Posts tonen met het label Filosofie?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filosofie?. Alle posts tonen

zondag 26 mei 2013

Het empathisch horloge

Kunnen waarden en normen onderwerp zijn van wetenschappelijk onderzoek? Sterker nog: kan wetenschappelijk worden vastgesteld wat 'goed' of 'slecht' is? Kan het kwaad in de wereld met nieuwe technologie en rationele argumenten worden ingedamd? Kunnen zij die kwaad doen, leren van hun eigen gedrag en van hun onbewust stromende sappen en processen?

Eerst een voorbeeld. In 21 staten van de VS mogen nog lijfstraffen worden toegepast bij kinderen op scholen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat kinderen die lijfstraffen ondergaan een factor zijn in het geweld in de maatschappij. Ook blijken die kinderen sociaal minder vaardig en (hoe is het mogelijk) zij zijn later weer meer voorstander van lijfstraffen dan volwassenen, die als kind geen lijfstraffen hebben ondergaan. Dat is allemaal onderzocht.

Het feit dat lijfstraffen traditie zijn, dat ze behoren tot de cultuur van de zuidelijke staten en dat 90 % van de ouders er voorstander van is, maakt niet dat lijfstraffen daardoor minder slecht zijn. Het feit dat in de bijbel staat dat 'wie zijn kind lief heeft de roede niet spaart', met andere woorden dat God een fan is van lijfstraffen, ook niet.

Waar komen onze normen en waarden vandaan? Waar zijn morele regels op gebaseerd? Een deel van de mensheid zegt dat normen en waarden van God gegeven zijn, of van Allah. Religieuze dogmatici weten het zeker: waarden en normen komen van God. Niet Christelijke progressieven weten zeker dat dat niet zo is. Zij zeggen dat goed en kwaad onder druk van evolutie of cultuur zijn ontstaan. Zij die 'X' vinden blijken langer te overleven. Ze zijn aangepaster, worden beter geaccepteerd, en lopen dus minder kans op uitroeiing. Toch staan zij toe dat religieuze dogmatici hun standpunten als waar blijven verkondigen en houden zij er in hun gedrag rekening mee. Hun zelfvertrouwen is lang niet van het niveau van de dogmatici en hun normen nemen hun eigen waarden niet serieus. Tenzij tolerantie tegenover niet tolerantie een ultieme norm is. En zo houden zij mede de dogmatiek in stand.

Hoe het ook is, normen en waarden zitten in ons brein verankerd volgens Sam Harris, en het is daarmee onderzoekbaar. Van goed handelen voel je je beter, door  slecht handelen voel je je minder gelukkig, of daaraan beleef je minder welzijn. Dat is meetbaar. Dat gaat als volgt:

Welzijn en het ervaren van welzijn is een toestand van de hersenen. Op korte en op lange termijn. Er zijn stoffen in ons lichaam die onze welzijnsbeleving beïnvloeden die over jaren ontstaan. Die stoffen zorgen er ook voor dat we beter op anderen zijn afgestemd. We voelen ons beter als anderen zich beter voelen. Altruïsme is (natuurlijk) een daad van eigenbelang. We weten dus ook wanneer anderen zich beter voelen. En we hebben daar belang bij, want we voelen onszelf daardoor beter. Onze hersenen weten dat. We zijn in staat tot empathie. En die empathie is redelijk universeel.

Weer een voorbeeld: We voelen ons niet beter als we vrouwen besnijden. We weten eigenlijk wel dat dat niet bijdraagt aan het welbevinden van die vrouwen. Onze hersensappen bedriegen ons niet, God wel. Bij vrouwenbesnijdenis gaan de daders tegen hun eigen natuur in. Notabene (in het katholicisme) de grootste en enige 'doodzonde'. De zonde tegen het geweten. Het gaat dan over het bewuste geweten weliswaar, maar dat kan door de paus vast worden bijgesteld. Ik vraag hierbij alvast patent aan op het hulpmiddel dat uiteindelijk tot wereldvrede zal leiden. Het komt vast zover dat we met een klein scannertje aan ons hoofd op ons horloge kunnen zien of wat we van plan zijn eigenlijk wel door de beugel kan. Want wat voor vrouwenbesnijdenis geldt, geldt natuurlijk ook voor op de stoep fietsen.

Doelvlaktechnologie toegepast op waarden en normen. Het kan!

woensdag 17 april 2013

Merel-wereld

In de tuin hipt een merel. En even later nog één. De stapel met tuinafval, die daar ligt te wachten op de container, omdat die van deze week vol is, heeft een enorme aantrekkingskracht op het merel-echtpaar. Rondom de onderrand van de stapel, zoeken de merels hun weg. Ze grijpen een takje of stukje stro en laten het daarna ook meteen weer vallen. Soms houden ze het stukje in hun snavel geklemd om dan dezelfde procedure toe te passen op andere takjes. Wat op zich knap werk is, met dat andere stukje nog in je snavel.

Ik kijk er met verbazing naar. Blijkbaar wordt bij ieder takje of strootje de inschatting gemaakt: 'Bruikbaar' of 'niet bruikbaar'. Dat betekent dat de merel zich een voorstelling vormt van hoever hij tot nu toe is met z'n verbouwing, en dan afweegt: nee, deze is net te lang, die te kort, die te dik. Hij ziet zijn half afgebouwde huis in zijn geestesoog voor zich en denkt: 'daar moet nog iets tussen', of 'daar kan nog iets bovenop, maar dat niet, dat is te lang, of te kort, of het past niet bij de rest. Of 'dat vindt mijn vrouw (of man) vast niet mooi'. Want hij wijst er meer af dan dat hij meeneemt. Of zij natuurlijk. Mijn merel-geslachts-determinatie is niet zo goed, hoewel ik me meen te herinneren dat je iets met de kleur van de snavel kunt. Misschien eens opzoeken op internet. Beide merels zijn blijkbaar ook even bouwkundig onderlegd. Tenminste vanuit mijn insvalshoek van achter het raam.

De volgende dag zit achter in de tuin, op de schutting,  een splinternieuwe merel. Uit een ander nest natuurlijk. Z'n (of haar) zwarte veren glimmen prachtig in de zon. Z'n gele snavel is geler dan geel. Hij houdt z'n kop scheef en kijkt ergens naar. Iets dat zich boven hem in de boom lijkt te te bevinden. Ik vraag me af wat hij ziet, en hoe hij dat ziet. En wat de impact daarvan dan is, zeker als je pas uit het ei bent.
Een vogel heeft geen bewustzijn, kan niet nadenken over wat hij ziet. Hij is niet z'n brein. Of juist wel. Hij ziet het hier en nu. Het ene hier en nu schakelt zich aan het volgende. Zonder kennis van het verleden of van de toekomst. Het instinct als enige drijfveer. Het vage gevoel dat het misschien mis zou kunnen gaan. Of dat het eten zou kunnen opleveren. Of dat het zou kunnen passen in de verbouwing.

Het is een fascinerend schouwspel.

maandag 1 april 2013

Praktische Wijsheid

Pasen. Eindelijk tijd om wat te lezen. Maar er is zoveel, en ik heb lang nog niet alles uit. Ik ben tegelijk bezig in teveel boeken: de biografie van Conrad Busken Huet (op zich al meerdere blogs waard), 'de Nieuwsfabriek' van Rob Wijnberg (meteen lezen!), 'Conservatieve vooruitgang', van Baudet en Visser (iets voor jarenlang naast-het-bed-wijsheid) ,en toch vandaag begonnen in 'een inleiding op het leven en werk van Kierkegaard', door Geert Jan Blanken.

Gelukkig blijkt dat een goede keus. In de achterliggende week viel op mijn bureau het rapport 'Leraar zijn', van de onderwijsraad. Daarin wordt maar weer eens een lans gebroken voor de professionele ontwikkeling van de leraar als verbeterfactor in het onderwijs. Individuele en persoonlijke ontwikkeling dit keer. Geen '1000 dingen die u ook nog verkeerd doet'.
Vier factoren komen aan de orde. Eén van die factoren: het bieden van professionele ruimte aan leerkrachten. Dat betekent dat je iets mag vinden van wat je doet, en iets mag doen met wat je vindt. Niet blind en willoos de gesuggereerde innovaties van 'deskundigologen' uitvoeren, maar zelf nadenken en zoeken naar oplossingen.
De onderwijsraad komt tot het inzicht dat een leerkracht iedere dag tientallen ingrijpende beslissingen moet nemen in het omgaan met kinderen. En moet beslissen over het realiseren en vorm geven van leerdoelen en leer-activiteiten met de materialen die daarvoor zijn. Steeds weer bedenken wat de beste manier om iets over het voetlicht te brengen. Ze hebben er nu ook een naam voor: "Praktische wijsheid" .

Al lezend in Kierkegaard ontdek ik dat deze notie al veel langer bestaat. Kierkegaard onderscheidt in het omgaan met het leven drie elementen of stadia van beleven en overdenken. Niet als levensfasen, maar als momenten in het omgaan met het alledaagse. Het eerste is 'het onmiddellijke', de manier waarop iets binnen komt, het hier en nu, zowel in pezierige als onplezierige zin. Dan komt 'het reflectieve'. Het nadenken over wat er gebeurt of overkomt. In dat stadium is kennis onontbeerlijk. Als laatste fase kent hij 'het geloof', een buitengewoon vreemde term voor de ervaring dat je het begrijpt. Hij bedoelt eigenlijk de religieuze ervaring van de Aha- erlebnis, het echt begrijpen. Hij noemt het zelf: "de diepe innerlijke bewogenheid"of de onbeschrijfelijke ontroering van het hart". Johan Cruijff zou zeggen: "je gaat het pas zien als je het door hebt"  of een deskundigoloog noemt het 'diepteleren'.

