Posts tonen met het label Geluk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geluk. Alle posts tonen

zondag 21 oktober 2012

Hallucinaties

Ik heb nog nooit drugs gebruikt. Daarvoor biedt ik vandaag mijn excuses aan. Moet ik dat uitleggen?
Ik ben opgegroeid in de jaren 60 en 70. Je bent toch een beetje een watje, als je kans ziet die hele periode door te komen zonder één keer te blowen, of buiten jezelf te treden, te hallucineren of te trippen. Nou ja, één keer heb ik spacecake gegeten, zonder het zelf te weten. En daar ben ik toen vooral ziek van geweest. Mijn eerste hoofdpijn is mijn grootste existentiële jaren 60 ervaring.

Ik vraag mij af of dat nog ooit in te halen is. Zonder iets te gebruiken toch een beetje 'high'. Om mij heen zie ik dat soms. Een buurvrouw die depressief is, en daarvoor medicijnen slikt blijkt alleen maar met die medicijnen te hoeven stoppen om hele werelden te zien, waarvan ik geen weet heb. In de tijd van haar zwangerschap rent ze gillend over straat, getuigend van een wereld, die zo bijzonder is, dat wij allemaal mee moeten genieten en er bang van worden op hetzelfde moment. Als ze even bij ons zit, huilend en shakend, vertelt ze van beesten, kleuren en vormen, waarvan wij geen weet hebben. De bevalling en de terugkerende medicijnen verdrijven uiteindelijk deze, voor de meesten van ons verborgen, kosmos weer.

Ik blijk het aan te trekken. Jaren later als ik thuis kom van mijn werk, in een andere tijd in een andere stad zit de dan actuele buurvrouw op de oprit te huilen. Ook zij heeft depressieve trekjes weet ik. En omdat ze een koptelefoon op heeft en de ogen dicht; en ik geen zin heb in haar wereld, probeer ik onopvallend mijn huis binnen te sluipen. Zonder succes. Ze heeft mij gezien en wenkt. Ik blijf een watje en kan haar tranende ogen niet weerstaan. Zonder woorden overhandigt ze mij de koptelefoon.
De daarop volgende minuten zijn hallucinerend. Ik ken de stem en de muziek niet. Maar het dringt diep in mijn ziel door. Schurend en zagend.  Ik blijk te luisteren naar vrouwen van de eeuwigheid. 'Eternal Women'.  Kleine biografietjes van de doodsstrijd van Mata Hari, Marie Antoinette, Mary Queen of Schots, Sissi, Maria Magdalena, Jeanne d'Arc en Cleopatra. Op muziek van klassieke componisten, ook al een wereld die ik niet ken.

Ik realiseer me vandaag dat drugs en hallucinaties 'in' zijn.

"Vroeger, weten we uit te geschiedenis, verliet de ziel het lichaam wanneer het hart stil bleef staan.
Mijn ziel gedraagt zich anders en verlaat zijn lichaam al tijdens mijn leven", dichte mijn oma op weg naar haar dementie. Voor mijn oma was haar dementie een hallucinatie, Voor Lance Armstrong zijn zeven Tour de France- zeges één lange hallucinatie geweest. En voor Sylvia Kristel was Emanuelle haar levenslange uittreding.

Ik blijf op zoek naar mijn hallucinatie. Eergisteren was het zover. Bijna iedereen weet dat je kunt hallucineren van muziek. Heilzaam en ongeremd. Gisteren heb ik mijn koptelefoonhallucinatie in levende lijve gezien. Petra Berger. Opeens was ze daar. Als een vanzelfsprekende legende. Het was alsof ik thuis kwam. Alsof ik naar de radio luisterde en een goede vriend een column voor hoorde lezen. Al na twee nummers liepen de tranen over mijn wangen.

Ik wil vanaf vandaag anderen laten hallucineren. Iemand zet zijn leven in voor psychiatrisch patiënten. Ik zoek een cadeau voor hem. Ik stuit op de grootste neuroloog en psychiater aller tijden, Oliver Sachs, auteur van het boek "de man die zijn vrouw voor een hoed hield", een hallucinatie, die je iedere man gunt. Oliver heeft een grote hoeveelheid hallucinerende middelen ingenomen en daar een boek over geschreven: 'Hallucinaties'. Puur voor de wetenschap natuurlijk. Cogito ergo sum. Mijn rede stuurt mijn ziel. Hij wil weten wat zijn patiënten mee maken en dus roept hij hallucinaties op. Waarom niet!

