zaterdag 8 september 2012

Pieperfestival

De Olympische Spelen zijn voorbij. Het scheelde niet veel of het was een ramp geworden. Na het EK voetbal, dat iedereen al lang vergeten is, en na de de Tour de France, die natuurlijk weer niet door Gesink werd gewonnen,  waren de spelen de laatste kans om iets van dit jaar te maken. Maar wat eigenlijk? Wat zouden de spelen van het jaar kunnen maken? En voor wie?

In de eerste week van de Olympische spelen werd er gejudood. Verschillende judoka's 'gingen voor goud', een Amerikaanse vorm van grootspraak, die bij Nederlanders onherroepelijk tot een enorme mentale depressie en zelfblokkade leidt. Roept een Nederlander dat ie gaat winnen, hoef je niet eens te gaan kijken. Dat wordt zeker niks! De Judoka's werden dan ook op de rug gelegd, in de houdgreep genomen of door de scheidsrechters naar huis gestuurd.

Na een week zonder al te veel succes leek de spirit er uit. De medaillekansen van de sporters die nog moesten komen werden laag ingeschat. De mislukte sportzomer, die onze identiteit definitief naar een nulpunt zou loodsen, diende zich aan.

-" Zou het voor de mensen die nog niet geweest zijn misschien beter zijn als er alvast iets was gewonnen? ", vraagt Mart Smeets aan een deelneemster die nog moet komen. Een interessant punt. Ga je beter presteren als anderen in een andere sport het goed doen, zelfs al ken je die personen niet? Bestaat er zoiets als teamgeest zonder team?

Zelf zit ik in een schaakteam. Het woord op zich is al belachelijk. Acht schakers, die tegen acht schakers van een andere club spelen, zijn geen team. Als je een punt haalt, wordt dat bij de andere punten opgeteld, en zo kun je winnen met 5-3 of verliezen met 8-0. Maar het is geen teamsport. Het is bijv. streng verboden om tijdens het spelen over de partijen te overleggen. En toch heb ik gemerkt dat als je speelt met een vriendenclubje, het team beter presteert, dan een achttal even sterke schakers die niets met elkaar hebben. Teamgeest zonder team.

Ik kwam vandaag in Emmeloord, toevallig. Ik werd opgehouden bij afgesloten wegen. Mensen renden van Urk naar Emmeloord.  Ik begreep niet waarom.
-"Vanwege de piepers", deelde een vriendelijke vrijwilliger mij mee.
De wat?
-"De aardappels! Dat hebben wij hier elk jaar!"
Hij leek te verwachten, dat ik meteen begreep waar hij het over had. Ik moest denken aan Freek de Jonge, die in een conference aan een man vraagt : Hoe komt u aan die tulpen? En dat die man zegt: De oorlog!
Ach natuurlijk de oorlog! Dat ik daar niet aan heb gedacht!
Ach natuurlijk, de aardappels, dat ik daar niet aan heb gedacht!

De vrijwiliger keek zo trots, dat ik niets tegen zijn, voor mij bizarre logica, wist in te brengen; maar de omstanders knikten. De aardappels!
Ik weet er nu een beetje van. Van het Pieperfestival.
Ik ben blij dat ook in de Noordoostpolder er iets bestaat dat leidt tot teamgeest zonder team. Naast radio Noordoostpolder is dat de aardappel weet ik nu. Wat de Olympische spelen zijn voor Nederland, is de aardappel voor de Noordoostpolder. Ieder middel is geoorloofd. Als het maar werkt!

Ik heb vanavond een aardappel gegeten. Ik voel me er al een beetje bij horen.

NB. Deze column was te horen op radio Noordoostpolder op zaterdag 8 in het programma On the radio.

zaterdag 1 september 2012

Knietje vrijen.

