zaterdag 31 december 2011

Nieuwjaarswens 2012

IN EEN NIEUWE LAY OUT (Niet geheel vrijwillig):

Wat komt er eigenlijk terecht van al die wensen?
Wens je echt wat je mensen toe wenst?
Kun je er ook zelf iets aan bijdragen?

Vragen, die altijd weer bij me opkomen bij de wensen van weer een nieuw jaar.

2009 Was trouwens ook 2010, maar blijkbaar had ik toen wensen over....
2010
2011

En 2012? Ik denk aan:
Ook de langste weg begint met de eerste stap.
Niet het proces maar het product.
Oude wijsheden in nieuwe jasjes.

Of bestaan er helemaal geen nieuwe wijsheden?




donderdag 29 december 2011

Verkeerd bezorgd

Mijn schoonmoeder heeft een envelop gekregen van een bedrijf. Op de envelop staat een naam, een adres en een postcode van iemand anders, maar toch is hij bij haar in de bus geland.  Mijn schoonmoeder is 87. Ze is volkomen van streek. Ze heeft deze zelfde brief, of althans een brief van dit zelfde bedrijf, nl. vorige week ook in de bus gekregen. Toen heeft ze de brief bij haar tweedaagse uitje naar de Albert Heijn in de daar aanwezige brievenbus gedaan. En nu is hij weer bij haar terecht gekomen! Ze verdenkt het bedrijf van opzet.

Ik ben geen post-o-loog. Ik begrijp ook niet zo goed hoe een brief, met toch een duidelijk ander adres, zo fout bezorgd kan worden. Het enige wat ik kan bedenken is dat de code die op de brief is geprint er iets mee te maken heeft. Waarschijnlijk wordt de post machinaal gesorteerd, en wordt er daarbij een code op de brief geprint. In een tweede sorteerronde zal een apparaat dezelfde fout maken, of leest hij (of zij?!) de geprinte code en komt de brief in dezelfde (foute) stapel.

Ik denk met weemoed aan de tijd dat een postbode er nog op lette, voor wie de te bezorgen post was bedoeld. Hij (bijna altijd hij!) constateerde dan, dat er hier een foutje moest zijn gemaakt. En hij corrigeerde dat. Dus op de één of andere manier, is de postbode mede schuldig. In mijn ogen.

Inmiddels resten mijn schoonmoeder in mijn optiek drie opties, die ik haar uit de doeken doe:
1. De fout bezorgde brief opnieuw in de brievenbus bij Albert Heijn deponeren. In dat geval zou ik een kruisje op de brief zetten om te kijken of hij over een week weer bij mij in de brievenbus ligt. Als dat het geval is, zou ik de DHL, of hoe de postbedrijven tegenwoordig ook mogen heten, een brief schrijven. Als je 87 bent heb je zo je eigen mogelijkheden op interessant en experimenteel tijdverdrijf.
2. De brief in de brievenbus doen bij Albert Heijn, maar nu met grote lettters daarop vermeld: VERKEERD BEZORGD! In dat geval doet zich volgens mijn schoonmoeder, het dilemma voor, of je dan ook het adres moet vermelden, waar de brief oorspronkelijk fout was bezorgd. Om de verdiende dank in ontvangst te nemen, of om te voorkomen dat de brief opnieuw op hetzelfde adres, fout wordt bezorgd. Met als verborgen boodschap: Er zijn in Den Haag veel meer adressen waar de brief ook nog kan worden aangeboden. Liever niet weer bij mij! Deze optie blijkt echter zeer bedreigend, aangezien mijn schoonmoeder nadrukkelijk de optie 'opzet, gepaard gaand met poging tot opvolgende inbraak', in gedachten blijkt te hebben.
Op mijn weerwoord welke rol een verkeerd bezorgde brief dan zou kunnen spelen, blijkt ze van verregaande slimheid en doortraptheid van het potentiële dieven- en inbrekersgilde uit te gaan. Die zouden bijv. met deze brief de assertiviteit van bejaarden kunnen proberen te meten.
3. Blijft over de optie om de brief zelf te bezorgen op het beoogde adres. Dat kan in dit geval gemakkelijk, omdat dat adres boven de Albert Heijn blijkt te liggen. Dit zal het probleem wellicht vanzelf doen verdwijnen. Of de machine maakt later weer dezelfde leesfout, waarna opnieuw de keuze moet worden gemaakt tussen 1 of 2.