Ik blijf doorgaan. Noordoostpolder: Pak je kansen. Verdrijf je depressie. Hallucineer. Lees Oliver Sachs, Luister naar Petra berger. Het leven kan één serie gloedvolle hallucinaties zijn, met én zonder drugs.


Deze column was te horen op radio Noordoostpolder op 20 oktober 2012 om 19.40 uur in het programma 'On the radio'. . 

maandag 2 januari 2012

Zelfingenomen gelukkig.

Oudejaarsdag. Tijd om goede voornemens te evalueren. "Dat zouden meer mensen moeten doen", zo'n reclamezinnetje dat blijft hangen. Voor mij gemakkelijk. Ik had er geen.

Het is zaterdag. In de achterliggende maanden ben ik 21 kilo afgevallen. Dat was ik op 1 januari nog niet van plan, maar plotseling leek het moment geschikt. Ik meen op 6 oktober. Altijd een mooie datum. Vijf oktober had ik nog een etentje, dus dat was duidelijk te vroeg. Ik ben tevreden.

Om 10 uur doe ik mee aan een spinningles. Niet om af te vallen, maar omdat je toch iets aan sport moet doen, nu hardlopen niet meer gaat. We spinnen op de top 11 van de top 2000. Zonder commentaar er tussendoor. Ideetje ook voor de radio? Ik kan de hele les het moordende tempo bij houden. Ik ben trots.

Om 12 uur lees ik een boek. Of eigenlijk meerdere boeken tegelijk. Ik deel mijn geluk met de sprinkhaan. En met Toon Tellegen. Na ieder verhaaltje wil ik stoppen. In gelukzaligheid. Soms sta ik mezelf toe om even weg te dommelen, omdat dan het verhaal misschien mijn onbewuste binnen dringt. En omdat het volgende verhaal niet nog beter kan zijn. Of toch wel? Ik ben gelukkig.

Om 4 uur haal ik witlof bij de kruidenier. In de auto heb ik tijd om even niet naar de top 2000 te luisteren. Een CD met de pianoconcerten van Giovanni Paisiello (1740-1816) is zo prachtig, dat ik bijna tegen een boom droom. Maar ik houd me staande. Ik had nog nooit van Paisiello gehoord, maar gelukkig mijn cosmeticakruidenier wel. Die stelt hem beschikbaar voor € 2,99. Ik ben tevreden.

Om 6 uur word ik uitgenodigd om oudejaarsavond ergens een glaasje te komen drinken. Tot die tijd met een boekje in een hoekje. Daar zit ook Toon Tellegen. Daar ligt "Speel ik met mijn kat of zij met mij?" , Saul Framptons prachtige boek over mijn held Michel Montaigne. En ook Bill Bryson vraagt nog aandacht. En het filosofiemagazine over helden. En Beethoven is dood terwijl er zoveel idioten leven. Het is warm, de regen tikt op de glazen koepel, het leven is goed voor mij.

Zoveel geluk moet je delen. Toon moet je voorlezen! Iedereen moet het horen! Ik moet bloggen! Een onmogelijke opgave dringt zich op. Zelfingenomenheid glijdt tussen de regels door. Het leven is prachtig! Vertel het aan niemand!

Weet je, zei de egel, ik ben nu tevreden. Heel tevreden.
Maar altijd als ik tevreden ben, ben ik ook verdrietig. Nu dus ook.
Ik vind dat zo raar. Hoe tevredener, hoe verdrietiger.
Soms denk ik: was ik maar nooit tevreden, dan was ik ook nooit verdrietig. 
Dan wou ik dat ik niks was. Niet tevreden. Niet ontevreden. Niet verdrietig. Niks
Hoe kan dat?
Ik weet het niet zei sprinkhaan.

Uit: Het geluk van de sprinkhaan. Toon Tellegen, 2011.

http://middenmoterroerselen.blogspot.com/2011/05/top-21.html


woensdag 7 december 2011

Prettig gestoord

Op de radio hoor ik een Belgische kunstenaar. Hij woont al jaren in een huisje aan de rand van het bos. Zelfs als luisteraar kan ik idyllisch met hem mee voelen. Jammer genoeg heeft hij sinds kort succes. Dat wil zeggen, hij heeft zich een zekere mate van bekendheid verworven. Dat is ook de oorzaak van het bezoekje van de razende reporter. Het einde van zijn rust. De kluizenaar vertelt dat er kort geleden, volkomen onverwacht, een hele bus voor zijn stulpje halt hield. De radioreporter klinkt geschokt.
- "Wat heeft u gedaan?"

