Posts tonen met het label nieuw woord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuw woord. Alle posts tonen

vrijdag 3 juni 2011

Bejaardenstress

Hemelvaartsdag. Voor mij als zelfbenoemde heiden, een dag om te omarmen met mixed feelings. Iedere vrije dag is welkom, wat de reden ook is. Maar erg principieel klinkt dat niet. Ik zou toch eigenlijk op de barricaden moeten klimmen om het bestaan van God te bestrijden, en hemelvaartsdag af te schaffen als logische 'collateral damage'.  Toch één van de mooiste begrippen die er bestaat. Onontkoombare nevenschade?
Of is dat op de barricaden klimmen een overblijfsel van mijn zendingsgenen? Brrrr. Dan maar geen godsbestrijding met als bijkomend voordeel een vrije dag. Ik ga dus fietsen. Tussen Dalfsen en Ommen is een nieuw fietspad. Mooi weer om dat eens te verkennen.

Aangekomen in Ommen bij 'Jip' hoor ik enkele bejaarden aan een neventafel klagen over de drukte. Ik denk er het mijne van en laat het zo. De rosé smaakt prima. Langs dezelfde weg terug. Niet erg mijn ding, maar langs een nieuw pad, wil ik wel van mijn principes afwijken. Het was toch een 'non-principiële dag'.
Aangekomen op het terras bij de Klomp in Vilsteren laat ik mij opnieuw de rosé smaken.
Op het parkeerterrein hoor ik een groepje bejaarden klagen over de drukte. "Een keer is toeval, twee keer is opvallend, drie keer een patroon". Ik wil nog enkele bij mij borrelende gedachten over de bejaarden uitstorten, maar weet mij in te houden. Bejaarden moet je niet tarten, daar komen er steeds meer van. Sterker nog, ik kom er aan!
Door de prachtige dreven langs Mooi-rivier eindigen we op een laatste terras. Naast ons twee grijze duizen. Het duurt maar even, dan klaagt zij:
- "Wat is het druk vandaag".
Hij bromt.

Het mooie weer, de lekkere Rose, het fraaie uitzicht, niets schijnt hen te kunnen raken. Het is druk vandaag.
Wij bejaarden zijn gewend op onze electrische fietsen helemaal alleen zonder anderen het landschap te bezitten. Anders zeuren wij jullie wel van het terras af. Want zeuren is ons sterke punt. Oplossingen bedenken niet, zoals thuis blijven bijvoorbeeld.

"Was dan thuis gebleven", zeg ik ... bijna.
Maar ik doe het niet.

donderdag 23 december 2010

Friesepaardenpink

Op het immense podium van de schouwburg staat alleen een vleugel. De koliezen zijn van hout en saai en eenvormig. De zaal van de Spiegel in Zwolle is slechts half vol. In mijn beleving zijn er nog minder mensen dan er plaatsen op de reserveringspagina van het theater waren uitgegeven. De meeste mensen zijn bangschijters. Lijdend onder hun vrees voor gladheid. Ik voel me ontheemd in de te grote lege ruimte.

Als Anna binnen komt ziet ze er breekbaar, verlegen en onwennig uit. Een lange, rood met antracieten avondjurk is passend. Blote schouders. Haar hooggehakte schoenen in bijpassend antraciet. Net zo oud als mijn dochter is ze. Mijn dochter, die ook ooit pianoles had. Maar geen ouders die beiden concertpianist waren.

Dan gaat ze zitten en sluit de omgeving buiten. Als ze begint te spelen blijft het ontheemde gevoel nog heel even bestaan. Dan komt de piano steeds dichter bij en vergeet ik waar ik ben. In volle concentratie speelt ze alsof haar leven ervan af hangt. Soms onderbreekt ze haar recital om welwillend een applaus in ontvangst te nemen. Maar ze laat het nooit lang duren. Het liefst gaat ze zo snel mogelijk terug naar de veilige pianokruk.

Als ik naar haar handen kijk blijkt ze een razend tempo aan te houden. Maar het mooiste is haar pink, die veel weg heeft van een Fries paard. Steeds als hij even niet aan de beurt is springt hij spontaan in een vierkante ruststand, waarbij het middelste kootje de andere beide stukjes lijkt mee te trekken. Even later neemt het kleinood weer ongegeneerd deel aan het virtuoze vingerballet.

Eén toegift en dan is ze weg. Als ik m'n jas op haal staat ze al in de garderobe CD's te verkopen in een zwart buitenjack met bontkraag. Het podium moet koud zijn geweest.

Anna Feodorova. Onnavolgbaar. En vanaf nu het meisje met de Friesepaardenpink.

maandag 6 december 2010

Vergeetboek

In het weekend werd ik tot twee keer toe geconfronteerd met de dood. De eerste keer was toen ik in een opwelling het boek "Koning van de kist" van Pieter Jouke en Michiel Peereboom kocht van boekenbonnen, die ik nog had van een klant, die zo z'n waardering uitsprak voor mijn werk. Altijd prettig als je die van je baas niet krijgt. Het boek heeft als ondertitel 'een humoristische voorbereiding op het onvermijdelijke', een oproep, die ik goed kan gebruiken en bovendien altijd tot mijn repertoire heeft gehoord. Zwarte humor dicht bij de werkelijkheid. Grappen maken over de dood als hij niet al te dichtbij is. Want zodra dat het geval is, bij jezelf of iemand in de omgeving, vergaat je het lachen al weer snel om de één of andere reden.