Tot mijn verbazing blijken er nog heel andere opties te overwegen. Het slachtoffer denkt aan:
a. het bellen van het afzendende bedrijf.
b. het bellen of bezoeken van de geadresseerde.
c. het bellen of bezoeken van de postbezorgende instantie.
Op mijn suggestie dat geen van deze instanties waarschijnlijk weet wat er aan de hand is, blijkt dat ze twee doelen heeft.
Het eerste is puur ideologisch van aard: dit moet stoppen. Een kruistocht tegen deze misstand kan de wereld fundamenteel verbeteren. Honderden, zo niet duizenden mensen, zullen door het doortastende optreden van mijn schoonmoeder, in de toekomst worden gespaard voor dergelijke foute overlastpost.
Haar tweede drijfveer blijkt veel minder altruïstisch van aard. Ze wil complimenten en dank van één van deze, of beter nog van alle drie, betrokkenen.
-"Ze zullen me dankbaar zijn".
Zo ging dat vroeger. Mensen waren dankbaar. Dat er nu processen bestaan, waar niemand invloed op lijkt te hebben, is haar even onvoorstelbaar als gruwelijk.

Nog even, dan is deze generatie helemaal verdwenen.
Een sombere gedachte bij weer een oud jaar.

donderdag 15 december 2011

Bekering (2)

Ze was zo mooi, zo vrolijk ook,
haar leven scheen de zon.
Haar stem een lied,
haar lach mijn buit.
Geeneen die zo mooi stralen kon.

Bekeerd tot onbewust bestaan.
zwembad en lichaam toe.
Haar haar beknot,
haar vrijheid zuur.
Zo jong al levensmoe.

Nu is ze bruin, katoen, vermolmd,
haar vreugd' devoot vergaan.
Haar man een bruut,
Allah mijn kruis.
Voor altijd weg uit mijn bestaan.

woensdag 14 december 2011

Bekering (1)

Allah heeft een nieuw slachtoffer gemaakt. God bestaat niet en Allah is zijn broer. En dat zijn de ergste in de Allah-cultuur. Ze was zo'n aardig meisje. Altijd vrolijk. Stralend, lachend, rinkelend. Jammer dat onze taal geen woorden heeft voor dat soort meisjes. Meisjes waar je niet beslist iets mee hoeft, om er toch terloops van te genieten.Omdat ze maken dat de zon altijd schijnt. Dat iedere zwarte dag toch een klein zonnestraaltje heeft. Meisjes, die je laten begrijpen dat Platoonse liefde voor iedere man is weggelegd.

Plotseling draagt ze een hoofddoekje. Ik herken haar stem, maar mijn lichaam wil niet mee. Ik kan stem en verschijning niet bij elkaar brengen. Al weer schieten woorden tekort. Alleen een gedicht is adequaat. Mijn maag keert om. Mijn ziel ziel staat stil. De zonnestraal breekt bij het krieken af. Het is alsof ze dood is. Een zelfgekozen dood? Of opgelegd door een man? Er zit vast een man achter. Niet herkende onderdrukking? Realiseert ze zich wat ze doet? Zich afdekken voor een godheid die niet bestaat? Nooit meer zwemmen? Je afkeren van de heersende cultuur?
Er komt een kind op bezoek, waar ze even op moet passen. Kinderen waren gek op haar, op haar klaterende lach, haar vanzelfsprekende mede-kind zijn. Nu is het kind bang voor haar, huilt angstaanjagend en onbedaarlijk.

Ik kan mijn gevoelens en beleving niet duiden. Woede, machteloosheid, ergernis, ongeloof, haat, misselijkheid. En nog veel meer.
Ben ik een racist? Of een moslimhater, een paranoïde hoofddoekjeswaarnemer? Moet ik op Wilders stemmen? Is mijn afkeer van hem politiek correct, maar weet mijn onderbewuste wel beter?
Ik weet niet wat ik  moet doen. Ik haat haar ook. Ze laat zich onderdrukken. Ze is mede schuldig aan al die vrouwen die in naam van godsdienst zich moeten laten welgevallen wat mannen behaagt. Ze is ondersteunster van de Taliban.