Hij had de onnadenkend aanbellende toeristengroep vriendelijk te woord gestaan en een hand geschud.
-"Ge moet u laten storen",  is zijn bedaarde commentaar. Om er aan toe te voegen:
- "ge zijt het creatiefst als ge uit uw evenwicht zijt".
Even later komt hij zelfs tot: "Wees prettig gestoord", als samenvatting van: wees een prettig mens, ook al word je in je bezigheden gestoord.

Ik moest er aan denken, toen een collega mij voor de voeten wierp dat hij geschokt was door een uitlating mijnerzijds. Geschokt vindt ik wel mooi als je je er een beeld van vormt. Door elkaar geschud, de aarde bewoog. Waarschijnlijk doelde hij op een opmerking n.a.v. een boekje dat vooraan in mijn hoofd zit op dit moment: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon" van Klaas Hendrikse, de niet gelovige dominee uit Zeeland.  Dezelfde Hendrikse, die eerder de wereld stoorde met zijn werkje: "Geloven in een God die niet bestaat". Zijn recente schrijfsels leverden opnieuw een lezenswaardig werkje op, dat je aan het denken zet.

Ik hoop dat het "Ik ben geschokt", van mijn collega eigenlijk betekende: "Ik ben gestoord". Eventueel ook: "en dat vond ik wel prettig".
Of: "mijn aarde bewoog even".

Maar zo klonk het nog niet. Misschien moet ik hem nog meer uit z'n evenwicht brengen.

woensdag 5 oktober 2011

We hadden het goed voor elkaar.

Als zij in haar glimmende pakje binnen komt, glinsteren zijn ogen. Ze weet hoe hij zal reageren, maar verheugt zich er toch op. Ze zoenen, drie keer, zoals het hoort. Hartelijk. Zonder gene. Hij zegt nog niets. Hij wacht tot ik hen zie om dan pas te zeggen:
-"Wat ziet ze er weer mooi uit hé?
Tegen mij, maar voor haar bedoeld. Zodat we op elkaar worden betrokken.
Haar pirouette is het teken dat ze zich het compliment laat welgevallen, al is zijn daverende lach een onbestendig teken van voor mij onpeilbare sentimenten. Ze zoent ook mij. En ik haar. Onze harten huilen, nu al.

De beginminuten zijn erotisch. In wankel evenwicht. Ieder moment kan het omslaan, kan hij de touch verliezen, maar nu nog niet, even niet. Hij prijst haar schoenen, haar jas en haar blosjes. Hij zoekt de rand, als regisseur Pierre Audi met olifant en Woelmuis in de operaversie van 'de genezing van de krekel'. Hij is als woelmuis die rond woelt in het kruis van de olifant. Ik voel me Toon Tellegen gedwongen tot het schrijven van een verhaal over het swaffelen van eekhoorn. We zijn in ons eigen agapè-restaurant. Alain (de Botton) zou trots op ons zijn.
We zoeken een plekje. Hij neemt als vanzelfsprekend het voortouw. Z'n charme leidt tot lachende gezichten, z'n sturing tot vanzelfsprekend volgen. We klinken. We drinken. We zijn herenigd. Ik bewonder zijn flair, zijn vanzelfsprekende kracht en zelfvertrouwen. Ik ben blij dat hij de meeste ruimte in neemt.

