Posts tonen met het label Tao. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tao. Alle posts tonen

dinsdag 1 januari 2013

Zonder al teveel tegenslag door 2013?

Wie durft de crisis het hoofd te bieden?

Epictetus (50-130) beweerde dat de mensen geen last hadden van de omstandigheden, maar van hun eigen gedachten over die omstandigheden. Een gedachtenoefening.

Het leek me een aardig thema voor een nieuwjaarswens,
en een uitdaging voor een ieder die dit leest.



woensdag 30 maart 2011

Vissen

Ik heb vroeger gevist. Samen met mijn broer. In de vakantie. We verveelden ons.
- "Ga toch vissen", zei mijn moeder dan, en dan gingen we. Verderop in de weg was een bruggetje. Net voorbij dat bruggetje kon je langs het talud naar beneden lopen en aan de vaart gaan zitten. Er zat verder nooit iemand. Het was een saaie plaats. Op een saaie dag. Maar het regende niet. Want als het regende gingen we niet.

Vissen was armoe. Geen vakantie. Verveling. Een tak uit een wilg, een stuk touw, een kromme spijker. Zo ving je nooit wat. Later werd dat beter. Hoewel we arm waren thuis, kregen we gemakkelijk een nieuwe hengel. Eerst van een wilgenstok, later een echte bamboe. En een vissnoer met een dobber. Als we die zelf gingen halen tenminste, bij de klompenmaker in Terwispel.
-"Dan heb je wat te doen", zei mijn moeder. En zo was het.

Vissen doe je met maden. Ergens op of rond de boerderij was altijd wel een dooie vogel. Als je die onder een omgekeerde teil legt (achter in de schuur), dan zitten er al snel maden in. Die kun je in een potje doen. Dat vist gemakkelijker dan brood, dat je met water aan elkaar moet zien te rollen in een korrel, en aan je haakje moet pielen. Het valt al uit elkaar als je je hengeltje uit werpt. Maar je hebt niets in de gaten, want je moet niet meteen weer ophalen. En zo zit je aan het water doelloos te staren naar je dobber zonder aas aan het haakje.

We vingen stekelbaarjes, hele kleine. Heel soms een 'witvis'. Ik weet nog niet hoe die in werkeljkheid heetten. Alle gevangen vissen gingen mee naar huis. In een emmer. Met een bot mes zaagden we de kop er af en haalden we de ingewanden er uit. Achter op de gierkolk.
- "Zo leer je wat over vissen", zei mijn vader. En hij had gelijk.

Mijn moeder maakte ze klaar. Met vooral veel liefde. Heel soms was het niet alleen maar knapperig, maar zat er ook nog ergens een heel klein stukje vlees tussen de graten en de stekels.
-"Want de stekels kun je ook eten", zeiden mijn ouders. En dat deden we. Dat was dan rijkdom. Vis eten. Tijdens de vakantie.

Ik heb nu een collega, die vist. Hij vist met vliegen. Of vanuit een vliegtuig. Want hij heeft het over vliegvissen. Hij noemt het "de ultieme zenbeleving". Ik gun het hem. Ik heb met hem te doen. Ik kan inmiddels op vakantie.

dinsdag 1 juni 2010

Geluksbeleving (2)

Trouwe lezers van mijn blog hebben natuurlijk met verbijstering mijn laatste bericht gezien. Geluksbeleving? Amehoela! Alle vorige blogs gingen ook over geluksbeleving! Of het nu het ritje door de zon, de aardappeleetster in Portugal of een verdreven ergernis op maandagmorgen is.

Emotie is ook al zoiets raars. Ik ben een emotioneel mens, ja beslist! Maar dan vooral een strovuurtjesemotionalist. "Himmelhochjauchzend oder zum tode betrübt". Want om nou te zeggen dat ik erg lijd onder al die emoties, of dat ik er levenslang gelukkig van word, dat nou ook weer niet. Ik geniet van de beleving. Ik kan huilen en daar enorm van genieten. Maar dat geen diepgaande emotie willen noemen. Er blijft weinig van over. Ook geen maagzweer dus.