Wijsheid is ook een term. Jammer dat Kierkegaard een wat verwarrende verstrengeling met het belastende begrippenkader van religie maakt. Jammer dat de onderwijsraad niet wat meer Kierkegaard leest.

zondag 24 maart 2013

Domheid

In mijn boekenkast ben ik weer eens op zoek gegaan naar mijn meest geliefde encyclopedie. Hoe retro. Een papieren encyclopedie. Waar één tweet toe kan leiden, terwijl ik bij wijze van uitzondering eens twitterde. Ik citeerde Nietsche, of beter ik citeerde 'Wijze woorden', wie dat dan ook mag zijn, die ons Nietsche onder de aandacht bracht. Een vorm van 'schenkende liefde'.
Nietsche schijnt gezegd te hebben: "Het vergeten van het doel is de meest voorkomende vorm van domheid".

Ik moet onmiddellijk denken aan de lessen die ik regelmatig zie in basisscholen. Prachtige lessen vaak. Regelmatig komt het voor dat de leerkracht ergens halverwege kwijt raakt wat zij de leerlingen ook al weer aan het leren is. Dan neemt de activiteit het over, en wordt het gebruikte boek ('de methode') plotseling leidend in plaats van het doel. Vaak hebben de kinderen dat feilloos in de gaten. Ze reageren met wat de leerkracht noemt: "ongewenst gedrag". Waar gaat het mis? Is dit echte domheid?  Ben je als je iets vergeet niet dom? Ben je het wel 'vergeten'? Is een bepaald soort vergeten niet juist de essentie van domheid?

Reacties op mijn tweet volgen: o.a. 'iets voor hele de mensheid misschien', 'niet erg, tijdelijk de weg kwijt' en ook 'als je iets vergeet ben je niet dom'.
Ik snap dat de definitie van domheid in het geding is. Bladerend in mijn favoriete encyclopedie stuit ik op mijn lievelingspassage:

"Een ridder bond de strijd aan met de Domheid, een monster waarvan geen signalement bekend was, alleen de naam en de plaats. Zwaar geharnast trok hij met geheven zwaard door het waterland. Hoe dichter hij de plaats naderde, hoe dieper zijn voeten wegzakten. Vlak voor hij verdween werd de stomverbaasde ridder omhelsd door het moeras" Uit: De Encyclopedie van de Domheid van Matthijs van Boxsel..

In potlood heb ik erbij geschreven: Misschien dacht hij wel: "hier moet het toch ergens zijn!".

Prachtig! Want wat is domheid? Domheid is niet een gebrek aan intelligentie. Dat juist niet. Domheid is niet voorbehouden aan niet- intelligente mensen. Domheid, iets doms doen, is juist iets wat iedereen overkomt. Domheid is iets wat je nooit vooraf kunt vaststellen. Achteraf, ja dat lukt:
- "Dat was een beetje dom", een gevleugelde Maximaiaanse uitspraak, die inmiddels onderdeel uitmaakt van de Nederlands- Argentijnse cultuur.
Je kunt domheid nooit voorkomen, domheid bestaat juist bij de gratie van dat je hebt geprobeerd te voorkomen en dat het toch gebeurt. Domheid is een grens die alleen wordt ontdekt als hij al is overschreden, op het moment dat je weg zakt in het moeras en weet: "hier ergens moet het zijn". Domheid is een zelfstandige eigenschap, waarvoor de één meer talent heeft dan de ander.

Van Boksel geeft prachtige voorbeelden. Domheid ontstaat niet door niet te denken, domheid ontstaat juist door na te denken! Twee mannen bouwen een huis onder aan een berg. Ze zagen boven op de berg bomen om en dragen die naar beneden naar de plaats waar het huis moet komen. Dan valt één van de bomen en rolt naar beneden. De mannen kijken met open mond naar deze oplossing. Dan dragen ze de bomen de berg weer op, om ze naar beneden te laten rollen. Een oplossing, die alleen kan ontstaan door na te denken!

Domheid is een taboe. We lachen om domheid, bij voorkeur de domheid van anderen. Strijd tegen domheid is onzinnig. Het toppunt van domheid is om niets meer te doen of te zeggen of te tweeten uit angst een domheid te begaan.

We kunnen onze eigen domheid nooit begrijpen, alleen achteraf vaststellen.We kunnen domheid dus ook niet voorkomen: we hebben nl. alle maatregel getroffen zodat er niets mis kan gaan. Dan pas zijn de omstandigheden voor domheid perfect!






zaterdag 2 februari 2013

De Dood

Dit is mijn laatste column voor radio Noordoostpolder. Daar waar de vorige keren de column bedoeld was als reflectie en overweging voor twee weken, moet deze column denkstof opleveren voor de rest van het leven van de luisteraars. Als die bestaan. Welk onderwerp leent zich beter voor een dergelijke opdracht dan de dood.

Gisteren heb ik één van mijn beste vrienden begraven. Hij was nog jong, en viel wandelend in het bos zo dood neer, zonder enige vooraankondiging. Ik ben verdrietig. Hanny Michaelis dichtte al eens:

Kohalzend wakker worden
Tussen de gestolde feiten
van gisteren en eergisteren

Opstaan, het licht trotserend
onder het oorverdovend
carrillon van herinneringen
Optornen tegen een geheugen
dat geen duimbreed wijkt

zo voelt het ongeveer. Hij was een vrolijk mens en leefde bij de dag. Hij genoot van ieder moment. En nu is hij er niet meer. Bij het nadenken over zijn verscheiden, moest ik denken aan de Chinese wijsgeer ZHuang Zi, die leefde rond 350 voor Christus.

Zhuang Zi's vrouw is overleden. Hui Zi komt hem condoleren. Zhuang Zi zat op de grond met gespreide benen op een vat te trommelen en te zingen. Hui Zi zei: "Zij heeft met je geleefd, je kinderen grootgebracht en is met je oud geworden. Nu haar lichaam gestorven is en je niet huilt, is dat tot daar aan toe. Maar op een vat trommelen en zingen, is dat niet een beetje teveel?"
Zo is het niet, zei Zhuang Zi. Toen ze stierf was ik natuurlijk verdrietig, net als ieder ander. Maar toen dacht ik na over haar begin, en hoe er oorspronkelijk geen geboorte bestaat en ook geen lichaam en ook geen levensenergie. In de duisternis (de aarde was toen nog woest en ledig) was alles verenigd. Eerst ontstond de levensenergie, van daaruit het lichaam en daarna werd ze geboren.
Nu is ze weer veranderd en is ze gestorven. Het is net als de lente, de zomer, de herfst en de winter, de cyclus van de jaargetijden. Nu slaapt ze rustig in de grote kamer van hemel en aarde. Stel dat ik haar nu achtervolg met misbaar en tranen, dan zou ze vinden dat ik niets heb begrepen van het lot. Dus ben ik daarmee opgehouden (Vrij naar Kristoffer Schipper).

Ik ken mensen die een kamer hebben ingericht voor iemand die is gestorven. Ze gaan er iedere dag kijken. Ze zijn bang de gestorvene te vergeten. Lichaam en geest van de achterblijvers dwingt hen om door te gaan. En dat zou in hun ogen respectloos zijn. Kijk daar eens anders naar: "Het leven gaat door",  is geen cliché  maar een lot waartoe ons lichaam, onze geest en ons bestaan ons dwingt, het is iets dat behoort tot de natuurlijke gang van zaken. Je kunt alleen je leven stil zetten, als je jezelf daartoe dwingt, als je je lichaam en geest daar toe dwingt. Het is tegennatuurlijk. Je hoeft niet  bang te zijn dat je iemand die dood is vergeet, hij wordt onderdeel van je leven en je levende herinnering, tenzij je je leven stil zet.

Gisteren leefde hij nog. Toen was het goed. Vandaag is hij dood. Vandaag is het ook goed. De dagen zijn in zichzelf goed. Vandaag is niet slecht in zichzelf. Vandaag is alleen niet goed, als ik wil dat vandaag net zo is als gisteren. Dan heb ik een leven lang verdriet.

Deze column gaat verdwijnen. De Noordoostpolder wordt van een kans op nadenken beroofd. Het leven was goed met een column. Het leven is goed zonder column. Ik weet het zeker.

NB. Citaten uit het verzameld werk van Zhuang Zi, vertaald en toegelicht door Kristofer Schipper.

zaterdag 22 december 2012

Tijd om te geven

Het is een spannende tijd. Sinterklaas is nog maar net terug naar Spanje, opgelucht dat hij iedereen weer ter wille heeft kunnen zijn. Op 'n krent zitten tot een nieuwe missie hem naar Nederland roept. De Kerstman lost hem af. Had mijn moeder dat maar geweten, dat er een kerstman bestond. Want bij ons kwam die nooit. Mijn moeder had zich waarschijnlijk niet aangemeld.  En Sinterklaas kwam hooguit één keer bij ons thuis. Nicolaas is een druk man. Hij had echt geen tijd om twee keer per week langs Terwispel te komen om mijn schoentje te voorzien van pepernoten, marsepein en ander ongezond en onnodig voedsel. Als we geluk hadden kwam hij na zijn aankomst in één of andere haven in Nederland één keer voor 5 december langs met een mandarijntje en een drietal pepernoten. Meer niet. Hij nam wel altijd het hooi mee en de wortel, die wij klaar hadden gelegd voor het paard. Meestal kon de ruil niet uit. En dat zei mijn moeder ook:
- "Dit kan niet uit".
- "Wij hebben het al niet breed en als die oude Nicolaas nou ook nog mijn goede winterwortels mee neemt wordt het helemaal moeilijk de eindjes aan elkaar te knopen".
En dus zetten wij geen schoen. Om mijn moeder te beschermen.