Ooit waren wij hecht. Deelden lief en leed. Ondersteunden en oordeelden. Loodsen op hetzelfde schip, ieder met een eigen taak. Ezels met een eigen last. Drie musketiers in een wereld vol ego en eigendunk. Complementair en vol zelfvertrouwen. Managers, die graag als leiders te boek stonden. Want wie wil er nu manager worden genoemd? We waren net vijftig, in de nadagen van onze ambitie, overtuigd van de zegenrijke effecten van onze aanwezigheid. In evenwicht, verder dan de anderen.
Ik was van de inhoud, van het vakmanschap, het enthousiasme. Ik kon leerkrachten opzwepen tot gepassioneerd geloven in eigen kunnen, heen en weer springend tussen theorie en praktijk, tussen zweverig en praktisch, tussen filosofie en het echte leven.
Hij was van de commercie, van de klanten, het netwerk, het geld. Hij leerde ons dat je niet bang moet zijn om geld te vragen, om contacten te 'gebruiken', om geld en inhoud te verbinden. Hij kende 'de markt'.
En zij? Zij verbond ons. Zij liet ons zien dat niet iedereen dacht als wij, dat leren tijd nodig heeft, dat je moet voorleven ipv overtuigen. Cirkel van invloed en cirkel van betrokkenheid.
Maar bovenal leerde ze ons oog voor schoonheid, want ze was elke dag als nieuw.

Als enige overleefde zij de schifting. Charme en een voorzichtige stijl van communiceren leveren nu eenmaal altijd meer op dan confrontatie en botheid, meer onze sterke kanten. Tekenen van toenemende machteloosheid. Van gelijk hebben, maar niet krijgen, van domheid vermomd als intellectueel handelen.
Al waren we inhoudelijk succesvol. Al waren we populair bij onze mensen. Al hadden we de afdeling op orde. Al dachten we dat we 'het goed voor elkaar hadden', zoals hij niet naliet doorlopend te zeggen. Het bleken in de ogen van de machthebbers allemaal bewijzen van ons disfunctioneren, zoals zij uiteindelijk vond dat ze moest toegeven. Al was het maar voor even. Het is haar brandmerk in de nieuwe slavernij. Maar ze heeft het beter gedaan dan wij.

Het enige wat mij rest is een cadeautje voor hem te kopen. Ook namens haar, namens 'ons' dus.  Nu hij niet meer leiding geeft aan anderen is hij begonnen met het managen van de lastigste persoon op aarde: zichzelf. Al geldt dat volgens Ben Tiggelaar voor iedereen. Op basis van 'de gerecyclede indrukken uit mijn verzameling' (Guus Kuijer) zal ik een titel kiezen, die hem voor altijd aan ons zal binden en herinneren.
De 'Utopie van de Vrije markt' van Achterhuis is een mooi beginnetje. Hij als ondernemer, wij als loonslaven.  Of  'Je moet je leven veranderen' van Sloterdijk, meer een tip van hem aan ons, dan andersom, maar dat hoeft hij niet te weten. Ik leg het terug. Joke Hermsen die aanspoort de tijd te nemen dan? Of 'De Boodschapper' van Kader Abdollah? Net op tijd realiseer ik me dat dat meer een boek is voor mezelf. Een waarschuwing na een treurige mislukking als strijder voor belegen idealen. 
Uiteindelijk kies ik voor "Pleidooi voor treuzelen", van Peter Delpeut.
Hij buldert.

Als we afscheid nemen, vol twijfel en met beloften elkaar te blijven zien, ook al weten we dat we liegen, zegt hij het nog één keer ons mantra, onze verbindingszin:
- "En toch hadden we het goed voor elkaar".
Dan verdwijnt hij in het donker, ons de ruimte latend, maar met onze markt achter zich aan.

zondag 3 juli 2011

Verliefd

We gaan op vakantie! Voor de allereerste keer! Nooit eerder gingen we in de zomervakantie weg, en nu is het zover! Nog net voordat ik naar de middelbare school zal gaan. Mijn leven gaat een nieuwe wending nemen. Ik ga echt de wijde wereld in! Er is een caravan gehuurd op 'de Waps', in Oudemirdum. Dan kan Heit ook komen overdag. Op zijn Sparta. Van Tietjerk naar Oudemirdum op de Sparta, dat kan net tussen twee keer melken door. Als je extra vroeg op staat.

Als Heit voor het eerst komt is hij wat van slag. Onderweg haalde een auto hem in en uit het raam kwam een arm, die op en neer bewoog. Een aardige man. Mijn vader had terug gezwaaid en de langzaam afremmende auto ingehaald, om zo snel mogelijk zijn vakantievierende liefde en kroost te bereiken.
De auto had hem opnieuw ingehaald en er werd weer gezwaaid. Onder de indruk van zoveel vriendelijkheid volgde een nieuwe vaderlijke groet en een voorzichtige wheely. Wat niet eenvoudig is op een Sparta.
Even later was hij echter klem gereden door de auto en er waren twee agenten uitgestapt. Het vriendelijke zwaaien had moeten worden geïnterpreteerd als een stopteken en mijn vader ging op de Sparta harder dan toegestaan. Gelukkig was de Sparta niet in beslag genomen, zodat Heit, met 5 gulden boete, dat wel, de reis had kunnen vervolgen. De vakantie was duur begonnen!