Hoe beleven mensen hun emoties eigenlijk? Sommige mensen zijn binnenvetters. Beleven zij intenser dan ik? Als ik wat roep, "met opgestoken zeilen", zijn zij dan dieper beledigd? Of (be)leven zij helemaal niet?

Misschien weer eens iets voor een onderzoek.

maandag 31 mei 2010

Geluksbeleving

Ik ben een emotioneel mens. Dat is heerlijk en lastig tegelijk. Lastig soms in je werk of in de omgang met anderen, die het 'communiceren met gebolde zeilen' niet altijd kunnen begrijpen en waarderen, en betrokkenheid al snel uitleggen als ruzie of een vorm van persoonlijke aanval.

Maar het is vooral heerlijk. Leef en beleef! Je hoeft er niet veel voor te doen. Je omgeving laten binnen komen is eigenlijk alles. Bij mijn lievelingsbezigheid, het ronddolen in Plato op de klassieke afdeling, of bij een boekenzaak, stuitte ik op een CD uit de serie Romantic Piano Concerto (deel 17) , de pianoconcerten van Mendelssohn. Thuisgekomen kon ik in de tuin zitten met de koptelefoon, en het boek van Rüdiger Safranski over Nietsche. Nietsches droom was om te kunnen filosoferen alsof hij muziek componeerde. Nietsche ervoer de muziek als vervoering. 'Zodra de muziek stopt komt de walging terug'. Ach, ik kon me er weinig bij voorstellen.

En toen is het gebeurd! Plotseling begon ik volkomen te shaken. De muziek gespeeld door Stephen Hough en het symphonieorkest van Birmingham, drong in al mijn porieën. Het bracht een oneindig geluksgevoel teweeg. Iets dat Maslow waarschijnlijk als piekervaring zou hebben geduid. Een oneindig onbewustzijn van het eigen zelf, alleen die muziek.

Toen het stuk afgelopen was, borrelde mijn ratio weer op. Kwam dit nu van dit stuk, van de uitvoering, van de combinatie met de tekst over Nietsche? Of nog van iets anders? Als experiment draaide ik twee andere versies van hetzelfde stuk, die ik ook heb: die van Lang Lang, door mij zeer bewonderd, en die van Elisabeth Leonskaja. Beide prachtig! Maar geen van beide leverde het gevoel op van eerder die dag. Dus terug gekeerd naar de eerste versie. In de veronderstelling dat het eenmalig en onduidbaar was. Maar zie, het was er weer! Kippenvel, nu ook zonder Nietsche!

Ik kan het verschil tussen de drie opnamen niet horen, maar mijn onderbewuste wel!

donderdag 25 maart 2010

Dood zijn

Als de kano om slaat probeer ik weer boven te komen. Maar ik kan het boven niet vinden. Paniek overvalt me, heel kort. Ik wil naar boven, maar daar is een steen. Ik zit vast! Dit is het einde. Meteen is er een enorme kalmte. Dit is het dus, ik ga dood. Een eindeloze vrede omsluit mij. Ik ben dood. Dan kom ik, als vanzelf, boven. Ik zie schreeuwende mensen in paniek. Maar ik ben er nog, niets aan de hand.

Elke keer als er iemand is overleden, of is vermoord, vraag ik me af hoe het is om dood te zijn. Of beter of iemand zich ooit af vraagt hoe het is om dood te zijn. De achterblijvers zijn zó verdrietig, dat geen enkel woord hen troost kan bieden, zo lijkt het.

Toch helpt het mij om me voor te stellen dat ik dood ben. Dat ik niets meer weet, dat het nooit meer terug komt, dat ik niet meer verlang, dat het goed is zo. De dode heeft geen verdriet, geen pijn, geen spijt, geen geknakte toekomst. Zelfs niet al was hij maar een kind. De dode zelf is klaar. De pijn is weg. Het ultieme geluk is bereikt.