Alleen op 5 december. Dan mochten we de schoen zetten en ook de trui en de broek. Gek genoeg niet thuis, maar bij de buren. De overburen. Die woonden in een 'onbewoonbaar verklaarde woning'. Die hadden zelf geen kinderen. Waarschijnlijk kon Nicolaas daar gemakkelijker naar binnen. Want ze hadden geen slot op de deur. De deur kon niet eens goed dicht. Maar daar zaten wij niet mee. Want wij wisten niet beter.
En als je op vijf december 's avonds je schoen zet, en je trui, en je broek, dan vind je pas zes december 's morgens je cadeautje. Of cadeautjes. Meestal een letter. En iets van speelgoed. Al weet ik niet meer wat. Maar er kwam vooral ook een preek van de buurvrouw. Dat Sinterklaas ons wel erg aardig moest vinden, en dat hij blijkbaar niet gezien had hoe stout wij soms waren. Onze jaarlijkse evaluatie. Zij lachte er heel lief bij. En wij knikten dankbaar.

En dan begon kerst. Met de barmhartige Samaritaan. Stel je voor je bent in elkaar geslagen en je ligt langs de weg. Het bijbelse verhaal. Of je bent zwart en dakloos en je woont in Amerika. De werkelijkheid van vandaag. Zal het nog ooit goed met je komen? Er komt een dominee langs. Je ziet hem en je weet: hij heeft geleerd dat hij de zwakkeren moet helpen, en de armen, en de vertrapten, de daklozen, .. hoop je. Maar hij zegt dat op zondag liever tegen zijn gemeenteleden. Want zelf heeft hij geen tijd.
Of je ziet een priester, een goede katholiek die zich het lot van de medemens aantrekt. Maar die ziet je niet eens, want hij brengt net een klein jongetje naar school, tenminste die loopt met hem mee.
Of er passeert en aardige meneer, die je groet en die 50 eurocent in je bakje laat vallen. HIj kijkt de andere kant op en jouw voeten blijven koud.
En dan kom er een agent aan. En je mag hier niet zitten, hier in het winkelcentrum, waar het nog een beetje warm is en waar je blote voeten niet meteen het risico van vuiligheid en glasgerinkel lopen. Je maakt je zo onzichtbaar mogelijk, maar de agent komt toch naar je toe en geeft je een paar laarzen voor je maat 50, en je kunt je ogen niet geloven. En de agent verdwijnt.

Ik was op een school. De ouders bij het hek zijn boos. Voor de Sinterklaasviering op school moeten hun kinderen, hun oogappeltjes, hun toekomst, een cadeautje kopen voor  een klasgenoot. En het mag niet meer kosten dan  twee euro.
-" Dat kan niet ", roept een boze moeder.
Ik vraag hoe ze daar bij komt.
-" Ik heb gisteren net een trein gekocht voor mijn zoon, de goedkoopste die er is, maar die startset is altijd nog minstens 40 euro".
Ze heeft dus gelijk. Twee euro is niets vergeleken bij 40 euro. Het cadeautje dat je kunt kopen voor je klasgenoot stelt niets voor, vergeleken bij die treinset, hoe klein en ontoereikend die ook is.

Ik denk aan de preken van vroeger. Aan de preken over dankbaarheid van mijn buurvrouw op 6 december, aan de preken in de kerk over de barmhartige Samaritaan. En plotseling weet ik het. Dit gaat helemaal niet over het cadeau! Deze moeder is zwaar in de war. Ze weet helemaal niet waar Sinterklaas over gaat!

Ik denk aan de Sinterklaasvieringen als meester met mijn klas. Hoe ik altijd lette op de enorme spanning van de gever, als de ontvanger het cadeautje uitpakte. Ik denk aan de Sinterklaasvieringen van de afgelopen jaren met mijn eigen grote kinderen. Hoe ik alleen maar let op hun reactie, op hun gezichten, op hun gedrag, op het moment dat de anderen de door hen gegeven cadeautjes uitpakken. En het valt me op dat ze blijer zijn met de reacties van hun doelwit dan met hun eigen cadeaus. Als ze iets geven lijken ze meer te genieten dan op het moment dat ze iets krijgen! Ik denk aan de Samaritaan, aan mijn buurvrouw, aan de agent in het winkelcentrum.

Het gaat in deze dagen niet over iets krijgen. Sinterklaas en kerst gaan over geven. Over het plezier van het geven. Thuis en op school. Over kinderen leren dat geven leuker kan zijn dan te krijgen. De krijger evalueert de gever en niet andersom.

Geniet daar alvast van als je vanavond Sinterklaas viert, of als je de laatste cadeautjes gaat kopen deze week. Dan zul je van de crisis niets merken.

zaterdag 27 oktober 2012

Jondeeres

Ergens in de polder zag ik een John Deere. De groene tractor past in het regenachtige en weidse landschap als een fietser worstelend tegen de wind. Omdat het te ver weg is kan ik niet precies zien wat de functie van de tractor op dit moment is, maar hij doet vast iets nuttigs. De grond slepen. Of iets ploegen. De druilerige regen geeft het tafereel de mistige gloed, die past bij de herfst. Ik ben jaloers op de ongeremde vrijheid, die de berijder moet voelen, en die ik ken van toen ik zelf nog een klein jongetje was.

Het is de derde John Deere die ik zie deze week. Thuis bij mijn ouders zag ik mijn neefje spelen met de groene tractor, die vroeger bij mijn oma thuis ons grootste vakantieplezier was. Mijn broer en ik logeerden iedere zomervakantie bij mijn oma. Meestal drie weken lang. Zonder heimwee. En zonder contact met thuis, want wij hadden thuis geen telefoon.
Ik herinner me een keer dat oma net terug was uit Canada. Eén van mijn ooms had in de jaren 50 zijn heil gezocht in Lynden, en was boer geworden in die Hollandes enclave, dicht bij de Amerikaanse grens. Terug van haar eerste bezoek aan haar zoon had ze twee tractors meegebracht voor ons, haar logees. Twee jondeeres. Want zo spraken wij dat uit. En zij sprak ons niet tegen.

De jondeeres hadden twee voorwielen, die dicht bij elkaar zaten. Belachelijk. Zo zagen de tractors in Nederland er niet uit, en wij konden het weten, want oma woonde naast een loonbedrijf.
- "Zien de echte tractors in Amerika er ook zo uit?" vroegen wij.
Dat bleek niet het geval. Nog belachelijker. Dit waren geen echte tractors. Dit was speelgoed. Gemaakt door een grapjas. Maar ze konden wel 'echt' sturen en er konden 'echte' wagens achter. En wij speelden er graag mee. Maar het waren geen echte tractors!

Wat is dat trouwens, 'echt'? Iedereen weet wat een lepel is, of een schoen, of een kunstgebit. Maar als je een voorwerp ziet, hoe weet je dan dat het een schoen of een kunstgebit is? Waaruit bestaat het 'echte' van een voorwerp? De filosoof Heidegger zei dat het allemaal in ons hoofd zit. Een voorwerp is nooit 'echt'. Een voorwerp bestaat alleen bij de gratie van z'n functie. Als ik soep eet is mijn lepel een lepel, maar als ik die lepel langs de weg vind, is het dan nog wel een lepel? Is een kunstgebit bij de gevonden voorwerpen op het politiebureau wel een kunstgebit? Is een schoen langs de weg wel een schoen?

Eén van de meest omstreden kunstwerken van de vorige eeuw is 'The Fountain', van Marcel Duchamp. Duchamp was één van de bestuursleden van een galerie voor moderne kunst in New York. Hij werkte volgens een bijzonder concept: Iedere kunstenaar kon bij hem zijn kunstwerken ten toon stellen. Voorwaarde was dat hij lid werd van de galerie (kosten 1 dollar) en daarnaast per kunstwerk 5 dollar betaalde.  Duchamp kocht in New York in een badmeubelwinkel een urinoir en geeft het ding een naam: Fountain.  Hij zette het op z'n kop en signeerde het. Daarna bood hij het onder het pseudoniem R. Mutt aan, aan z'n eigen galerie, compleet met de 6 dollar voor lidmaatschap en tentoonstellingskosten. Hij noemde het 'readymade art'. Kunst die al klaar was.
Zijn medebestuursleden, die geen idee hadden van de werkelijke aanbieder, waren furieus en weigerden het ding tentoon te stellen. Dit was geen kunst! En zo is één van de meest beroemde kunstwerken uit de geschiedenis nooit tentoongesteld geweest! Er is alleen een foto bewaard gebleven. Maar was was het aangeboden voorwerp? Op de kop en niet verbonden aan een waterafvoer? Een urinoir of een kunstwerk, of nog iets anders?  Volgend de definitie van Heidegger was het in ieder geval geen urinoir meer.

Was de jondeere bij mijn oma wel een tractor? Dat laatste is nu overduidelijk: Nee! Het is speelgoed in de vorm van een tractor. Het zal nooit de functie van de poldertractor over kunnen nemen.

Vorige week liep ik de kunstroute in De Wijk en IJhorst. Op één van de locaties stuit ik op een levensgrote jondeere. Dit keer niet groen maar herkenbaar gemaakt van karton. Ook deze jondeere heeft smalle wieltjes. In de achterkant van het vehikel is een beeldscherm gemonteerd waarop een film wordt getoond van een man, die in een hotelkamer in New York deze kartonnen tractor bouwt, omdat hij zich eenzaam voelt en wil vluchten in een wereld die hem meer aanstaat, de wereld van de natuur, de wereld van de weidse polder.