De tweede keer was toen ik het laatste hoofdstuk las van het 'Vergeetboek' van Douwe Draaisma. Douwe is nog een jaargenoot van mij. Dat is een volstrekt onbelangrijk en irrelevant detail, maar op de één of andere manier straalt zijn roem daarmee weer op mij af. Ook al is hij mij waarschijnlijk al lang vergeten, aangenomen dat hij mij al ooit heeft gekend of herrinnerd. Want hoe kun je iets vergeten, wat je nooit hebt geweten of gekend?
Douwe schrijft over de periode zomer 1793 en zomer 1794, een periode waarin in Frankrijk 1370 mensen werden geëxecuteerd. Vlak voor de onthoofding mochten zij een afscheidsbrief schrijven aan hun dierbaren, een brief die daarna door de revolutionaire raad gelezen en gescreend op informatie, waarmee weer anderen konden worden onthoofd; en daarna opgeslagen in het gevangenisarchief. De brieven zijn dus nooit bij de dierbaren aangekomen. Het lezen van deze brieven moet een vreemde gewaarwording zijn. Het lezen van de citaten in het boek van Douwe is dat al.

In het hoofdstuk wordt ook een verbinding gemaakt met Marcel Proust, iemand die me onmiddelijk doet denken aan Gerrit Krol. Omdat ik op de middelbare school wel eens gedichten schreef, die mijn leraar Nederlands deden denken aan de Gerrit Krol, de Nederlandse Marcel Proust, vooral omdat het proza van Proust en Krol volgens diezelfde leraar volkomen onbegrijpeljk was, hetgeen weer weinig goeds beloofde voor het oordeel over mijn puberpoezie.
Ik verwar Gerrit Krol overigens steeds met Sybren Polet, die ik trouwens niet ken en waarvan ik nooit iets heb gelezen, maar die blijkbaar in hetzelfde namenlaadje in mijn geheugen zit als Krol. Dat namenlaadje is in mijn herinnering weer een uitvinding van taalpsycholoog Noam Chomsky, maar als je dat nazoekt blijkt daar weer niets van te kloppen.

Proust kwam ik trouwens het weekend ook tegen in het boek van Joke Hermsen, 'Stil de tijd', dat al een tijdje op mijn (niet Sinterklaasgerelateerde) verlanglijstje stond, en dat ik in dezelfde opwelling meenam als het dodenboek, van de andere helft van de boekenbonnen. 'A la recherche du temps perdu, een boek waarin voor het eerste de chronologie van het verhaal wordt verlaten, al kan ik dat natuurlijk niet controleren. Ik snap echter nu wel mijn Nederlandse leraar.

En al mijmerend kom je dan weer terug bij Douwe Draaisma en zijn prachtige boek, geschreven als professor in een vak, de geschiedenis van de psychologie, waar ik destijds een enorme hekel aan had omdat het zo saai was, en dat ik alleen maar heb gehaald doordat op de dag voor het tentamen plotseling alle vragen circuleerden, iets waar volgens mij na afloop nog wel onderzoek naar is gedaan, maar of ik dat tentamen later nog een keer heb moeten over doen, dat weet ik niet meer.

Misschien deed Douwe wel aan hetzelfde tentamen mee. En had hij het wel geleerd.
Ik kan niet in zijn schaduw staan.

zondag 6 september 2009

The reader: Mooier dan mooi

Soms kom je iets tegen, waardoor je eigen geblog tot een druppeltje in de oceaan wordt terug gebracht. Tot gepruts in de marge. Tot onbeduidend gewammel. Ik ben naar "The reader" geweest. De Voorlezer in het Nederlands. Woorden schieten tekort om de brille van dit verhaal en van het scenario te duiden.

Wat film en verhaal (en daarmee het boek van de Duitse schrijver Berhard Schlink, dat ik niet heb gelezen) zo briljant maakt is de rijkheid aan thema's. En de speelsheid en terloopsheid waarmee ze an de orde worden gesteld. Terwijl het gewicht ervan, als je ze benoemt, je bijna de nek breekt.

Liefde tussen een jongen van 14 en een oudere vrouw.
Behoefte aan hartstocht zonder liefde.
Hechting en verlaten worden.
Rechtvaardigheid en rechtspraak.
Gerechtigheid en schaamte.
Analfabetisme.
De tweede wereldoorlog.
De inschatting van deelname aan de SS als jeugdige.
Het recht op wraak.
De zelfingenomenheid van de overlevende verdrukte.
Vaders en dochters.

Het zijn maar enkele van de vele thema's.

Ik blog er deemoedig het zwijgen toe.