maandag 8 juni 2009

Middenmeer

Ik was tot zaterdag nog nooit in Middenmeer geweest. Hoe kom je daar ook. Snelwegen mijden Middenmeer. En de wegen die er naar toe leiden zijn recht als een liniaal en ogen niet toeristisch. Middenmeer is klein. Middenmeer ligt in de dunst bevolkte gemeente van Nederland.
Wie gaat er nou naar Middelmeer?

Middenmeer ligt in een polder: de Wieringermeerpolder. Die werd in 1930 droog gelegd. En in 1945 nog een keer, nadat de Duitsers het water weer binnen hadden gelaten, een pesterijtje. Als je fietst door de polder, onder langs de dijk, dan zie je dat het water hoger staat dan je fiets. Je krijgt een echt gevoel bij "onder de zeespiegel". Amerikanen worden er bang.

De bevolking van de nieuwe polder werd in 1930 zorgvuldig samengesteld. Door de 'Wieringermeerdirectie'.
Die bepaalde dat iedere nieuwe boer 20 hectare land mocht hebben. Die bepaalde dat de nieuwe boer minstens 300 gulden per hectare moest bezitten. Die bepaalde dat 2/3 van het land voor God was en 1/3 voor de heidenen. Of beter 1/3 voor de katholieken, 1/3 voor de protestanten en 1/3 voor niet gelovigen. De Wieringermeerdirectie bepaalde dat de polder moest worden bevolkt in kleine eenheden. In grote dorpen zouden de arbeiders te veel macht kunnen krijgen. En dan ontstaan er "broeinesten van terroristische activiteiten". De Wieringermeerdirectie had er kijk op.

Nu ben ik er geweest. En ik weet nu: Middenmeer is belangrijk. Middenmeer ligt in het midden van de Wieringermeerpolder. In het midden, dat is altijd goed. En in Middenmeer stond ooit de eerste moedermavo. Middenmeer is een voorbeeld voor Nederland.

In Middenmeer staan deze week 3 dichtgetimmerde scholen. Een openbare, een katholieke en een protestantse. De kinderen en de leerkrachten zijn vertrokken naar één gezamenlijk gebouw. Eén brede school. In Middenmeer is de verzuiling bij decreet afgeschaft. De oude gebouwen staan er triest, verkommerd en verzuild bij. Als je snel bent kun je ze nog zien. Geblindeerde ramen en her en der opschietend gras tussen de tegels van de speelplaats. Er gaan na de verbouwing katholieken en christenen en heidenen in wonen. Zonder aanzien des zuils.

Middenmeer: daar kan Nederland wat van leren !

vrijdag 5 juni 2009

Volstrekt overbodige ascessoire

Ik heb een parasol gekocht. De oude is in de schuur verrot. Helaas. De schuur bleek te lekken. Ik weet niet precies waar, maar er komt water binnen. En de parasol wordt nat. En nu is de parasol verschimmeld. Jammer, maar hij was aan de grote kant. U herkent Neerlands grootste filosoof al weer in deze nuancering.

De nieuwe parasol is kleiner. En er is een hoes bij. De hoes kun je over de parasol trekken, zodat hij niet nat wordt. Hij, dat is de parasol dus. Dat spreekt Neerlandisch gezien misschien voor zich, maar dat schijnt niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Bekend is bijvoorbeeld dat Mulisch ooit de zin schreef:"Vader sloot Jan op in zijn kamer". Neerlands bekendste schaker uit de zestiger en zeventiger jaren, Jan Hein Donner, was ervan overtuigd dat vader Jan op sloot in vaders kamer. En niet in Jans kamer, ook al beweerde Mulisch zelf stellig van wel. Nog afgezien van het feit dat het niet verstandig lijkt Jan op te sluiten in vaders kamer, als er aanleiding is om Jan überhaupt op te sluiten. Het is nog een wonder dat de man (Donner dus) de spelregels van het schaken heeft geleerd. Maar dit terzijde.
Je hoeft je door dit verhaaltje niet te laten overhalen. De hoes wordt wel nat, daar ben ik vrij zeker van als ik naar buiten kijk en ik stel me een regenbui voor.

Bij parasol en hoes zit een stok. Een soort tentstok in 6 delen, die je in elkaar kunt schroeven. Het geheel is dan ongeveer 2 meter lang. Uit de gebruiksaanwijzing bij de parasol (hoe overbodig kan iets zijn) maak ik op dat ik, met de in elkaar te schroeven stok, de hoes over de ingeklapte parasol kan manoeuvreren. Het blijkt absoluut onmogelijk. Het gewicht van de hoes maakt dat je door het omhoog houden van de hoes aan de stok alle sturing over de stok verliest. Want die is bijzonder buigzaam. Je kunt het probleem eenvoudig oplossen door de parasol scheef te houden en de hoes er als een overmaats condoom overheen te trekken. Kind kan de was doen.