Naast onze caravan staat een grote tent. Voor de tent zitten een man en twee kinderen, ongeveer van mijn leeftijd.  Het meisje komt nieuwsgierig kijken naar de beide jongetjes, die onwennig de omgeving in zich op nemen. Al snel spelen we verstoppertje.

Als ik enkele uren later, tijdens een eerste fietstocht, op een bankje in het bos zit voel ik me niet goed. Mijn buik doet zeer, en ik wil niks. Alleen maar terug naar de camping. Ik moet steeds aan Ellie denken. Ellie de Ridder heet ze en ze woont in Den Haag. Ze hebben thuis een bakkerswinkel. In de Michiel de Ruijterstraat.
Ik vertel dat aan mijn moeder, maar die is niet geïnteresseerd. En mijn broer ook niet. Ik voel me nog beroerder. Ik snap niet wat er met me is.

Vakantie, niks aan!

maandag 29 november 2010

Voorschotbenadering

Ze zit naast de juf, d.w.z. er zit nog één jongetje tussen haar en de juf. Dan komt zij. Ondanks dat ze het kleinste stoeltje heeft kan ze net niet helemaal met de voeten bij de grond. Ze heeft een rose vestje aan. In haar nek hangt de capuchon. Blond en stil zit ze daar.

De juf herhaalt met de klas de letters die ze al kennen en wijst op de waslijn, waar de letters aan knijpers hangen. Een drukke gele vogel denkt dat hij de letters kent en de kinderen reageren ontzet:
- "neeee!".
De juf speelt met verve. De kinderen genieten en leren. De meeste van hen kennen de letters, zoveel is duidelijk. Ze oefenen samen de klankgebaren: de 'mmmm' met drie vingers bij de mond, de 'p' met een gebalde ploffende vuist.
Mijn rose prinses doet voorzichtig mee. Ze heeft geen enkel idee wat de letters kunnen zijn. Of waar de letters zijn. Maar ze let wel op. Ze wordt onder gedompeld in een voor haar nieuwe wereld en techniek. Vol verbazing aanschouwt ze deze wonderlijke wereld. Ook al is ze er nog niet aan toe, ze maakt het wel mee.

Vandaag las ik dat het 'voorschotbenadering' wordt genoemd.
Vanaf nu is zij mijn persoonlijk symbool van deze onderwijsleer.

maandag 27 september 2010

Keerzijde: Het einde van de wereld

Hoe slecht is het eigenlijk met de wereld gesteld? Hoe lang zal de wereld nog bestaan? Zijn wij of onze kinderen 'De laatste generatie', zoals Fred Pearce beschrijft? Besteed je laatste € 5 aan het komen tot dat ultieme inzicht.

Het beeld bij dat onontkoombaar lot is voor mij de IJsberg. Lang onaan-tastbaar, en nu aan het ontbinden. Stukken storten zich in zee, als een aankondiging van het onafwendbare einde. Een knallend, dan weer ruisend, verwijt aan de boze consumptie-maatschappij.

En dan plotseling is daar dat ene beeld, het bijpassende beeld, het negatief van de IJsberg. De ontroostbare keerzijde van deze voormalige rots in de branding.
Het is mijn associatie, mijn hoofd, mijn verwrongen geest.
Een associatieve combinatie, een personlijke keerzijde, een huivering van ijs:

Een olifant staart mij aan:
onbehouwen, uitgehouwen.
Uit blauw, uit eeuwig ijs.
hij weet het einde is nabij,
de mens vreet aan zijn voortbestaan.

Zijn slurf is mat en uitgewoond,
zijn ogen liggen diep in kas,
zijn wang gewond.
van buitgemaakt ivoor.
Zijn leven weg gehoond.

Een waterval vervangt zijn neus
een nieuwe kans? Nog even dan.
nog even hopen,
dan is het eeuwig einde daar,
voor deze reus.