Ik ga een column maken voor radio Noordoostpolder. Dat lijkt me het aangewezen moment om eens na te denken over wat ik weet van de Noordoostpolder, of over wat ik heb met de noordoostpolder. Tijdens het nadenken over deze tekst valt me al op dat je het woord noordoostpolder niet straffeloos kunt blijven herhalen. Niet alleen is het te lang en teveel een tongbreker, het intellectuele gehalte van je tekst lijdt er ook meteen onder. Teveel polder. Niet sexy. Niet hip. Niet chil. Niet vet. Niet….., ja, hoe zou dat nu heten eigenlijk? En kun je Noordoostpolder straffeloos afkorten? NOP?

Mijn eerste herinnering aan de NOP is gek genoeg seksueel getint. En dat is verrassend. Mijn associatieve brein is beslist niet ongebreideld seksueel van aard en het woord polder is, ook in mijn gevoelswereld, niet ultrasensueel. Het is evenmin zo dat ik iedere gedachte aan vroeger meteen Freudiaans weet terug te voeren op een orale, genitale, anale of andere fase, ook al heb ik een psychologische vooropleiding.
Ik zie me zelf weer zitten in de keuken van onze boerderij. Het is eind jaren zestig. Ik ben een jaar of twaalf. Er zijn kennissen van mijn ouders op visite. Mijn vader en de mannelijke bezoeker bespreken het plan van de bezoeker om naar de Noordoostpolder te verhuizen. Dat is dus het moment dat ik dat woord voor het eerst hoor: Noordoostpolder. Onze bezoeker wil daar een loonbedrijf beginnen. Er schijnen daar grote boeren en boerderijen te zijn. Met heel veel bouwland en heel veel werk. Daarbij vergeleken, is mijn vader met z’n 12 koeien en 11 hectare weiland een te verwaarlozen bron van inkomsten. Het huidige loonbedrijf van de bezoeker loopt niet zo goed en in de NOP, zal hij zijn als Anton in loonbedrijfluilekkerland. Het geld zal er binnen stromen. De bomen zullen tot in de hemel groeien. Mijn vader knikt.
Ik zit schuin tegenover onze bezoeker. Naast hem, en dus recht tegenover mij, zit zijn dochter, van een jaar of elf. Hoewel ik geen enkele seksuele aanmoediging vanuit mijn opvoeding heb meegekregen, en alle relevante voorlichting beperkt is gebleven tot een boekje dat mijn moeder mij op een onbewaakt moment in de handen drukte, met de woorden:   “Lees dit maar eens even, misschien heb je er iets aan”, ondanks dat, reageert mijn lichaam op haar aanwezigheid. Ze lacht naar mij. Ze heeft een beetje een bol gezicht, en ze bloost een beetje. Ze heeft al borsten. Het symbool van ‘sex’. De jongens op school hebben het er vaak over. Ik houd mij dan altijd op de vlakte. Snap niet zo goed waar ze het over hebben. Weet niets van sex. Maar nu helpt mijn lichaam mee. Ik raak met mijn voet haar been aan onder de tafel. Niemand kan het zien. Ons pluchen tafelkleed hangt minstens 30 centimeter over de rand. De aanwezige mannen gaan op in hun loonbedrijf-luchtkastelen.
En zij? Ze is in ieder geval niet echt verlegen. Zonder gene wrijft zij met haar voet langs mijn been. Ik ben blij dat we geen schoenen dragen. Dat de klompen keurig in de schuur zijn achter gebleven. Ik wrijf een beetje terug. We kijken elkaar niet aan. Zij knelt mijn been tussen de hare, komt met haar voet zo hoog langs mijn been, dat er gevoelens opwellen, die volkomen nieuw voor mij zijn.
Als ze weg zijn wil ik maar één ding: ook naar de Noordoostpolder verhuizen.

Ik heb haar nooit meer terug gezien. Het loonbedrijf dat ze zijn begonnen was binnen een jaar failliet.
-" Ach, hij was altijd al een fantast, en een chaoot", weet mijn vader later te vertellen.

Ik vraag me nu af, hoe groot de Noordoostpolder is. Hoeveel mensen er luisteren naar radio NOP. Ik stel me voor dat de wereld daar zo klein is, dat iedereen meteen weet om wie het gaat.