Mijn verbeelding gaat zijn ongecontroleerde gang bij de confrontatie met dergelijke onzin. Wie bedenkt zoiets? Ik stel me dan voor dat op een regenachtige (!) dag, ergens in een kantoortje, enkele ontwerpers verveeld zitten na te denken over het verbeteren van hun product. Over het infiltreren van de parasol-markt. En dan komt iemand op het lumineuze idee: "we doen er een stok bij". Krimpend van de lachstuipen brengen ze het idee naar de marketingmanager, die er wel wat in ziet. Tot hun verbijstering. En plots leidt de stok een eigen leven.

Ik heb het bonnetje gezien van de aanschaf. Ik ga daar niet over. Over de aanschaf. Waarschijnlijk is het ontwerp en ontwikkeling van dit volstrekt overbodige ascessoire in de prijs van alleen mijn parasol mee berekend.

donderdag 4 juni 2009

Flapdrol

Al jaren speel ik met de gedachte om één keer in mij leven een cabaretprogramma te maken. Zomaar. Net als deze blogjes. Nergens voor en nergens om. Als een statement van nutteloosheid. Als een kus van zinzoeking.

Twee thema's strijden om de voorrang bij het invullen van het programma: 'emotie' en 'toiletbezoek'. Nu is daar veel verband tussen. Iedereen die wel eens het toilet heeft bezocht, weet dat dat een emotionele belevenis kan zijn. Ook de prikkeling van de fantasie die dergelijke bezoeken met zich mee brengen, is nauwelijks te overschatten. En de conference van Koot en Bie over het WK figuurpoepen, verdient al lang een vervolg.

Probleem van het thema is, dat de diepgang en maatschappelijke relevantie niet meteen vanzelfsprekend zijn. En dus is het wachten op een gelegenheid. Ik ben dan ook Jan Marijnissen erg dankbaar dat hij de gelegenheid heeft gecreëerd. Hij heeft van alle vormen van feacalieën nog weer eens de aandacht gevestigd op een bijzonder exemplaar, nl. de 'flapdrol'. Flapdrol betekent volgens Van Dale een ‘vent van niets, iemand die niets durft’. Etymologisch wordt het woord verklaard als ‘eigenlijk drol van een niet-vaste substantie, als teken van ziekelijkheid’.

Van Dale labelt flapdrol voorts als een informeel woord. Zo’n label wil zeggen dat Van Dale heeft geconstateerd dat de spraakmakende gemeente (onder anderen schrijvers, dichters, wetenschappers, journalisten, politici, kortom mensen die als representatieve taalgebruikers te boek staan) een woord of uitdrukking niet gepast vindt in communicatiesituaties waarin de maatschappelijke omgangsvormen gerespecteerd worden (Bron: http://www.taalbank.nl/).

Daarmee is de maatschappelijke relevantie van dit thema ook vastgelegd. Ik kan aan de bak.

Jammer dat Jan het drie keer zei.

dinsdag 2 juni 2009

Speelgoedland

Er is een vliegtuig vermist. Na de Turkse landing in een weiland bij Amsterdam, een nieuw item voor Benno Baksteen. Het vliegtuig was op weg van Brazilië naar Parijs.

Ik krijg nu zorgvuldig geselecteerde informatie over me heen, die de redactie van diverse serieuze programma's heeft samengesteld. Daarom hoor ik, dat De KLM niet rechtstreeks vliegt op Brazilië. En dus moeten Nederlanders die daar willen zijn, of daar vandaan willen , zich behelpen met andere luchtvaartmaatschappijen. Zoals Air France. Een samenwerkingspartner.
Dit blijkt relevant, omdat meteen na de ramp de vraag :"Was er ook een Nederlander aan boord?", in de Nederlandse pers van cruciaal belang is. De hoofdvraag eigenlijk.

Mij intrigeert dat mateloos. Want de vraag is natuurlijk: Is de ramp erger of minder erg, als er een Nederlander aan boord was? Het is vergelijkbaar met de vraag van mijn 3 jarige zoon, die ziet dat van twee exact dezelfde speeltjes die hij deelde met zijn zusje, er één kapot is en één heel: "Die van jou is stuk!"

Nederland is wel een beetje een speelgoedland. Of beter, de Nederlandse pers is een beetje een speelgoedpers. Gelukkig maar dat we niet al te serieus worden genomen.

Of dat ik ons niet al te serieus neem.

donderdag 21 mei 2009

Gezellig en sensationeel

Gezellig en sensationeel, niet twee woorden die ik in één zin zou verwachten. In Dalfsen staan ze ongegeneerd op één poster. Langs alle uitvalswegen.

Het blijkt te gaan over de kermis.