Een traan is wereldwijd
de hoop van stil verdriet,
geen toekomst voor ons kind,
alleen een olifant

Vereeuwigd, net op tijd.

zondag 4 juli 2010

Verwarrende belevingen

Ik lees vandaag vijf boeken tegelijk. Dat lijkt een bijzonder intellectuele en geplande bezigheid, maar dat is het niet. De boeken zijn er nu eenmaal. En ik kan niet zo lang achter elkaar hetzelfde doen. Ik hop van het één naar het ander.

Allereerst is er "Het recht om wij te zeggen", van Kees Schuijt. Democratie bestaat uit tegenstellingen, omdat tegenstellingen de essentie van democratie zijn. Een vaderlijk boek, dat het nog één keer uit legt.

Dan is er Luc Ferry:"Beginnen met Mythologie", omdat ik daar toch ooit mee moet beginnen, en omdat "Beginnen met Filosofie"het mooiste boek is dat ik ken.

Ik lees Safranski, de biografie en beschrijving van Nietsche, toch de grootste filosoof, of in ieder geval de filosoof die je moet kennen, en ook omdat hij eigenlijk reproduceert wat Spinoza al zei, alleen gaf Nietsche wel toe dat hij Atheïst was. En omdat ik van Spinoza hou.

Moeilijk allemaal en dus lees ik "het wezen van de olifant", van Toon Tellegen. "Als ik de olifant was, zou ik zeggen dat ik onlangs jarig ben geweest", aldus de wezel.

Op mijn koptelefoon heb ik ondertussen een CD gezet, die hoort bij het boek "Wagner en ik" van Gerrit Komrij, omdat Nietsche volkomen kapot was van het talent van Wagner en hoopte te componeren met woorden. En ik dat ook hoop te horen, of beter nog te voelen.

Ik zit in de tuin. Het is warm. Ik drink appelsap en rosé. Ik lees van alle boeken 20 pagina's. Tussen de liefde voor de kinderen door, die met hun geliefde vandaag beide thuis zijn. En mijn geliefde vindt het goed.

Ik hou van het leven.
Ik hou van mijn eigen authentieke weekendervaring.
Hoe verwarrend ook.

dinsdag 15 juni 2010

Klein geluk

Ik moet wachten voor het spoor. De zon schijnt. Even verderop is een vader even uit de auto gestapt. Hij staat langs de zandweg bij het station en draagt z'n zoontje van ongeveer drie op z'n arm. Samen kijken ze naar de langzaam binnen rollende trein, die stopt op het station. Wat een voorrecht: de trein voor je neus! Het jongetje geniet als de spoorweg open gaat. Hij doet met z'n armen de opengaande bomen na. Vader wijst op de trein. Ze lachen.

Pa geniet
Het kind geniet
Ik geniet

Tranen biggelen over mijn wangen:
Hoe groot is klein geluk!

dinsdag 1 juni 2010

Geluksbeleving (2)

Trouwe lezers van mijn blog hebben natuurlijk met verbijstering mijn laatste bericht gezien. Geluksbeleving? Amehoela! Alle vorige blogs gingen ook over geluksbeleving! Of het nu het ritje door de zon, de aardappeleetster in Portugal of een verdreven ergernis op maandagmorgen is.

Emotie is ook al zoiets raars. Ik ben een emotioneel mens, ja beslist! Maar dan vooral een strovuurtjesemotionalist. "Himmelhochjauchzend oder zum tode betrübt". Want om nou te zeggen dat ik erg lijd onder al die emoties, of dat ik er levenslang gelukkig van word, dat nou ook weer niet. Ik geniet van de beleving. Ik kan huilen en daar enorm van genieten. Maar dat geen diepgaande emotie willen noemen. Er blijft weinig van over. Ook geen maagzweer dus.

Hoe beleven mensen hun emoties eigenlijk? Sommige mensen zijn binnenvetters. Beleven zij intenser dan ik? Als ik wat roep, "met opgestoken zeilen", zijn zij dan dieper beledigd? Of (be)leven zij helemaal niet?

Misschien weer eens iets voor een onderzoek.

maandag 31 mei 2010

Geluksbeleving

Ik ben een emotioneel mens. Dat is heerlijk en lastig tegelijk. Lastig soms in je werk of in de omgang met anderen, die het 'communiceren met gebolde zeilen' niet altijd kunnen begrijpen en waarderen, en betrokkenheid al snel uitleggen als ruzie of een vorm van persoonlijke aanval.