En zo komt het allemaal weer bij elkaar: mijn jeugd, de kunst, de filosofie en de noordoostpolder. Maar of het ook een functie heeft, daar ben ik nog niet uit. Als we een voorwerp definiëren aan de hand van zijn functie, en als het voorwerp zijn functie verliest, als het dan dat voorwerp niet meer is, wat is dan een mens? Wat is tenslotte de functie van een mens? Of van een column?


Deze column was te horen op radio Noordoostpolder op 27 oktober om 19.40 uur in het programma 'On the radio', en is tot een week daarna nog terug te luisteren op  de site van radio Noordoostpolder.

zaterdag 8 september 2012

Pieperfestival

De Olympische Spelen zijn voorbij. Het scheelde niet veel of het was een ramp geworden. Na het EK voetbal, dat iedereen al lang vergeten is, en na de de Tour de France, die natuurlijk weer niet door Gesink werd gewonnen,  waren de spelen de laatste kans om iets van dit jaar te maken. Maar wat eigenlijk? Wat zouden de spelen van het jaar kunnen maken? En voor wie?

In de eerste week van de Olympische spelen werd er gejudood. Verschillende judoka's 'gingen voor goud', een Amerikaanse vorm van grootspraak, die bij Nederlanders onherroepelijk tot een enorme mentale depressie en zelfblokkade leidt. Roept een Nederlander dat ie gaat winnen, hoef je niet eens te gaan kijken. Dat wordt zeker niks! De Judoka's werden dan ook op de rug gelegd, in de houdgreep genomen of door de scheidsrechters naar huis gestuurd.

Na een week zonder al te veel succes leek de spirit er uit. De medaillekansen van de sporters die nog moesten komen werden laag ingeschat. De mislukte sportzomer, die onze identiteit definitief naar een nulpunt zou loodsen, diende zich aan.

-" Zou het voor de mensen die nog niet geweest zijn misschien beter zijn als er alvast iets was gewonnen? ", vraagt Mart Smeets aan een deelneemster die nog moet komen. Een interessant punt. Ga je beter presteren als anderen in een andere sport het goed doen, zelfs al ken je die personen niet? Bestaat er zoiets als teamgeest zonder team?

Zelf zit ik in een schaakteam. Het woord op zich is al belachelijk. Acht schakers, die tegen acht schakers van een andere club spelen, zijn geen team. Als je een punt haalt, wordt dat bij de andere punten opgeteld, en zo kun je winnen met 5-3 of verliezen met 8-0. Maar het is geen teamsport. Het is bijv. streng verboden om tijdens het spelen over de partijen te overleggen. En toch heb ik gemerkt dat als je speelt met een vriendenclubje, het team beter presteert, dan een achttal even sterke schakers die niets met elkaar hebben. Teamgeest zonder team.

Ik kwam vandaag in Emmeloord, toevallig. Ik werd opgehouden bij afgesloten wegen. Mensen renden van Urk naar Emmeloord.  Ik begreep niet waarom.
-"Vanwege de piepers", deelde een vriendelijke vrijwilliger mij mee.
De wat?
-"De aardappels! Dat hebben wij hier elk jaar!"
Hij leek te verwachten, dat ik meteen begreep waar hij het over had. Ik moest denken aan Freek de Jonge, die in een conference aan een man vraagt : Hoe komt u aan die tulpen? En dat die man zegt: De oorlog!
Ach natuurlijk de oorlog! Dat ik daar niet aan heb gedacht!
Ach natuurlijk, de aardappels, dat ik daar niet aan heb gedacht!

De vrijwiliger keek zo trots, dat ik niets tegen zijn, voor mij bizarre logica, wist in te brengen; maar de omstanders knikten. De aardappels!
Ik weet er nu een beetje van. Van het Pieperfestival.
Ik ben blij dat ook in de Noordoostpolder er iets bestaat dat leidt tot teamgeest zonder team. Naast radio Noordoostpolder is dat de aardappel weet ik nu. Wat de Olympische spelen zijn voor Nederland, is de aardappel voor de Noordoostpolder. Ieder middel is geoorloofd. Als het maar werkt!

Ik heb vanavond een aardappel gegeten. Ik voel me er al een beetje bij horen.

NB. Deze column was te horen op radio Noordoostpolder op zaterdag 8 in het programma On the radio.

zondag 8 juli 2012

Discriminatie

Het jaarlijks buurtfeest is dit jaar aanleiding voor een zaterdagse kanotocht. Met de goede buur in plaats van de verre vriend in een bootje. Kanoën of kajakken. Kajakken dus. Gelukkig staat het verschil net op tijd in mijn zaterdagkrant.  "Hoe overleef ik een kanotocht". Toeval? Als God knipoogt moet je wel omhoog kijken.

Als we na een rondje Weerribben weer op het terras van de kajakverhuurder zijn aangeland is het zoet rusten.  Tot een speedbootachtig vaartuig met teveel mensen aan boord, ook aanlegt aan ons grasterrasje. Zo'n nummerbord met een Y er in. Mensen uit mijn allergiezone. Een veel te dikke dame probeert over de RVS reling van boord te komen. Wat niet lukt natuurlijk.
- "Zou iemand mij niet eens helpen?"
- "Zou jij niet eens een uitweg nemen die je aan kunt!"
De mannen weten dat ze niet hard kan lopen.

Eenmaal toch op de kant en met een veel te groot ijsje om af te vallen, nemen de zes plaats op het terras. Te weinig stoelen voor iedereen. Wij zitten er ook met de zeven sportieve buurtbewoners die niet in een fluisterboot plaats hebben genomen.
Gelukkig blijkt de buitengewoon aardige eigenaresse van het terras bereid haar privé-tuinbankje aan het gezelschap uit te lenen. De dikke dame haalt opgelucht adem. Ze had al gezien dat ze niet had gepast tussen de leuningen van de stoelen.
En het gebeurt. De echte wereld laat je nooit in de steek. Het beschikbaar gestelde, vorige week nog groen geverfde, knus ogende tuinbankje, zucht ineen onder het onverwachte geweld. De dikke dame laat het gilletje. De buurtbewoners lachen ongegeneerd. En ik onttrek me daar niet aan. Niet lachen omdat het niet hoort, dat zou pas discriminatie zijn.

Het is zondag. Eindelijk is er een plaatsje vrij in 'Les Intouchables'. Wat een film! Wat een plot! Een zwarte man uit een achterstandswijk wordt de verzorger van een puissant rijke man, verlamd vanaf z'n kin. Alleen mobiel via de mondbediening en z'n elektrische rolstoel.
- "Zou je deze man wel aannemen, dat soort kent geen medelijden".
- "Dat is precies wat ik wil: "geen medelijden"".

Als de verzorger een nieuwe vriendin voor zijn broodheer zoekt, eist hij dat die een foto zal vragen.
- "Misschien lijkt ze wel op een trol".
- "Misschien is ze wel gehandicapt!".
- "Vergeet niet te vragen hoeveel ze weegt".

Nee als je door een bankje zakt word je uitgelachen. Moet je maar niet zo dik worden. Of het kan je niet schelen. Je bent intouchable. Het zal je gebeuren dat je niet wordt uitgelachen, dat is pas erg. Discriminatie!

zondag 12 februari 2012

Hegel in Dalfsen: Kunst voor gevorderden?

Ik ben met Hegel naar de kunst gelopen. Hegel is een groot denker. Het is jammer dat niet iedereen Hegel kan begrijpen. Het zou de moeite waard zijn om naast ieder kunstwerk een bordje te zetten met een kleine Hegeliaanse uitleg.

Hegel is van de botsingen. Dialectiek heet dat: Alles ontstaat uit het voorgaande. Tegenstellingen houden de wereld op gang. Het tegenovergestelde van 'zijn' is 'niet zijn'. Van niet zijn naar zijn, dat heet 'worden'. In worden zijn 'Zijn' en 'niet zijn' verenigd. Tussen 'idee' en 'wereld' is in 'worden' geen onderscheid.

Wat is de tegenstelling van subject? Van de individuele mens (het subject), die in zijn eentje aan bijv. een kunstwerk werkt?  Het is het object. Iets wat achterblijft. Het kunstwerk dat een eigen leven gaat leiden. In dat object wordt het idee van het subject tot  'gestolde geest'. Een gezin, een staat, de geschiedenis, het zijn andere voorbeelden van 'gestolde geest'.

Individuen zijn, als je zo door denkt, instrumenten van een collectieve geest. Hegel noemt dat "De objectieve geest". De tijdgeest zouden wij misschien zeggen. Kunstenaars zijn instrumenten van de tijdgeest. Als Michelangelo niet had bestaan, dan had iemand anders wel de renaissance vorm gegeven. Want die zat er aan te komen. Kunst-stromingen zijn het resultaat van de tijdgeest. Kunstwerken die belangrijk en historisch noodzakelijk zijn, leiden een eigen leven, als representant van de objectieve geest. Los van de maker, die het werk misschien wel anders bedoeld had.


Zodra een kunstwerk onderwerp wordt van filosofische reflectie, fungeert het als instrument van een hogere bewustwording, die Hegel de 'Absolute geest' noemt. In het denken over de kunst komt het tot verzoening tussen subject en object. De geest keert naar zichzelf terug: ontstaan vanuit de geest, vorm van de geest, Gestolde Geest. Kunst is het 'zintuiglijke schijnen' van 'het idee'. Kunst spreekt ons aan. Letterlijk in de zin van: zegt iets tegen ons. Het gaat niet om de weergave, om de gelijkenis, het gaat om de mate waarin 'het idee' ons bereikt.

Daarom is natuur zelf nooit kunst, hoe mooi ook. De weergave ervan brengt subject en object bij elkaar. Idee en object worden één. De weergave door de kunstenaar (het subject) is altijd de weergave vanuit een idee, een vorm van waarneming. Daarom past er kunst in ieder landschap, zodat paard en volk met elkaar zijn verbonden.