Ben je wel eens op de kermis in Dalfsen geweest? Het is een bijzondere sensatie. Op een grasveldje net buiten het dorp is en opgang van stro. Er staat een oversized tent met een bierpomp. Er zijn enkele bezoekers, maar de uitbater kan best aan de gemeente uitleggen dat het er meer waren, want de bierconsumptie rechtvaardigt de omvang van de tent. Tenminste als iedereen er twee neemt. Maar dat komt in Dalfsen niet voor.

Er staat een botsautotent, er zijn suikerspinnen en er is een vechtpartijtje, geweldadig, maar ook erg boers. De zon schijnt. De grijpmachine mist voor de zesde keer het horloge. De eendjes worden door een bocht gespoten. Ik heb alle attracties gezien. Het is kleinschalig, pietepeuterig, kinderachtig. Gezellig bijna.

Dalfsen, je zult er wonen. Sensationeel en toch gezellig. Of saai en toch een kermis. Het is maar hoe je tegen de wereld aan kijkt.

dinsdag 12 mei 2009

Blog volgen.

Mijn eerste les in psychologie kreeg ik van W.K.B. Hofstee. Hij vertelde iets over de psychologie als wetenschap. Stel je onderzoekt iemand tijdens een schoolkeuzetraject. Dan is niet alleen de uitkomst van het onderzoek van belang, maar ook of je het onderzochte 'subject', zoals hij dat noemde, de uitkomsten mee deelt.

En met dat je dat doet, kun je je eigen onderzoeksuitkomsten teniet doen. Zo doceerde Hofstee. Het kwam er op neer dat je tegen iemand zou kunnen zeggen:"U kunt het Atheneum doen, op voorwaarde dat ik u dat niet vertel".
Deze psychologoe gaat nog verder. Als je daarna zegt: "Maar helaas zal deze mededeling u zo gemakzuchtig maken, dat u het Atheneum nooit zult halen", dan wordt de kans dat het subject het alsnog wel haalt (bij sommigen), weer groter.
En daarmee onderscheidt de psychologie en het wetenschapppelijk onderzoek in de psychologie, zich van veel andere wetenschappen.

Zo kun je ook een aardappeltekort creëren. Als je het bericht verspreidt dat er een tekort aan aardappelen is, ook al is dat niet zo, dan zullen mensen aardappelen gaan kopen, egoïstisch als ze zijn (of op overleven gericht, wat natuurlijk alleen kan met aardappels). En dan ontstaat er vanzelf een aardappeltekort.

Het leek me appeltje eitje, dus ik ben psychologie gaan studeren. Maar dat is toch moeilijker in de praktijk toe te passen dan je denkt:

Ik heb wat gesurfd op het web. Als je in het eigen profiel je eigen interesses aan klikt, kom je op sites van mensen met dezelfde interesses. Zo kwam ik op de site van een 17- jarig meisje. Hele leuke blog. Ik wilde haar volgen. Maar dat kan natuurlijk niet. Dan lijk ik wel een vieze oude man, die jonge meisjes achterna zit.

Gelukkig kun je ook iemand anoniem volgen en dan kan de gevolgde blogger het niet zien. Maar als ik dat doe, ben ik dan niet nog erger dan als ik me zelf openbaar! Dan ben ik pas echt een vieze oude man. Dus dat kan ook niet.

En als ik deze gedachten heb, kan ik daar dan een blog over schrijven? Eigenlijk niet. Ik kwalificeer mijzelf eerst als vieze oude man, en zeg tegelijkertijd misschien wel iets over mensen die mij volgen, anoniem of niet. En dat wil ik natuurlijk niet.

Dit blog-artikel heb je dus niet gelezen. Wie je ook bent. Ik besta niet, jij bestaat niet en deze tekst bestaat ook niet.

Pffffff. Gelukkig, dat ging maar net goed.

zondag 10 mei 2009

Zielig.

Het bisdom Den Bosch bestaat 50 jaar. Op straat is een processie. Uit de bomen drupt de regen van een net gevallen bui. Er is geen publiek. De paarse banieren hangen er verzopen bij. Het woord 'druilerig' krijgt hernieuwd zijn betekenis.

In een kerk houdt een Braziliaanse priester een preek tegen 12 gelovigen. Hij heeft drie maanden geleden voor het eerst Nederlands geleerd. Er zijn in Nederland immers geen priesters meer. De Braziliaan is naar de rimboe gestuurd om de heidenen te bekeren.

Een eenzame vrouw zit op haar knieën in een hoekje. Ze maakt zich zorgen over waar het heen moet met de wereld. Ze maakt zich zorgen waar het heen gaat met de kerk. Het lijkt me niet hetzelfde.

De hele aanblik raakt mij. Wat moet ik toch met die kerk? Wat hebben al veel mensen hun leven verspild aan religie en dogma. Wat heeft die God ons toch aan gedaan! Wat heb ik daar een hekel aan.

Maar ik heb zo vreselijk met de mensen te doen!