ruik er de Vogezen,
een rots verbergt de tijd.
Het pad leidt naar het einde,
zwart en zonder spijt.

Ik zie er bomen, stenen, webben,
ik zie ravijnen vol met kans.
De schilder vindt het matig
Ik doe een regendans.

Het gaat niet om het plaatje,
want dat stelt niet veel voor
ik kom er graag en hevig,
het voelt mijn eigen spoor.

zaterdag 28 augustus 2010

Ramadan

Het is tien uur. Mijn Marokkaanse collega staat bij de koffiepaal en heeft voor alle collega's suikerzoet snoepwerk meegebracht. Gefrituurd en wel. Marokkaans eten voor na de zonsondergang. Gretig gaat e.e.a. van de hand. Zelf neemt hij niets. Want het is Ramadan.

Ik heb met hem te doen. Hij is zonder twijfel de aardigste man op deze planeet. Altijd bereid te helpen. Genuanceerd en wars van elk extremisme. Hij voert gesprekken met Marokkaanse jongeren, die dreigen te vervallen tot extremiteiten. Hij bemiddelt tussen scholen en ouders als de werelden van beiden te ver uit elkaar liggen. De meisjes die (niet) mee mogen naar het schoolkamp in groep acht, denken met dankbaarheid aan hem.

Het is ramadan. Hij eet niet. Hij drinkt niet. Omdat Allah dat niet wil. Ik weet dat hij dat doet voor iets of iemand die niet bestaat. Het is mijn ergste nachtmerrie geworden de achterliggende jaren: "Waarom lopen zoveel mensen toch weg met iets dat niet bestaat?" God, Allah, machteloze figuren, die hun volgers de meest vreselijke dingen aan doen.

De afgelopen week heb ik Andre Comte-Sponville gelezen. Kunnen we het zonder God stellen? En André geeft mijn persoonlijke standpunt weer: Ik heb het geloof verloren en het is al een bevrijding: alles werd eenvoudiger, minder zwaar, minder gesloten, sterker! (...) Ik heb het gevoel dat ik beter leef sinds ik atheïst ben. Wat een vrijheid, wat een verantwoordelijkheid. Wat een uitgelatenheid! Weg met de angst voor de dood, de dreiging van de hel, opgenomen in het hier en nu! Leef omdat het mag. Leef tot de dood, want verder is er niets!

Andre Comte-Sponville heeft het over spiritualiteit. "Spiritualiteit is te essentieel om het aan de fundamentalisten prijs te geven". Of: "Zonder het humanisme zijn we aan de goden over geleverd", hoor ik op de radio. Misschien. Maar spiritualiteit heeft net zo goed een fundamentalistische geur! Ik heb er een vanzelfsprekende weerzin tegen.

Mijn collega leeft nog in de religieuze wereld. En hij is zo aardig. Wat zou ik hem het hier en nu gunnen! Weten dat God noch Allah bestaat! Wat een zegen!

maandag 23 augustus 2010

Nij Beets

Op de hoek van zijn erf staat onder een boom een boer op zijn zeis geleund. Hier wordt nog in stilte met de zeis gemaaid. Hier kunnen boeren dat nog.
Aan de overkant van het kanaal staan twee mannen met een camera en een buitenmaat langharige teckel op een stok. Ze wachten op een voorbijganger. Om het te kunnen vragen:
- Kende U haar?
- Wie was ze?
- Wat deed ze?
- Heeft u nooit gezien dat ze zwanger was?
Maar er komt niemand voorbij. Iedereen weet beter. De boer blijft in de schaduw.

Er zijn vier kinderen dood. De buitenwereld denkt er over na.
De politie vraagt zich af wie de vader is.
Een psycholoog vraagt zich af of het meisje niet condooms had kunnen kopen.
Het journaille ziet nieuws en bedenkt originele vragen. Bemoeien zich er mee. Want er moet nieuws komen, nieuw nieuws.
Sommige vragen worden niet gesteld.

  • De ouders weten van niets?!
    Of: vader weet er meer van en moeder houdt haar mond?
  • Stinkt dat niet vier koffers op zolder met lijkjes?
    Of waren ze vacuüm verpakt?
  • Als de tandarts wist dat ze zwanger was, heeft ze dan ook zwangerschapsverlof gehad?
  • En natuurlijk: Waar heeft ze al die koffers gekocht? Ik ken Nij Beets.
    Er is geen kofferwinkel.