Kunst is dialectiek in zichzelf. Een vormgeving ontstaat altijd vanuit een eigen historische context. Waarvan kennis onderdeel is. Kennis over kunst beïnvloed het maken van kunst. Kunst ontwikkelt zich op basis van het voorgaande. Dialectiek. Kunst is kunst, doordat het een reactie vertegenwoordigt.

Hegel is nog niet tevreden. Hij vindt dat je kunstwerken moet kunnen voelen. Dat het gevoel van het werk er moet zijn zonder dat het object daarvoor nodig is.Dat kunst wordt tot een een religieuze ervaring.
Daarom is religie (niet godsdienst!) volgens Hegel een hogere vorm van Absolute Geest. Object en subject worden op gevoelsniveau geïntegreerd.

Maar de hoogste vorm van absolute geest is filosofie! Als de geest zich bewust is van de integratie van subject en object, iets wat kan ontstaan d.m.v. reflectie, dan is de hoogste staat van bestaan bereikt. Dat gebeurt in de filosofie!

Daar kan Dalfsen nav dit kunstwerk nu naar op weg!

donderdag 2 februari 2012

Maar is het kunst, daar in Dalfsen?

Uit de verte zijn het twee steigerende paarden, of lijkt het een landbouwmachine. Maar het is kunst. Dat weet je als je er voor staat: het dient nergens toe, het is gekleurd en het stelt niets concreets voor. Dan weet je als burger zonder opleiding: dit is kunst. Als het later wordt opgenomen in de 'kunstroute' weet je het zeker. Dan kun je het ook zeggen: "zie je wel, kunst!"

Als je je er wat verder in verdiept kom je meer aan de weet: Er is ruzie over gemaakt. Iemand heeft besloten dat er ergens in het landschap een kunstwerk moet komen. De gemeente of zo. Of een actieve groep burgers met hart voor de zaak. Hart voor de gemeente. Hart voor de andere burgers, die nog niets van kunst weten. Mensen, die iedereen graag in aanraking willen brengen met Kunst. Of willen confronteren met kunst. Die hun medemens willen opstoten in de vaart der volkeren. Willen bijdragen aan hun ontwikkeling. Want Pierre Bourdieu toonde al aan, dat kunstwaardering een sociologische component heeft: hoe lager iemands sociale status, hoe duidelijker het moet zijn wat een kunstwerk voorstelt.

Maar er zijn mensen tegen. Want er zijn altijd mensen tegen. Niet tegen kunst, want niemand is tegen kunst. Nee, de tegenstanders zijn tegen die rommel, die anderen kunst noémen. Terwijl het helemaal geen kunst ís! Want zeggen ze: ik kan zoiets ook maken. En het stelt niks voor. Of, zoals Guus Kuijer ooit optekende uit de mond van een man die in een museum naar een schilderij stond te kijken: Dat kan mijn dochter van drie ook! Een blijk van minachting, zo bleek, en daarmee de titel van Kuijers latere boek: "Het geminachte kind".

Praten helpt. Er blijken duizenden argumenten te bestaan waarom iets kunst is.

Het moet iets voorstellen.
Het moet de uitdrukking zijn van gevoelens van de kunstenaar.
Het moet mooi zijn.
Het moet vernieuwend zijn.
Het moet mensen uit hun evenwicht brengen.
Het mag geen landschap zijn.

Daarmee blijken de deelnemers aan de discussie zes kunstfilosofische stromingen te vertegenwoordigen. Vertegenwoordigd door Plato, Kant, Hegel, Tolstoi en andere grootheden. Maar ze weten dat niet. Ze praten over kunst en vinden er iets van. En daarmee wordt het op zichzelf al weer kunst. Tenminste, volgens al weer een andere stroming.

En ik? Ik vind het mooi. Landbouwmachinekleuren, in de vorm van abstracte paarden, die de plattelandsgemeenschap verbinden met de natuur. Passend bij een dorp waarin natuur, arbeid, inkomen en cultuur nauw verbonden en van elkaar afhankelijk zijn. Ik blijk een symbolist. Nog een stroming.

- "Natuur zo mooi als in Dalfsen heeft geen kunstwerk nodig", werpt de buurman tegen.
- "Dalfsen wel" zeg ik, "want iedereen is nu kunstfilosoof. En dat is goed voor de vaart der volkeren".

Binnenkort de Overijsselse kunstroute. Ik hoop dat iedereen mee doet.



dinsdag 31 januari 2012

Vrij!

Een crimineel is vrijgelaten. Dat is een goede zaak. We gaan zorgvuldig met onze criminelen om. Daar hoort vrijlaten ook bij. Meestal. Als ze geen levenslang hebben gekregen. En als ze geen levenslang hebben, horen ze te worden vrijgelaten. Want dan hebben ze hun straf uitgezeten. Zo denken wij!

Waarom zetten we eigenlijk mensen gevangen?  Wat is de gedachte achter ons rechtssysteem? Op TV zie ik mannen in oranje pakken met handboeien om en ijzeren kettingen tussen de enkels. Ze kunnen maar kleine stapjes zetten. Dat is omdat het criminelen zijn natuurlijk. Anders lopen ze weg. En dat willen we niet.
Ik zie dat ze de mannen in oranje pakken in een kooi stoppen. Misschien zijn het recente afstammelingen van apen. Recente primaten. Gevonden in een ghetto. Een pas ontdekt primatenghetto. Geen mensen, dat is zeker. Ik kan het niet aan zien.

Gelukkig blijken die mannen in Amerika in de gevangenis te zitten. Ik heb met ze te doen. Ik kijk de andere kant uit. Want wij denken anders. Die mannen in oranje pakken hebben trouwens levenslang. Ook als ze onverhoopt vrij mochten komen. Want dan krijgt de hele buurt een briefje in de bus met daarop een grijnzende boeventronie en het strafblad. Want hij zal zeker opnieuw in de fout gaan. Misselijk vinden wij dat stigmatiseren. In ons rechtssysteem. Wij zijn beschaafd.

Wij weten wel beter. Als een crimineel vrij komt hebben wij hem heropgevoed. Dat is namelijk één van de functies van onze gevangenissen. Daarom behandelen wij gevangenen ook alsof het mensen zijn. En niet als  dieren. Terwijl ze worden heropgevoed beschermen wij onze maatschappij tegen deze doerakken. De tweede functie van ons rechtssysteem. En als ze straks zijn heropgevoed, kunnen ze de vrijheid aan. En is onze wraak voorbij. We spreken liever van vergelding. Dat is beschaafder. De drieslag is compleet. Maatschappij beschermen, vergelding als wraak, heropvoeden. Daarna krijgen ze een nieuwe kans.

Soms. Of zijn we van mening veranderd?

maandag 16 januari 2012

Dode dingen

Als ik een nieuw pak crackers open maak ontwaar ik binnen plotseling een lichte paniek. De crackers zitten stijf vast in het pak en ik ben maar van plan er één op te eten. Ik weet nog niet welke. Plotseling vraag ik me af, of er ik het pak crackers nu ook collectieve paniek is uitgebroken. Of ze rillen van spanning.
- Ben ik het?
- Ben ik aan de beurt?
- Zou hij mij kiezen?
Voor één van de crackers is het bestaan zo meteen voorbij. Weldra zal zij vermalen worden tussen mijn kaken, na te zijn ingesmeerd met een beetje boter en smeerkaas. Wat trouwens een smerige combinatie is volgens mijn levenspartner. En volstrekt overbodig.
Ik kan ook kiezen voor de combinatie van dezelfde boter met een plakje magere achterham, maar een einde wordt het. De crackerhemel of -hel is nabij. Wat voor mensen niet bestaat kan best mee een materiële configuratie hebben. Meedingen in de letterlijke zin van het woord. Hebben dingen geen gevoel?

Als ik een nieuw pak koffiepads open maak, en die in de guitig versierde rood met zwarte koffiebus doe, blijkt er nog één achtergebleven pad van het vorige pak in te zitten. Op het moment dat het bijkeukenlicht op zijn bolle kopje valt vraagt hij zich af:
- Is het ook voor mij nu voorbij? Lonkt de pads-hel? Is de verdrinkingsdood echt het einde?
Ik weet niet of hij hoopt dat ik hem nu ook in het apparaat klem om na een persdouche het eeuwige koffiepadleven in de vuilnisbak te ondergaan, of dat hij hoopt dat ik de nieuwe pads op zijn kop zal kieperen, zodat hij minstens nog één cyclus mee gaat. Waarom zouden dooie dingen geen leven hebben?

In mijn auto ligt al maanden een pasje, waarmee ik de slagboom van het werk open. Hoe hard ik ook rijd of door bochten scheur, hij blijft daar rustig liggen. Bleef daar rustig liggen. Tot gisteren. In een op zich onbetekenend curfje van een graad of 30 dook hij plotseling in het vooronder, richting de pedalen. En nu is hij niet meer te houden. Ieder hobbeltje of bochtje is aanleiding de enorme lege ruimtes rondom te zoeken. Nu hij weet dat het kan.

Ik weet dat Rupert Sheldrake de morfogenetische velden bedacht heeft, voor de koolmezen in Japan, die zonder enig aantoonbaar contact de Engelse soortgenoten nabootsten in het openen van eerder volkomen onbedreigde melkflessen met papieren doppen. Hebben pasjes, crackers en koffiepads ook spirituele contacten met soortgenoten of zelfs cross-genderiaanse esoterische contacten?