Ik weet zijn en haar naam niet meer. Maar ‘knietje-vrijen blijft voor mij altijd iets van-, en verbonden aan de Noordoostpolder.

NB. Deze column was te horen op radio Noordoostpolder op zaterdag 1 september in het programma 'On the radio'.

vrijdag 27 juli 2012

Eventuele overlijdensdatum: ..............

Mijn dochter belde. In een formulier dat ze moet invullen, wordt gevraagd naar het sociaal verzekeringsnummer van haar ouders, en hun 'eventuele overlijdensdatum'. Omdat ik in de stad loop, en niet meteen het antwoord weet, beloof ik haar terug te bellen of z.s.m. te mailen. Als ze heeft opgehangen, realiseer ik mij pas ten volle het bizarre van haar vraag. Al lopend probeer ik een antwoord te vinden. 

Mijn vrouw is ziek. Ze heeft een virusinfectie. Kenmerk van dat virus is dat het gepaard kan gaan met  leverfalen. 'Hetgeen de dood ten gevolge kan hebben', vermeldt de zelfdiagnosesite op internet vrolijk. Omdat het virus ook 'zeer besmettelijk' is, moet het mij niet al te veel moeite kosten dat virus ook op de doen. Onze gezamenlijke overlijdensdata kunnen dan worden voorzien, waarschijnlijk ergens in januari.

Het hele scenario heeft wel meerdere zwakke kanten. Allereerst gaat het met mijn vrouw al weer wat beter en lijkt haar dood nog ver weg. Daarnaast vraagt de hele opzet dat ik min of meer actief onderdeel ga uitmaken van deze gang van zaken, waar ik nog niet aan toe ben, alleen om een formulier ter wille te zijn. Ook veronderstelt het dat mijn weerstand zodanig afneemt dat het virus ook bij mij een kans krijgt, één van de voorwaarden voor het actief worden van de ziektekiemen.  

Nee, ik denk dat ik op zoek moet naar een moment waarop mijn vrouw en ik samen iets gevaarlijks gaan ondernemen. Helaas zijn we net veilig terug van een weekje Rome. Twee kansen om bij de landing van het vliegtuig neer te storten zijn daarmee in rook opgegaan. Een volgende vliegreis is nog niet gepland. Ook onze vakantieplannen herbergen,  naast deelname aan het verkeer,  geen levensbedreigende activiteiten. 

In dat verkeer ligt natuurlijk de onzekere factor. Elke dag de laatste zijn. Ik denk dat ik dat maar ga mailen. 

zaterdag 14 juli 2012

Kunstenaar

Gerrit is dood.
Wie ben ik om in zijn schaduw te denken.
Mij rest alleen het schaamrood.


Ik las ooit zijn gedicht.
het bediende mij op mijn wenken.
Het lacht in mijn gezicht:

Gerrit verdicht mijn strapatsen
Ik herken zijn strijd en voel zijn werk
mijn stukjes slechts malle fratsen.

De Taalsmid

De klinker en de medeklinker zijn
De weke onderbuik en het korset.
Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,
Het vormeloze in de steigers zet.

Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,
Verenigen zich vloeiend tot couplet.
De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,
Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.

De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.
Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,
Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,

Of iets daartussenin, zeg een sonnet,
Terwijl de lezer onbekend blijft met
Zijn worsteling met spekvet en balein.

----------------------------------------------------------
Uit: 'Nieuwe gedichten',1999 van Gerrit Komrij.

zondag 8 juli 2012

Discriminatie

Het jaarlijks buurtfeest is dit jaar aanleiding voor een zaterdagse kanotocht. Met de goede buur in plaats van de verre vriend in een bootje. Kanoën of kajakken. Kajakken dus. Gelukkig staat het verschil net op tijd in mijn zaterdagkrant.  "Hoe overleef ik een kanotocht". Toeval? Als God knipoogt moet je wel omhoog kijken.