Maar het is vooral heerlijk. Leef en beleef! Je hoeft er niet veel voor te doen. Je omgeving laten binnen komen is eigenlijk alles. Bij mijn lievelingsbezigheid, het ronddolen in Plato op de klassieke afdeling, of bij een boekenzaak, stuitte ik op een CD uit de serie Romantic Piano Concerto (deel 17) , de pianoconcerten van Mendelssohn. Thuisgekomen kon ik in de tuin zitten met de koptelefoon, en het boek van Rüdiger Safranski over Nietsche. Nietsches droom was om te kunnen filosoferen alsof hij muziek componeerde. Nietsche ervoer de muziek als vervoering. 'Zodra de muziek stopt komt de walging terug'. Ach, ik kon me er weinig bij voorstellen.

En toen is het gebeurd! Plotseling begon ik volkomen te shaken. De muziek gespeeld door Stephen Hough en het symphonieorkest van Birmingham, drong in al mijn porieën. Het bracht een oneindig geluksgevoel teweeg. Iets dat Maslow waarschijnlijk als piekervaring zou hebben geduid. Een oneindig onbewustzijn van het eigen zelf, alleen die muziek.

Toen het stuk afgelopen was, borrelde mijn ratio weer op. Kwam dit nu van dit stuk, van de uitvoering, van de combinatie met de tekst over Nietsche? Of nog van iets anders? Als experiment draaide ik twee andere versies van hetzelfde stuk, die ik ook heb: die van Lang Lang, door mij zeer bewonderd, en die van Elisabeth Leonskaja. Beide prachtig! Maar geen van beide leverde het gevoel op van eerder die dag. Dus terug gekeerd naar de eerste versie. In de veronderstelling dat het eenmalig en onduidbaar was. Maar zie, het was er weer! Kippenvel, nu ook zonder Nietsche!

Ik kan het verschil tussen de drie opnamen niet horen, maar mijn onderbewuste wel!

donderdag 20 mei 2010

Ochtendgedicht

Prachtig is het weggetje dat dagelijks leidt naar het werk.
De zon, het groen, de appelboom, de wolkjes aan het zwerk.

Zelfs de spoorbomen rood en wit, doen hun best om mooi te zijn,
wanen zich aan hun houten bestaan ontrukt.

Iets wat de electriciteitsmasten, lelijk en in de verte,
toch maar erg moeilijk lukt.

woensdag 12 mei 2010

Met de trein

Ik zag op TV dat de NS een onderzoek doet naar de kwaliteit van haar toiletten. Dat is goed. Treintoiletten zijn plaatsen, die je bij voorkeur vermijdt. Als je er toch onontkoombaar moet zijn, en je plast er, doet de doorspoel het meestal niet. De hendel heeft vooral veel loze bewegingsruimte. Dat heeft ook degene voor jou al gemerkt. De etensresten in donkerbruine dan wel donkergele versie zijn vaak nog beschikbaar.

De NS heeft een bijzondere onderzoeksmethode bedacht. Met een camera wordt het toiletgedrag van de bezoekers verkend en vastgelegd. En wel zodanig dat de toiletbezoeker onherkenbaar blijft. Tenminste voor de NS kijker. Want thuis zal er wel eens iemand het al dan niet erecte huwelijksgereedschap herkennen.

Ik weet niet precies hoe ik in moet schatten, dat ik ergens in een NS kantoor voorbij kom als proefpersoon. Ik stoot in beeld waarschijnlijk mijn teen aan de deur en kan de waterkraan niet vinden of druk op knoppen waarvan ik denk dat het de waterkraan is, maar er komt geen water. Zie ik er erg dom uit? Of in ieder geval onpraktisch? Wordt er om me gelachen, op welke manier dan ook?

De eerste conclusie is ook al bekend: De emancipatie heeft opgeleverd dat alle mannen tegenwoordig de bril omhoog doen. Ook al zoiets. Bij mij valt die halverwege de klaterende straal dan altijd naar beneden. En zo richt ik meer nattigheid aan, dan als ik de bril naar beneden had gelaten.

Nee het is beter om maar niet na te denken over dergelijke berichten.
Ik zal opletten hoe het toilet in de nieuwe treinen er uit ziet.