Vandaag is een Arabische vrouw onthoofd in het kader van de Sharia, vanwege hekserij! Ik weet het zeker: MIjn bekeerde prinses is mede schuldig!

woensdag 7 december 2011

Prettig gestoord

Op de radio hoor ik een Belgische kunstenaar. Hij woont al jaren in een huisje aan de rand van het bos. Zelfs als luisteraar kan ik idyllisch met hem mee voelen. Jammer genoeg heeft hij sinds kort succes. Dat wil zeggen, hij heeft zich een zekere mate van bekendheid verworven. Dat is ook de oorzaak van het bezoekje van de razende reporter. Het einde van zijn rust. De kluizenaar vertelt dat er kort geleden, volkomen onverwacht, een hele bus voor zijn stulpje halt hield. De radioreporter klinkt geschokt.
- "Wat heeft u gedaan?"

Hij had de onnadenkend aanbellende toeristengroep vriendelijk te woord gestaan en een hand geschud.
-"Ge moet u laten storen",  is zijn bedaarde commentaar. Om er aan toe te voegen:
- "ge zijt het creatiefst als ge uit uw evenwicht zijt".
Even later komt hij zelfs tot: "Wees prettig gestoord", als samenvatting van: wees een prettig mens, ook al word je in je bezigheden gestoord.

Ik moest er aan denken, toen een collega mij voor de voeten wierp dat hij geschokt was door een uitlating mijnerzijds. Geschokt vindt ik wel mooi als je je er een beeld van vormt. Door elkaar geschud, de aarde bewoog. Waarschijnlijk doelde hij op een opmerking n.a.v. een boekje dat vooraan in mijn hoofd zit op dit moment: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon" van Klaas Hendrikse, de niet gelovige dominee uit Zeeland.  Dezelfde Hendrikse, die eerder de wereld stoorde met zijn werkje: "Geloven in een God die niet bestaat". Zijn recente schrijfsels leverden opnieuw een lezenswaardig werkje op, dat je aan het denken zet.

Ik hoop dat het "Ik ben geschokt", van mijn collega eigenlijk betekende: "Ik ben gestoord". Eventueel ook: "en dat vond ik wel prettig".
Of: "mijn aarde bewoog even".

Maar zo klonk het nog niet. Misschien moet ik hem nog meer uit z'n evenwicht brengen.

maandag 31 oktober 2011

Reünie

Ik heb me afgevraagd of ik wel moet gaan. Wat heb je nou aan een reünie? Oude koeien uit de sloot halen. Bovendien, zo'n leuke middelbare schooltijd heb ik nou ook weer niet gehad. Als boerenzoon uit een buitendorp hoorde je er net niet helemaal bij. Uitgaan was een Utopie. Maar goed ook trouwens, want ik zou niet weten wat ik zou moeten doen bij 'uit'.

Bij de vorige reünie was ze er niet. Het meisje van nog een dorp verder. Het meisje waar ik op bezoek ging. Het meisje waarvoor ik smoesjes verzon om er 's avonds even langs te gaan: huiswerk dat ik was vergeten, een boek dat ik wilde lenen, een uittreksel dat ik wilde overnemen omdat zij het boek al had gelezen. Gelukkig bestond er geen internet. Hadden we geen mobiele telefoon.
Ik fietste naar haar huis zodat ik even 5 minuten bij haar op de bank kon zitten, want langer durfde ik niet. Zo had ik haar heel even voor mezelf, tenminste, hoefde ik haar niet te delen met de andere jongens. Want haar ouders waren er ook bij natuurlijk.

Nooit heb ik iets van mijn verwarde en verwarrende gevoelens met haar gedeeld. Ook niet toen ze mee was naar Taizé en Annecy op mijn eerste buitenlandse reis. Georganiseerd door de school. Ik durfde niet, was te bleu, te bescheiden, te groen, te on-ïngelicht, te pukkelig, te laf. Ik zag haar overal en was tevreden met het feit dat ze er was. Ik ben benieuwd wat er van haar is geworden.

Er zijn niet veel mensen van mijn examenjaar. Negentienvijfenzeventig is ook al even geleden. Omdat ik ben blijven zitten, zoek ik in twee lokalen naar bekenden. En al staat zij op de inschrijflijst, ik zie haar niet meteen.