Als we na een rondje Weerribben weer op het terras van de kajakverhuurder zijn aangeland is het zoet rusten.  Tot een speedbootachtig vaartuig met teveel mensen aan boord, ook aanlegt aan ons grasterrasje. Zo'n nummerbord met een Y er in. Mensen uit mijn allergiezone. Een veel te dikke dame probeert over de RVS reling van boord te komen. Wat niet lukt natuurlijk.
- "Zou iemand mij niet eens helpen?"
- "Zou jij niet eens een uitweg nemen die je aan kunt!"
De mannen weten dat ze niet hard kan lopen.

Eenmaal toch op de kant en met een veel te groot ijsje om af te vallen, nemen de zes plaats op het terras. Te weinig stoelen voor iedereen. Wij zitten er ook met de zeven sportieve buurtbewoners die niet in een fluisterboot plaats hebben genomen.
Gelukkig blijkt de buitengewoon aardige eigenaresse van het terras bereid haar privé-tuinbankje aan het gezelschap uit te lenen. De dikke dame haalt opgelucht adem. Ze had al gezien dat ze niet had gepast tussen de leuningen van de stoelen.
En het gebeurt. De echte wereld laat je nooit in de steek. Het beschikbaar gestelde, vorige week nog groen geverfde, knus ogende tuinbankje, zucht ineen onder het onverwachte geweld. De dikke dame laat het gilletje. De buurtbewoners lachen ongegeneerd. En ik onttrek me daar niet aan. Niet lachen omdat het niet hoort, dat zou pas discriminatie zijn.

Het is zondag. Eindelijk is er een plaatsje vrij in 'Les Intouchables'. Wat een film! Wat een plot! Een zwarte man uit een achterstandswijk wordt de verzorger van een puissant rijke man, verlamd vanaf z'n kin. Alleen mobiel via de mondbediening en z'n elektrische rolstoel.
- "Zou je deze man wel aannemen, dat soort kent geen medelijden".
- "Dat is precies wat ik wil: "geen medelijden"".

Als de verzorger een nieuwe vriendin voor zijn broodheer zoekt, eist hij dat die een foto zal vragen.
- "Misschien lijkt ze wel op een trol".
- "Misschien is ze wel gehandicapt!".
- "Vergeet niet te vragen hoeveel ze weegt".

Nee als je door een bankje zakt word je uitgelachen. Moet je maar niet zo dik worden. Of het kan je niet schelen. Je bent intouchable. Het zal je gebeuren dat je niet wordt uitgelachen, dat is pas erg. Discriminatie!

zondag 3 juni 2012

Ongeremd schrijven

Mijn bloggen zit in het slop. Niet omdat ik geen ideeën heb. Die zijn er genoeg. Ik durf ze alleen niet op te schrijven. Ik loop tegen gedachten van anderen aan, waaraan ik merk dat ik meteen en zonder aarzeling precies het omgekeerde vind. En schrijven gaat alleen goed als je ongeremd kunt schrijven. Zonder gene. Zonder jezelf geweld aan te doen. Zonder te sparen.

Iemand vind dat Halbe Zijlstra subsidie moet geven voor de oude kerken in de provincie Friesland. Prima. Maar waarom geld geven voor het huis van iemand die niet bestaat en waar niemand meer iets van wil weten? Maar er zijn andere opvattingen mogelijk en ook te onderbouwen.

Iemand vind dat iemand anders te dik is, maar als hij dat zegt is de bejegende persoon boos. Dat is niet aardig! Dat zou hij niet moeten zeggen, anders kom ik niet meer op visite. Zelfs al vind ik zelf ook dat ik te dik ben!

Ik vind dat je moet trainen tijdens de looptraining en niet moet rondleuteren. Waarom kom ik anders trainen? Maar als ik dat zeg is de trainer boos. We doen het met plezier. Ik word moe met plezier.

Iemand is prins en gaat buiten de piste skiën. De natie rouwt en ik denk: eigen schuld.
Maar er zijn andere opvattingen mogelijk en ook te onderbouwen.