De pijn zit bij de achterblijvers. Zij missen iemand. Zij denken aan de geknakte toekomst, zij huilen om de gemiste contacten, hun eigen gemiste contacten.

"Het leven gaat door" is het onontkoombare cliché, het cliché dat de levenden niet kunnen omzeilen. In dat doorgaande leven is iedere situatie in zichzelf even goed als de vorige. Iedere situatie heeft zijn eigen leven en zijn eigen dynamiek. In de ene tijd met de dode, in de andere tijd zonder de dode. Slechts het in de ene tijd nadenken en beleven van de andere tijd levert stress of verdriet op. stress over de toekomst, verdriet over het verleden.

Het uitspreken van deze gedachten blijkt nog erger dan dood gaan. Anderen wensen je dan bijna dood. Hoe kun je zoiets zeggen. Maar ik kan er niets aan doen. De gedachten komen vanzelf. En bij iedere dode helpen ze mij.

Het is tenslotte nogal aanmatigend de dode z'n dood kwalijk te nemen, als oorzaak van mijn verdriet.

donderdag 20 augustus 2009

Prakkiseren, dichten, filosoferen

Drs. P. is 90 geworden. Dat is een gelegenheid waar (na de Griekse veerboot) best nog een blog aan besteed mag worden. Trouwens, hij daagt daartoe zelf uit: tijd nemen om ergens bij stil te staan. In zijn naar buiten treden bij de feestelijke gelegenheid, brak hij een lans voor het een daarmee verwant woord: 'Prakkiseren'. En terecht!

Prakkiseren, daar is iets mee. Er zijn meer woorden die ook zoiets betekenen:
- Piekeren
- Peinzen
- Denken
- Reflecteren

Er zijn allerlei kleine verschillen tussen deze woorden. Je kunt prakkiseren over een sudoku. Als het leven geen zin heeft kun je net zo goed eens en sudoku oplossen. Je kunt ook over een sudoku piekeren. Als je daar over piekert, moet je er zeker over prakkiseren ermee op te houden.

Peinzen is wat passief. Het is de vraag of het ooit iets op zal leveren. Prakkiseren is meer constructief. Ontspannen en toch doelgericht. Je kunt prakkiseren over de oplossing van iets. Dan komt er vast iets van terecht. Piekeren is een beetje tobberig. En wat klein.
Denken is erg gewoontjes, niet uitdagend. En dus, als je die woorden vergelijkt, dan heeft prakkiseren nog het meest van het meer moderne, om niet te zeggen 'hypende' reflecteren.

In de vakantie vond ik eindelijk waarom dat reflecteren zo hyped. In zijn onvolprezen boek: "Apprendre á vivre', om de een of andere bizarre commerciële reden in het Nederlands vertaald als "Beginnen met filosofie', beschrijft de Franse filosoof en voormalig minister Luc Ferry de weg van de oudheid tot het reflecteren. Van Socrates tot 'verruimd denken'.

Verruimd denken blijkt een vorm van nadenken over het heden te zijn, waar je je volledig op richt. Een manier om je leven zin te geven. De Tao in een westers jasje. Post-Nietscheaanse zingeving. In de boekhandel heet dat nu weer 'mindfulness'. En zo val je van het één in het ander.

Iets om eens over te prakkiseren.

vrijdag 13 februari 2009

De eerste dag

Ik ga dus bloggen. Je ziet maar weer wat er van komt als je je met de jeugd af geeft. Mijzelf kennende zal het wel een weekje of zo duren en dan slaat het dood. Of gaat dit eindelijk de dodelijke columns opleveren waar de wereld al jaren niet op zit te wachten? Ik weet het niet.
En zo hoort het ook. Ik ben immers een fervent aanhanger van de Tao en het werk van Lao Ze.
De verste reis begint met de eerste stap. Iedere dag komt er weer een nieuw cliché tot leven.
Niets heeft een doel. Ook bloggen niet.