Dan is ze daar. Ik herken haar meteen. Hoe kan het ook anders, ze is in al die 35 jaar natuurlijk bijna niet veranderd. En zij ziet mij. In het enthousiasme waarmee ze naar me toe rent en mij innig omhelst meen ik haar positie op de bank te kunnen lezen. Van destijds. Een siddering van zesendertig jaar verstilt in vijf seconden. Schuurt de ziel. Ze voelt warm en stevig. Ze kijkt me aan.
- "Wat ben ik blij jóu te zien".

We verkennen de dag. We blijven bij elkaar. We wisselen gezinnen uit. We zeggen niets.
We benoemen niets. Het zou kunnen breken, kapot kunnen vallen, ons kunnen beschadigen.
Bij het afscheid dezelfde warme omhelzing. De lichaamstaal van de gedeelde ervaring, woordeloos, maar daarom niet minder duidelijk.

Als ik naar huis rijdt zet ik de radio aan. Radio 4 natuurlijk, 'Pianistenuur'. Een derde deel over het leven van Liszt begint met Liebestraum 1 en 3. Hoe pathetisch kan het echte leven zijn! Als God knipoogt moet je wel omhoog kijken.

Misschien komt er nog een reünie, voordat de eeuwigheid ons op slokt.

zaterdag 29 oktober 2011

Dagsluiting

Als we de klas binnen komen bij de franse les, kunnen we merken dat er iets anders is. Onze leraar is er al. Tegen zijn gewoonte in. Hij is zenuwachtig. We hebben les over een een boek dat we samen lezen. Het telt mee voor de boekenlijst van 15 Franse boeken, die we voor het eindexamen moeten lezen. In het verhaal gaat het over een kar met twee wielen, waar een paard voor moet worden gespannen. Om het paard ervoor te krijgen moet het paard 'reculer', althans in het boek. Eén van mijn klasgenoten vindt dat maar onzin. Thuis hebben ze paarden voor een sulky, en je kunt best de kar om het paard trekken. Nergens voor nodig, dat 'reculer'.

De anders altijd goedlachse leraar blijkt niet bevattelijk voor grapjes. Of voor een discussie in het Frans. Hij is er niet bij. Lijkt het einde te vrezen. Als de les bijna afgelopen is, komt de aap uit de mouw.
-"Is het jullie laatste les vandaag?"
We knikken, "gelukkig wel!"
- "Het is de bedoeling dat aan het eind van de dag door de leraar wordt voorgegaan in gebed".
Hij deelt het mee, als was het een extra opdracht in ons huiswerk.
We zijn verbaasd. De afgelopen jaren is er nooit voorgegaan in gebed, niet aan het begin van de dag en ook niet aan het eind. Alleen bij het overblijven is er een moment stilte. De conciërge tikt met een mes op een etensbord, er volgt een razandsnelle minuut stilte, en na het verlichtende "Eet smakelijk" werken we onze 14 beterhammen naar binnen, om daarna een potje te kunnen schaken.Maar ook daar geen afsluiting.

"De  nieuwe rector heeft het zo bepaald", zucht hij, en hij neemt een devote houding aan met gesloten ogen, de gevouwen handen voor zijn kruis. Het is duidelijk zijn nieuwe huiswerkopdracht.
We doen mee. Als leerlingen van een christelijke school kennen de meesten van ons dit ritueel van thuis, de kerk of van bij opa en oma.

Hij begint een klein dankgebed. Het duurt maar even.
"Heer wij danken u, dat wij vandaag weer naar school mochten komen"
Wij vinden het best. Beter leek: "Dat we eindelijk naar huis mogen, maar we zeggen natuurlijk niets.
Hij lijkt niet echt te hebben nagedacht over het vervolg, want even wordt het stil. Dan vervolgt hij:
- "Ook danken wij u voor het mooie weer vandaag".

Nog voor het eind van de zin tikt de regen tegen het raam.
God laat zich niet paaien door een rechtlerige rector. De Franse leraar ook niet.
- "Oh nee, toch niet", zegt hij zonder aarzeling.
- "Amen".

Wij kijken nergens van op. De echte wereld lonkt, en zonder commentaar dringen we naar buiten. Op zoek naar een regenpak.  God heeft met niemand mededogen.