Ik weet het niet. Maar het openen van een pak koffiepads of crackers is zo wel een spannende en levensverrijkende ervaring. Ik ben geen vegetariër. Ik denk dat ik ga leven zonder dingen die samen in een pak zitten. Voor de zekerheid.

Ik word boksielist. Vanaf nu het vegetarische woord voor een dingenloos leven!

donderdag 5 januari 2012

Depressie

Na de euforie komt de depressie. Het citaat van Egel uit mijn vorige blog bewijst dat. Trouwens, de gedachte die Toon egel in de mond legt was ook al niet origineel. Die had ik ook al wel eens gedacht of gelezen. En daarna geïncorporeerd als mijn eigen idee, wat weer verklaarbaar is vanuit de psychologie en onderzocht door Douwe Draaisma. Ik heb zelfs in zijn 'vergeetboek' een bladwijzer op pagina 104 over onbewust plagiaat. 'Cryptomnesie' heet het dan. Hilarisch beschreven trouwens.

Niets is de moeite waard. Nadenken en lezen al zeker niet. Als je je al uniek wilt voelen, moet je dat zeker niet proberen door een mening te ontwikkelen. Alles wat ik vind is al gevonden of kan ik al ergens vinden. Elke keer als ik een boek lees kom ik wel een deel van mijn mening tegen. Over alles wat ik vind bestaan al duizenden pagina's. Waarom nog bloggen?

En zeg wat je vindt maar eens kort en aansprekend. Ik voel een enorme machteloze woede als ik niet in twee zinnen kan overbrengen wat ik vind. Het is frustrerend en onredelijk dat alle in mijn hoofd aanwezige argumenten niet meteen mee komen in de tekst, die door mijn mond  naar buiten komt. Sterker nog: het is enorm stom, dat mensen niet begrijpen wat ik bedoel, nog voordat ik ben begonnen met praten. Ik ben al moe voordat ik mijn mond open doe. Om het nog één keer uit te leggen. En van die moeheid word ik boos.

Bij de eerste voorzichtige tegenwerpingen weet ik al dat ik niet meteen uit mijn geheugen de relevante gelezen passages zal kunnen opdiepen, hetgeen ik ervaar als het bewijs dat ik e.e.a. nog niet helemaal heb doorleefd, wat weer en bewijs is voor mijn voortdurende en herhaalde falen, wat weer leidt tot enorme zelfhaat en depressie. Ook al omdat ik weet hoe buitengewoon onredelijk mijn eigen gevoelens en gedachten zijn. Wat trouwens weer een reden is om te zwijgen en het maar niet meer te proberen.

Om de wereld te verbeteren moet je
- een denkproces doormaken
- kennis en argumenten paraat hebben
- tegenargumenten voorzien
- de duur van de discussie, die je bij voorbaat tegenstaat en verveelt, inschatten
- omgaan met de ergernis aan en over jezelf, omdat je weet dat je opnieuw niets gaat bijdragen aan de wereld.

Het is allemaal zo dodelijk vermoeiend, dat de meeste mensen er maar niet aan beginnen. Ik ook niet?

maandag 2 januari 2012

Zelfingenomen gelukkig.

Oudejaarsdag. Tijd om goede voornemens te evalueren. "Dat zouden meer mensen moeten doen", zo'n reclamezinnetje dat blijft hangen. Voor mij gemakkelijk. Ik had er geen.

Het is zaterdag. In de achterliggende maanden ben ik 21 kilo afgevallen. Dat was ik op 1 januari nog niet van plan, maar plotseling leek het moment geschikt. Ik meen op 6 oktober. Altijd een mooie datum. Vijf oktober had ik nog een etentje, dus dat was duidelijk te vroeg. Ik ben tevreden.

Om 10 uur doe ik mee aan een spinningles. Niet om af te vallen, maar omdat je toch iets aan sport moet doen, nu hardlopen niet meer gaat. We spinnen op de top 11 van de top 2000. Zonder commentaar er tussendoor. Ideetje ook voor de radio? Ik kan de hele les het moordende tempo bij houden. Ik ben trots.

Om 12 uur lees ik een boek. Of eigenlijk meerdere boeken tegelijk. Ik deel mijn geluk met de sprinkhaan. En met Toon Tellegen. Na ieder verhaaltje wil ik stoppen. In gelukzaligheid. Soms sta ik mezelf toe om even weg te dommelen, omdat dan het verhaal misschien mijn onbewuste binnen dringt. En omdat het volgende verhaal niet nog beter kan zijn. Of toch wel? Ik ben gelukkig.

Om 4 uur haal ik witlof bij de kruidenier. In de auto heb ik tijd om even niet naar de top 2000 te luisteren. Een CD met de pianoconcerten van Giovanni Paisiello (1740-1816) is zo prachtig, dat ik bijna tegen een boom droom. Maar ik houd me staande. Ik had nog nooit van Paisiello gehoord, maar gelukkig mijn cosmeticakruidenier wel. Die stelt hem beschikbaar voor € 2,99. Ik ben tevreden.

Om 6 uur word ik uitgenodigd om oudejaarsavond ergens een glaasje te komen drinken. Tot die tijd met een boekje in een hoekje. Daar zit ook Toon Tellegen. Daar ligt "Speel ik met mijn kat of zij met mij?" , Saul Framptons prachtige boek over mijn held Michel Montaigne. En ook Bill Bryson vraagt nog aandacht. En het filosofiemagazine over helden. En Beethoven is dood terwijl er zoveel idioten leven. Het is warm, de regen tikt op de glazen koepel, het leven is goed voor mij.

Zoveel geluk moet je delen. Toon moet je voorlezen! Iedereen moet het horen! Ik moet bloggen! Een onmogelijke opgave dringt zich op. Zelfingenomenheid glijdt tussen de regels door. Het leven is prachtig! Vertel het aan niemand!

Weet je, zei de egel, ik ben nu tevreden. Heel tevreden.
Maar altijd als ik tevreden ben, ben ik ook verdrietig. Nu dus ook.
Ik vind dat zo raar. Hoe tevredener, hoe verdrietiger.
Soms denk ik: was ik maar nooit tevreden, dan was ik ook nooit verdrietig. 
Dan wou ik dat ik niks was. Niet tevreden. Niet ontevreden. Niet verdrietig. Niks
Hoe kan dat?
Ik weet het niet zei sprinkhaan.

Uit: Het geluk van de sprinkhaan. Toon Tellegen, 2011.

http://middenmoterroerselen.blogspot.com/2011/05/top-21.html


donderdag 29 december 2011

Verkeerd bezorgd

Mijn schoonmoeder heeft een envelop gekregen van een bedrijf. Op de envelop staat een naam, een adres en een postcode van iemand anders, maar toch is hij bij haar in de bus geland.  Mijn schoonmoeder is 87. Ze is volkomen van streek. Ze heeft deze zelfde brief, of althans een brief van dit zelfde bedrijf, nl. vorige week ook in de bus gekregen. Toen heeft ze de brief bij haar tweedaagse uitje naar de Albert Heijn in de daar aanwezige brievenbus gedaan. En nu is hij weer bij haar terecht gekomen! Ze verdenkt het bedrijf van opzet.

Ik ben geen post-o-loog. Ik begrijp ook niet zo goed hoe een brief, met toch een duidelijk ander adres, zo fout bezorgd kan worden. Het enige wat ik kan bedenken is dat de code die op de brief is geprint er iets mee te maken heeft. Waarschijnlijk wordt de post machinaal gesorteerd, en wordt er daarbij een code op de brief geprint. In een tweede sorteerronde zal een apparaat dezelfde fout maken, of leest hij (of zij?!) de geprinte code en komt de brief in dezelfde (foute) stapel.

Ik denk met weemoed aan de tijd dat een postbode er nog op lette, voor wie de te bezorgen post was bedoeld. Hij (bijna altijd hij!) constateerde dan, dat er hier een foutje moest zijn gemaakt. En hij corrigeerde dat. Dus op de één of andere manier, is de postbode mede schuldig. In mijn ogen.

Inmiddels resten mijn schoonmoeder in mijn optiek drie opties, die ik haar uit de doeken doe:
1. De fout bezorgde brief opnieuw in de brievenbus bij Albert Heijn deponeren. In dat geval zou ik een kruisje op de brief zetten om te kijken of hij over een week weer bij mij in de brievenbus ligt. Als dat het geval is, zou ik de DHL, of hoe de postbedrijven tegenwoordig ook mogen heten, een brief schrijven. Als je 87 bent heb je zo je eigen mogelijkheden op interessant en experimenteel tijdverdrijf.
2. De brief in de brievenbus doen bij Albert Heijn, maar nu met grote lettters daarop vermeld: VERKEERD BEZORGD! In dat geval doet zich volgens mijn schoonmoeder, het dilemma voor, of je dan ook het adres moet vermelden, waar de brief oorspronkelijk fout was bezorgd. Om de verdiende dank in ontvangst te nemen, of om te voorkomen dat de brief opnieuw op hetzelfde adres, fout wordt bezorgd. Met als verborgen boodschap: Er zijn in Den Haag veel meer adressen waar de brief ook nog kan worden aangeboden. Liever niet weer bij mij! Deze optie blijkt echter zeer bedreigend, aangezien mijn schoonmoeder nadrukkelijk de optie 'opzet, gepaard gaand met poging tot opvolgende inbraak', in gedachten blijkt te hebben.
Op mijn weerwoord welke rol een verkeerd bezorgde brief dan zou kunnen spelen, blijkt ze van verregaande slimheid en doortraptheid van het potentiële dieven- en inbrekersgilde uit te gaan. Die zouden bijv. met deze brief de assertiviteit van bejaarden kunnen proberen te meten.
3. Blijft over de optie om de brief zelf te bezorgen op het beoogde adres. Dat kan in dit geval gemakkelijk, omdat dat adres boven de Albert Heijn blijkt te liggen. Dit zal het probleem wellicht vanzelf doen verdwijnen. Of de machine maakt later weer dezelfde leesfout, waarna opnieuw de keuze moet worden gemaakt tussen 1 of 2.