Er staat een condoleanceregister op internet. Voor Hans Kreijns, een groot bridger. Er is een link naar de rauwkaart. Zijn ze gek geworden? Met een a!! echt waar.

Ik ga met een groep aan een hardloopwedstrijd mee doen. Ze blijken na afloop een rondwandeling met gids te hebben georganiseerd. Ik haat wandelingen met een gids. Iedereen weet dat, want ik ben niet op mijn mondje gevallen. Maar voor de organisatoren is dat niet leuk. Moet ik het daarom niet vinden?

De werkelijkheid is gekker dan de meest chagrijnige blogger kan schrijven. dus houdt hij beter z'n mond. Laten we niet al te eerlijk zijn! Maar er zijn andere opvattingen mogelijk en ook te onderbouwen.

zaterdag 14 april 2012

De zaterdagkrant

Als ik naar beneden kom steekt de zaterdagkrant uit de brievenbus. Of in de brievenbus. Een dik pak lokkende verrassingen, uiteen gelegd in katernen en een glossy magazine. Het is maar goed dat ik vroeg ben opgestaan. Ik leg het katern 'Boeken' bovenop op de keukentafel, met daar onder het katern met de voorpagina. Dan 'Het Vervolg', wetenschap en dan nog het reizen. Ik vouw het boekendeel open en scheur de pagina met de puzzels er uit. Sinds de denksporten in het boekenkatern zitten, een vast terugkerend zaterdags ritueel. Want naast de puzzels zitten de schaak-dam- en bridgerubriek, die ik als eerste zal gaan lezen. Mijn vrouw zal zich zo meteen , nadat ze haar ontbijt heeft klaar gemaakt, op de puzzel storten. Dat wil zeggen op de schuine Sudoku van Jan Meulendijks. Ik wil niet dat zij er last heeft dat het katern bezet is. Of dat ik gestoord wordt tijdens het lezen ervan. Zorgvuldig controleer ik of ik eventueel geïnteresseerd zou zijn in de pagina op de achterkant van de puzzels. Maar dat is gelukkig nooit het geval.

Even leg ik dit lokkende perspectief van schaken en boeken terzijde, om uit het katern met de voorpagina, het kunstkatern te pellen. En daarna uit het kunstkatern het sportkatern. Even verlekker ik mij aan wat mij daar straks staat te wachten. Maar ik ben sterk en leg de gevonden katernen in de volgorde sport, voorpagina en kunst onder de boekenbijlage. Dan smeer ik een boterham.

Ik lees over Nederlandse schakers in den vreemde. Ik lees over de briljante bridger Hans Kreijns, die deze week is overleden. En ik lees de damrubriek, al snap ik niets van dammen. Alleen al het feit dat een briljante geest als Ton Sijbrands de rubriek schrijft maakt dat ik me niet voor kan stellen dat er Volkskrantlezers zouden kunnen zijn, die de damrubriek overslaan. Een sport die zich noteert als 44-40!! 25-30; 24x35 13-19 moet mistieke kanten hebben. Hoe mooi kan dammen zijn. Het lezen van zijn analyses van partijen van de grootsten der dam-aarde, doet je beseffen dat hij zelf nog steeds de grootste moet zijn. Al is het maaromdat hij bij een stelling na 19 (!) zetten constateert: "Bodanikov kan niet op zijn theoretische kennis terug vallen, omdat deze precieze stelling zich nog nooit eerder heeft voorgedaan".
Wat een merkwaardig gevoel moet dat zijn voor de praktiserende dammer: alles wat in de damwereld gebeurt, wordt gemeten langs de Sijbrandsmeetlat. Niet uit ijdelheid, maar omdat hij het 'toevallig' weet.