Nij Beets is ontwricht. Ramptoeristen trekken langs het kanaal en over 'de Prikwei'. Kinderknuffels worden als uitingen van onmachtige liefdesbetuigingen neergelegd. Ze irriteren. Alsof mensen hun affectie niet in hun omgeving en bij bekenden kwijt kunnen of durven.

De overgrootvader van Sietske was de bakker van mijn grootmoeder, waar ik ieder jaar logeerde, de hele zomer lang. Het moorden komt dichterbij.
Mijn ooms staan onder een boom.

zaterdag 21 augustus 2010

Digitale leegte (2)

Of is het misschien toch deze?

De lucht bepaalt mijn kijkfestijn,
de horizon vliegt laag.
Ik had van Ruysdael willen zijn,
mijn moeder was te traag.

De lucht bepaalt mijn ogenblik
de wolken zijn geluk.
Ik had toch schilder moeten zijn,
de taal maakt het té stuk.

vrijdag 20 augustus 2010

Digitale leegte

Vooruitgang is verbetering. Ik behoor niet zo tot de sentimentelen, die vroeger alles beter vonden. En er is veel 'vooruitgang' geweest de afgelopen 50 jaar. Ik herinner me nog de trots van mijn vader toen hij zijn eerste 'luchtbandenwagen' kocht, ter vervanging van de kar met houten wielen en een hoepel. Ik heb nog mijn afstudeerscriptie 25 keer helemaal over moeten typen, ipv op die op de computer te verbeteren. Een kopieerapparaat is een nieuwerwetsigheid, waarin ik elke dag de vooruitgang nog zie belichaamd. De stencilmachine is een nostalgisch maar afschrikwekkend apparaat voor bij het visserslatijn in de koffiepauze.

Ook de digitale camera is vast zo'n vooruitgang. Zoveel foto's nemen als je wilt, ze later verwijderen, als het toch tegen valt. Bekijken op een computerscherm. Mijn vriend die ieder jaar in november ons een avond uitnodigde om 'de dia's te kekijken' is gedegradeerd een zielige fotofetisjist.

En toch mis ik het: het rolletje, de gang naar de fotograaf, de spanning of ze gelukt zijn. De zoektocht naar de mooiste van het jaar.

De trots op een geslaagde compositie.


dinsdag 17 augustus 2010

Koeienluxe en koeienknuffelmuur

Als boerenzoon heb ik iets met koeien. Koeien zijn in mijn geest eigenlijk de enige echte beesten. Hartverwarmend, aanhankelijk, nieuwsgierig, dommig, en natuurlijk dieren. Mijn vader hield van zijn koeien. Hij kende ze allemaal bij naam. Hij had ze, toen hij met twee koeien voor zich zelf begon, de naam van mijn moeder gegeven: Anna 1 en Anna 2. Twee zussen. Hoe ver kan liefde gaan!

We waren lid van 'Het Friesche stamboek". En daarom kwamen er regelmatig mensen bij ons over de vloer, om de nieuw geboren kalveren te 'schetsen'. Wat er op neer kwam dat de zwarte vlekken nauwkeurig werden nagetekend. Zodat ze herkenbaar waren. Nergens voor nodig duis, die gele oorflappen. En daar was mijn vader dan ook op tegen.

Natuurlijk waren de koeien ook het productiekapitaal, het inkomen. En het was vee. Netjes behandelen, maar geen menselijke trekjes. Geen partij voor de dieren. We hadden ook een kalf in de vriezer.

Koeien hebben zomers veel last van vliegen, die onvermoeibaar op de warme koe en de nattigheid af komen. Onophoudelijk moet de koe de lastige zoemers met zijn staart als vliegenmepper, verjagen. Soms, heel soms kan hij zijn rug even tegen een boomstam schaven, of z'n kop in het water steken.

Een oplettende Belgische boer heeft dit ook allemaal beleefd en gezien. Al wandelend door België zag ik hem meteen: 'De schuurpaal'. Of ook: 'Koeienschraper', misschien: 'Koeienknuffelmuur'. Met zij - en bovenbezem. Niet te hoog dan kunnen de kalveren er ook bij.

Ik was er stil van. Dit is hartverwarmend. Wat een boerenliefde!