Tot mijn verbazing blijken er nog heel andere opties te overwegen. Het slachtoffer denkt aan:
a. het bellen van het afzendende bedrijf.
b. het bellen of bezoeken van de geadresseerde.
c. het bellen of bezoeken van de postbezorgende instantie.
Op mijn suggestie dat geen van deze instanties waarschijnlijk weet wat er aan de hand is, blijkt dat ze twee doelen heeft.
Het eerste is puur ideologisch van aard: dit moet stoppen. Een kruistocht tegen deze misstand kan de wereld fundamenteel verbeteren. Honderden, zo niet duizenden mensen, zullen door het doortastende optreden van mijn schoonmoeder, in de toekomst worden gespaard voor dergelijke foute overlastpost.
Haar tweede drijfveer blijkt veel minder altruïstisch van aard. Ze wil complimenten en dank van één van deze, of beter nog van alle drie, betrokkenen.
-"Ze zullen me dankbaar zijn".
Zo ging dat vroeger. Mensen waren dankbaar. Dat er nu processen bestaan, waar niemand invloed op lijkt te hebben, is haar even onvoorstelbaar als gruwelijk.

Nog even, dan is deze generatie helemaal verdwenen.
Een sombere gedachte bij weer een oud jaar.

zaterdag 22 oktober 2011

Zelfobservatie: Ik ben mijn brein niet!

Het is nog maar net geleden, dat ik een boekje las van Joachim Bauer over spiegelneuronen. En daarna van Dijksterhuis over het slimme onbewuste. Zij leerden mij dat ik in veel dingen mijn krokodillenbrein volg, en dat bewustzijn is, dat mijn onderbewuste mij meedeelt wat ie nu weer heeft besloten. Ik heb geen vrije wil.
Het is een hype geworden. Dick Schwaab heeft kans gezien heel Nederland te overtuigen van het feit dat wij slechts ons brein zijn. Sindsdien ziet het er slecht voor de mensheid uit. De enige openstaande vraag is nog of ik wel of niet verantwoordelijk ben voor mijn daden, en of ik eigenlijk wel moet worden opgesloten als ik een willekeurige voorbijganger naar de eeuwige jachtvelden zou helpen. Over dat dilemma heeft inmiddels Jan Verplaetse een boekje geschreven: "Leven zonder vrije wil". Daarmee is het vraagstuk uit-en-tena besproken zou je zeggen. Al zullen de conclusies van Jan vooralsnog wel geen wetgeving opleveren.

Sinds ik literarair in deze brein- en bewustzijnswereld verzeild geraakt, heb ik geen leven meer. Bij alles wat ik doe, denk ik: doe ik dit nu zelf, of wordt ik van afstand bestuurd? Want of er nou een half uur of tweehonderdste seconde tussen aansturing en actie zit, dat maakt natuurlijk niet uit. Ik ben helemaal in de ban van de zelfobservatie. Dat gaan ongeveer zo:
Ik ben iets van plan. Daarna doe ik iets. En vervolgens kijk ik of ik het zelf doe, of dat het me overkomt. Dat levert kolderieke momenten op. Het overkomt me regelmatig dat ik ergens heen loop, en als ik daar dan ben, niet meer weet wat ik daar ging doen. Dat gebeurt niet sporadisch, maar bij herhaling. Met name de badkamer is een geliefd oord van mijn on(der)bewuste. Eenmaal daar aangekomen, weet mijn bewuste deel echter niet meer wat ik daar ook al weer ging doen. Als ik dit aan de kaak stel, blijft het binnenin verdacht stil. Een beetje alsof Kroko (zoals ik hem liefkozend ben gaan noemen) stiekum een vriendinnetje heeft naast mijn op zich toch niet onaantrekkelijke lichaam. Voor een brein dan. Mijn bewuste deel heeft best een aardig IQ, een afwisselend leven, variërend van voetbal tot klassieke muziek, en van detectives lezen en kijken tot gedichten lezen. Dat alles gelardeerd met een snelle analytische blik en een positief zelfbeeld. Maar misschien is het niet genoeg. Misschien zijn witte tegels en een WC pot veel uitdagender kamergenoten voor Kroko.

Als ik ben aangekomen op de uitgekozen plek, mag ik zelf verzinnen wat ik daar ging doen. Na enig nadenken weet mijn bewuste deel de puzzel meestal wel op te lossen.  Meestal is het inderdaad iets wat ik enkele minuten eerder van plan was, maar al weer vergeten: mijn portemonnee uit de broek halen die ik gisteren aan had, mijn schoenen zoeken die ik daar gisteren uit heb gedaan maar waarvan ik niet wist dat ze in de badkamer stonden, mijn tanden poetsen, omdat ik dat eerder even heb uitgesteld, de klaar gelegde was meenemen naar de wasmand, dat soort dingen.
Met die was loop ik dan naar beneden, waar ik naar de bijkeuken ga om de was te deponeren en de koffie aan te zetten. Ik laat dat dan graag ook aan Kroko over. Nu ik weet dat ik wordt bestuurd, laat ik me graag verwennen en kan ik ondertussen wat anders nuttigs doen. Maar dat blijkt teveel gevraagd. Kroko kan helemaal niet multitasken. Hij is dan de weg volkomen kwijt. Terwijl ik (of hij?) de oude koffiepads uit de Senseo haal, wordt de was zonder enige waarschuwing in de vuilnisemmer gekieperd. En wie mag de troep opruimen en in de afval gaan vissen: ik zelf!  Zodra ik het in de gaten krijg.

Ondertussen roept mijn bewuste deel me toe: Hou toch je kop erbij man! De pot verwijt de ketel.

Nee, ik ben niét mijn brein!

vrijdag 15 juli 2011

Middenmoter-cake

Het boek is uit. Ik lig een beetje op apegapen. Ik heb het natuurlijk over 'Religie voor Atheïsten'  van Alain de Botton. Ik heb het er moeilijk mee. Alain hemelt religie zo op, dat je bijna geneigd bent te denken dat niet religieus zijn een blunder van formaat is. Maar dat beweert hij niet.

Alains redenering is als volgt: Er waren, vroeger al, in de maatschappij diverse problemen, waaraan de mens  het hoofd had te bieden. Denk bijv. aan gebrek aan samenhang in de maatschappij, de neiging om niet datgene te doen waarvan je weet dat het moet (Akrasia), de behoefte van volwassenen om ook eens geknuffeld te worden, de neiging om van alles te vergeten en nog veel meer.
Godsdienst speelde op deze problemen in, en bedacht oplossingen om heel veel van dergelijke problemen op te lossen. Een mens die niemand kent kan gemeenschapsgevoel halen in een volle kerk en daar samen zingen. Een volwassene die genuffeld wil worden, als hij thuis niet met z'n werksores terecht kan, kan terecht in een donkere ruimte met een kaarsje, waar een schilderij van een zachtaardige jonge vrouw hangt. Daar kun je uit huilen. Maria luistert altijd. Een mens die denkt dat hij het zwaar heeft kan eens langs de bloederig vormgegeven kruisweg van Jezus de relativiteit van zijn problemen inzien.

Alain is volstrekt a-religieus (zegt hij). En godsdienst is uit. De problemen waarop de godsdienst inspeelde en in speelt, zijn er echter nog steeds.  Mijn probleem met de redenering is, dat Alain de indruk wekt dat de Godsdiensten (hij gebruikt ze allemaal (Boedhisme, Katholicisme, Protestantisme, Islam) hun hele regel- en rituelenapparaat hebben bedacht als oplossing voor die problemen. Intentionele maatregelen gericht op het welzijn van de mens. Op de één of andere manier wil het er bij mij niet in.
De uitkomst van zijn redenering is daarvan echter niet afhankelijk. We kunnen in onze maatschappij nieuwe instituten en rituelen invoeren, waarmee we nu wel de gestelde problematieken te lijf gaan. Alain roept ons allen op om onze eigen rituelen te bedenken en onze eigen instituties in het leven te roepen, los van godsdienst, maar gericht op de menselijke behoeften.
We kunnen bijv. Agape restaurants beginnen met tafels waar mensen kunnen eten met onbekenden. We kunnen de musea anders inrichten zodat ze thematisch inspelen op onze emoties en behoeften: een ruimte met schilderijen van hoop. Ipv vroeg negentiende eeuws, de rationele- en weinig verbindende thematiek, zoals die nu vaak wordt gebruikt.

Religie geeft ook een oplossing voor het feit dat we geneigd zijn te vergeten. Religie is multi- zintuiglijk. We lezen over religie niet alleen in boeken, we hebben ook feestdagen (pasen pinksteren), we eten een hapje (pesach, avondmaal), ons gevoel voor schoonheid wordt bespeeld nmet een mooi gebouw (kerk, tempel), kortom we worden via alle zintuigen beïnvloed.

Het is vakantie. Ik ben enkele weken weg. Ik ben niet meer te lezen. U zult niet meer aan mij denken. Tenzij:
Ik nam afscheid van een collega. Die had een eigen cake gemaakt, zodat wij hem niet zouden vergeten. Multi-zintuiglijk dus. U kent hem niet. Ik jat zijn idee. Daardoor ben ik met hem verbonden en u met mij.

Ik hoor graag hoe het smaakte.