Ik blader verder. Hoop op recensies van filosofieboeken, want fictie lees ik niet meer. De pas verschenen non-fictie is teleurstellend deze week. Daarentegen zijn er diverse koppen die intrigeren:
- Het machteloze zwijgen van de therapeut
"In het najaar van 1945 komt de Joodse Esra met bange wijd open gesperde ogen bij Hans Keilsen om onderzocht te worden vanwege zijn angsten. Zijn gekweldheid en zijn neiging anderen te kwellen. Keilsen heeft ervaring met kinderen die ondergedoken hebben gezeten, maar zag nog nooit eerder een kind dat een concentratiekamp overleefde".

Een voor mij volstrekt nieuwe thematiek uit de oorlog. Therapie van een 12-jarige overlever van een concentratiekamp, en dat in 1945. Dat wil ik meteen lezen.

- Ik ga me tot één onderwerp beperken.
Voor de tweede keer in één week word ik geconfronteerd met A.L. Snijders, de uitvinder van het ZKV, het Zeer Korte Verhaal. Wat trouwens veel korter klinkt dan de verhalen in werkelijkheid zijn. Ik ken A.L. Snijders. Hij leest altijd een ZKV voor op radio 4, iedere vrijdag, of iedere dinsdag, dat is pas geleden gewisseld. Daarvoor had ik nog nooit van A.L. Snijders gehoord. Eerst vond ik het niks. Maar langzaam werd het leuker. En zeker nu ik begin deze week A.L. Snijders voor het eerst heb gezien (op TV) ben ik bijna fan. Ik leef al een week met de gedachte een ZKV te schrijven over A.L. Snijders. Ik heb ook al een zin bedacht voor dat verhaal:
"Ik worstel nog met de gedachte of ik A.L. Snijders in mijn verhaal één van zijn eigen korte verhalen moet laten voorlezen, of eentje, die ik voor hem heb bedacht". Ik ga het verhaal iets met 'Droste' noemen. Vanwege het effect. Een kort verhaal over een kort verhaal door iemand die korte verhalen schrijft.

- Zullen we neuken vraagt oma
Ik lees het verhaal dat er onder staat niet eens. Al scan ik wel het artikel, dat lijkt te gaan over op zich interessante verhalenvertellers. En de naam van mijn held JJ Voskuil komt in het artikel voor. Het helpt niet. Ik blader verder. En pak het sportkatern. Zo meteen ga ik, net als iedere zaterdag, hardlopen. Ik lees het artikel over Koen Raaijmakers, die met heel veel trainen zijn looptechniek zo heeft verbeterd dat hij hoopt de marathon 70 seconden sneller te kunnen lopen. Zeventig seconden verdeeld over 42 kilometer, dat is volgens mij minder dan 2 seconden per kilometer. Mag je nog blij zijn dat een marathon vrij ver is.

Na het hardlopen fiets ik naar het dorp om een kadootje te kopen voor een collega, die afscheid neemt. In de boekwinkel natuurlijk, het kadootje, niet het afscheid. Al dralend en dwalend stuit ik op: Liever Holland dan Heimwee. Van Hans Keilson. Een vage tinteling. Waar ken ik dat van? Door de achterflap herken ik mijn ochtendheld. Maar ik koop het boek niet. Al weet ik niet waarom.
Martin Bril lacht me toe: Heimwee naar Nederland. Ik hou niet van Martin Bril. Toch blader ik even in het boek. Ik vind alleen de verhaaltjes leuk, van zijn observaties in Nederland. Het rondrijden langs Genemuiden en Ternaard en Zutphen. Plaatsen die ik ken; verhalen, die de schrijver met mij, en daardoor voor mij met de rest van de mensheid verbindt. Ik koop Martin.

Terug thuis blader ik in de krant. Nog één keer de boekenbijlage, voordat ik die definitief moet weg leggen. Uitgeperst en opgegeten. Arjan Peters: Om tien over half vier noteerde Martin Bril, ging het pannetje met hutspot de magnetron van de komeet in. Over 'Heimwee naar Nederland'.

De cirkel is rond. De zaterdagkrant is nog niet uit. Het geluk lacht me toe.