Recept:  Chocolade wortel punten

125 gr. zelfrijzend bakmeel
1 tl kaneel
185 gr. basterdsuiker
80 gr. fijngeraspte wortel
200 gr gemengde gedroogde vruchten
100 gr. chocolade, gehakt
25 gr. kokos
2 eieren.licht geklopt
100 gr ongezouten boter
50 gr. gehakte walnoten
Kaaslaagje

125 gr. roomkaas
25 gr ongezouten boter
175 gr. poedersuiker, gezeefd
1 tl warm water

Verwam de oven voor op 180º
Bestrijk een ondiep bakblik (23x23) met gesmolten boter of olie.
Bekleed de wanden en bodem met bakpapier.
Zeef het meel met de kaneel in een grote kom.
Voeg de suiker, gerapste wortel, gemengde vruchten, chocolade en kokos toe. Roer dit kort.
Roer de geklopte eieren en boter door het mengsel.
Schep het mengsel in de bakvorm en strijk het oppervlak glad.
Bak de koek in 30 minuten goudgeel.
Laat de koek afkoelenen stort hem op een vlak werkblad.

Klop de roomkaas en boter met de mixer in een kleine kom glad.
Voeg poedersuiker toe en klop het mengsel twee minuten luchtig.
Voeg water toe en klop het goed door het mengsel.
Bestrijk de koek met het kaasmengsel en bestrooi hem met walnoten.

Snijdt hem in vierkantjes (16).

Heerlijk!!
En 16 vierkantjes is het thema van de volgende blog! Dat vergeet u vast niet.

maandag 11 juli 2011

Akrasia en de ecologische voetafdruk.

Ik lijdt aan Akrasia. Net als de meeste andere mensen trouwens. Tot gisteren wist ik dat niet, maar het is wel zo. "Akrasia is de verbluffende aanleg  te weten wat we moeten doen, gecombineerd met een hardnekkige weerzin, ingegeven door wilszwakheid dan wel verstrooidheid, om dit ook werkelijk te doen".
Dat las ik tenminste in 'Religie voor Atheïsten' van Alain de Botton. Ik weet niet of deze definitie ook in de DSM V zal komen, Nu wordt er nog gewerkt met de DSM IV en daar staat Akrasia niet in.  De DSM-IV is het classificatiesysteem dat gebruikt wordt om vast te stellen of sprake is van een psychiatrische stoornis.
Nu is de definitie niet onafgebroken op mij van toepassing. Soms zie ik iets gebeuren en voel ik niet de hardnekkige weerzin om te handelen. Weerzin is trouwens ook niet zo'n goed woord in dit verband. Dus aan de definitie mankeert nog wel iets. Ik lijdt dus hoogstens aan Partiële Akrasia. Maar dat doet aan het concept niets af.

Ton Lemaire heeft het in zijn boek "De val van Prometheus", over de drang van de mens om de aarde te vernietigen. We leven met z'n allen zo, dat het niet anders kan, dan dat de aarde het binnenkort begeeft. We putten alle bronnen van energie uit en leven alsof we een aarde in reserve hebben. Via Ton Lemaire hoorde ik voor het eerst van de ecologische voetafdruk (ev), een maat voor duurzaamheid. Sinds 10 jaar zegt Ton (ik mag toch wel Ton zeggen?), wordt 'ev' als maatstaf gebruikt om de milieudruk per persoon  in cijfers uit te drukken. De ecologische voetafdruk wordt gedefinieerd als de hoeveelheid land en wateroppervlakte, die vereist is om (a) te voorzien in de consumptie van voedsel, energie en andere producten, (b) de opname en neutralisatie van de voortgebrachte afvalstromen en emissies (uitstoot), en (c) de ruimte voor de infrastructuur (huizen, gebouwen, wegen en transport) die een mens gebruikt.
Gemiddeld gebruiken mensen 1,8 Hectare (Ha) per persoon per jaar. De gemiddelde ev is dus 1,8 ha. Dat is trouwens precies het verbruik bij één tiendaagse vliegvakantie. Maar de verdeling van dat verbruik is zeer ongelijk verdeeld in de wereld. Een gemiddelde Amerikaan verbruikt 9,5 ha. Nederland 4,7. West-Europa 5,1. China nu nog 1,5. India en Congo resp 0,8 en 0,7 ha.
Het eerlijke aardeaandeel van ieder mens, zo is berekend, bedraagt 1,6. We teren dus nu al 0,2 ha per wereldburger per jaar in. Dat aandeel wordt snel kleiner, omdat de wereldbevolking groeit en omdat we ondertussen de aarde vernietigen. Als we schatten dat we uiteindelijk allemaal ongeveer 1,5 ha kunnen hebben (als we opschieten met  versoberen) betekent dat dat de levenstandaard in Nederland met tweederde naar beneden zal moeten. In Amerika nog veel meer. We leven zwaar boven onze ecologische stand.

Met deze kennis op zak kun je het nieuwste boek van Peter Sloterdijk lezen: "Je moet je leven  veranderen". Sloterdijk pleit ervoor de ecologische voetafdruk kleiner te maken. Hij is de dikke gezellige voorvechter van komkommersalade waar de milieubeweging al zo lang op zit te wachten, zegt Peter Giesen in het Filosofie-magazine van augustus 2011. Sloterdijk snapt tenminste dat dat terugdringen van onze exorbitante levensstijl moeilijk is en ons moeite kost. Hij is zelf ook een bourgondiër die over de wereld reist. Hij snapt dat we weten dat het anders moet en het toch niet doen. Hij weet dat we allemaal last hebben van Akrasia. Daarom moeten we oefenen zegt hij. En als het niet lukt, gewoon weer oefenen. Het is nooit hopeloos. "Ik weet dat ik die I-pad beter niet had kunnen kopen". Het oefenproces leent zich voor uitvluchten.

Daarom heeft de godsdienst ooit de erfzonde voor bedacht, stelt de Botton weer, dan is het minder erg. We kunnen er niets aan doen, maar we weten dat we ermee op moeten houden. En zo biechten we en beginnen we opnieuw. Godsdienst is geïncorporeerde en gesystematiseerde psychologie, waarvan we niet in de gaten hebben, hoe goed de principes gebruik maken van onze menseljke trekjes. Daar kan de seculiere wereld veel van leren.

Al dit leed en de onaangename oplossing moet nog onder de mensen worden gebracht. Het liefst zo, dat mensen het graag aanhoren. Het geeft geen pas om wereldschokkende ideeën mompelend te verkondigen, zegt de Botton. Een goede redenaar wist Cicero al, moet bewijzen, behagen en overtuigen. Het liefst zo dat zijn toehoorders achteraf zijn onderkaak in een reliek met diamanten bezet in een kerk ten toon stellen, zoals de kerkgangers deden met de Heilige Antonius van Padua. Die dus geweldig kon preken.

Ik stel mijn vingers beschikbaar waarmee dit stukje is getypt. Na mijn dood natuurlijk.

maandag 6 juni 2011

Albert's probeersels

Het schrijven van stukjes gaat vanzelf. Een stukje kost ongeveer 10 minuten. Tenminste het schrijven van de stukjes. Soms vragen mensen: "Hoe kom je er op"? Maar die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik weet alleen dat de vraag: "Hoe kom je er op",  een antwoord heeft, ergens in een boek dat ik ergens heb gelezen. Bij Guus Kuijer meen ik in "Hoe wordt ik gelukkig?"  Maar het kan ook zijn in een boek van Mathieu Weggeman. "Waarom zouden we dood gaan?" of "Leiding geven aan Professionals, niet doen!" Twee boeken die trouwens niets met elkaar te maken hebben, sterker nog, die in twee verschillende werelden tot stand zijn gekomen volgens Weggeman zelf. Ik zou dat eigenlijk na moeten zoeken, maar daar heb ik geen tijd voor, wat een rationalisatie is voor "daar heb ik geen zin in".

Al typend moet ik daarbij denken aan het feit dat Weggeman "waarom zouden we doodgaan",  schreef in de vrije uurtjes tussen zijn lezingen over leiding geven aan professionals. Wat hij dus af raadde (of ried). Meestal dacht hij over (niet) dood gaan na op vliegvelden, een plaats waar ook Alain de Botton een boek schreef, wat ik trouwens niet heb gelezen omdat het me niks leek, maar dat ik, nu ik wat meer van hem heb gelezen,  misschien toch eens moet aanschaffen.

Als je al dit soort gedachten aaneen rijgt zonder ze op te schrijven, vergeet je ze weer, al kun je ze weer oproepen door na te denken over volgende stukjes, of over redenen om met stukjes schrijven te stoppen.
Veel van al dat denkwerk gebeurt trouwens zonder dat je er zelf bij bent. In je onderbewuste, een geruststellende gedachte, die je in Ab Dijksterhuis' (let op het kommaatje) "Het slimme onbewuste" terug kunt vinden. Net als allerlei leuke onderzoekjes, waarmee je op verjaardagen indruk kunt maken. Hangt trouwens wel erg af van het soort verjaardagen waar je pleegt te komen (of wordt uitgenodigd).

Al dit soort activeren van je geheugen, leidt je onontkoombaar naar Douwe Draaisma, mijn studie- en jaargenoot, die mij ongetwijfeld niet meer kent, en wiens werk ik met plezier regelmatig lees, hoewel ik aan zijn vak, de geschiedenis van de psychologie, tijdens mijn studie een grondige hekel had. Waarschijnlijk een pijnlijk bewijs van mijn toenmalige onvolwassenheid, al is dit stukje daar misschien net zo goed een bewijs van.
Gek wordt je van al dat proberen. Net als Michel de Montaigne, die zijn gedachten presenteerde onder de titel 'essays', wat Frans is voor 'probeersels'. En daarom heeft hij een warm plekje in mijn hart veroverd.

Uiteindelijk kost het verbeteren van de typfouten nog de meeste tijd.
En dat lukt nooit helemaal.