woensdag 15 december 2010

Montaigne aan het werk

De filosoof Michel de Montaigne leefde van 1533 tot 1592. Ik hoorde voor het eerst van hem toen ik deze zomer een licht leeswerkje had meegenomen op vakantie, als troost in een periode waarin ik me, werkgerelateerd, verre van optimaal voelde. Montaigne verscheen in "De troost van de filosofie", het genoemde lichte boekwerk van Alain de Botton, dat troost belooft voor impopulariteit, geldzorgen, frustratie, onmacht, liefdesverdriet, en andere niet bij name genoemde algemene moeilijkheden. Aangezien de mijne alleen in deze voorgaande opsomming al rijkelijk vertegenwoordigd waren, leek aanschaf ervan me, ondanks het tweede probleem, niet onverantwoord.

Montaigne is een wijs man, die je aan het denken zet. Zo gaat hij enorm te keer tegen mensen die schrijven over boeken van anderen. Ik ben klaar wakker! Toch is zijn eigen belangrijkste werk: 'Essays', een verzameling van zijn commentaren op uitspraken en teksten van anderen! Middenmoterroerselen heeft zo z'n basis in de filosofie gevonden!

Montaigne schrijft over zichzelf en zijn eigen ervaringen en gedachten, omdat in ieder leven interessante ideeën te vinden zijn. "Hoe bescheiden ons levensverhaal ook is, we kunnen er diepere inzichten uit putten dan uit welk oud boek dan ook".
Vanuit dat inzicht vertelt de Montaigne over z'n eigen leven en problemen. Hij is de eerste die schrijft over sexualiteit, z'n kleine penis, het verlies aan decorum tijdens de geslachtsdaad, de behoefte aan rust als hij op de WC zit, het belang van een regelmatige stoelgang.
Cabaretiers en schrijvers anno nu putten er nog steeds uit. Men leze bijv. het 'Dovemansorendieet' van Maarten 't Hart er nog maar eens op na.

Montaigne zegt ook belangwekkende dingen over onderwijs. Hij wenst een school, waar kinderen geen kennis wordt bijgebracht, maar wijsheid. Het examen zou gelardeerd moeten zij met vragen over liefde, sex, ziekte, dood, kinderen, geld en ambitie. De antwoorden zouden moeten getuigen van eigen inzichten en persoonlijke ontwikkeling.

Ik was Montaigne al weer bijna vergeten, toen ik vandaag het filosofiemagazine kocht. Negen pagina's zijn geweid aan de Montaigne! Als God knipoogt moet je wel omhoog kijken!
Morgen is er crisisberaad bij mijn werkgever. Enkele directeuren hebben wijze beslissingen genomen over de toekomst. Andere leidinggevenden praten ze na. Als buikspreekpoppen hun meester. Als filosofen de door hen gelezen boeken.

"Wij zijn het aan ons verplicht om goed te leven, om kalmte en rust te vinden bij de dingen die we doen. Een zinvol leven te leiden, als een meesterwerk waarop we troost kunnen zijn". Na afronding van de school van de Wijsheid, voeg ik er aan toe.

Ik hoop dat morgen blijkt dat de leidinggevenden tijd op die school hebben doorgebracht. Anders zit ik over enkele maanden zonder werk ben ik bang.

vrijdag 10 december 2010

De vader van Jezus

Het gaat goed met mijn godsdienstbetrokkenheid. D.w.z. die neem gestaag en onomkeerbaar af. Het is de enige verklaring voor het feit dat ik niet meteen de straat ben op gerend om de kennis te delen die ik al enkele maanden geleden haalde uit het boek van Paul Verhoeven over Jezus van Nazareth. Want wat blijkt? Jezus had gewoon een vader! Sterker nog: de naam van deze man is zelfs bekend!
Deze informatie is zo verbijsterend, zo wereldschokkend, zo onmeetbaar van belang, dat ik niet kan begrijpen dat dit niet algemeen bekend is. Dat Wikileaks dit is ontgaan! De belangen om dit niet bekend te laten worden moeten zo groot zijn, dat alleen al het opschrijven van deze informatie goed is voor doodsbedreigingen. De kinderen van Jezus uit de Da Vinci Code zijn een stofje in de marge van de geschiedenis, vergeleken bij dit plot! De theologe Jane Schaberg, die als eerste met deze informatie naar buiten trad in 1990 kreeg dan ook onmiddellijk een bombrief thuis gestuurd.

Het zit zo: Onmiddellijk na de dood van Herodes de Grote in 4 voor Christus, braken in Palestina allerlei opstanden uit tegen de Romeinen. Eén van de brandhaarden, aldus Verhoeven, was Sepphoris, zo'n 6 kilometer van Nazareth. De opstand werd neergeslagen door de Romeinen en Sepphoris werd in brand gestoken, de rebellen werden, bij honderden tegelijk, gekruisigd, en de bevolking werd afgevoerd.

Eén van de vrouwen, die tijdens de geweldadigheden werd verkracht, was Maria. Door een Romeinse soldaat met de naam Pantera. Hij behoorde tot een cohort boogschutters, dat vanuit het huidige Duitsland naar Sepphoris werd gestuurd. Hij keerde daar ook terug en werd daar begraven. Zijn graf werd in 1859 gevonden. Jezus was dus eigenlijk ook een Duitser!

Waarschijnljk wisten de mensen in Jezus' tijd van zijn betwiste achtergrond. Ondanks Jozef. In Johannes 8:41 staat te lezen dat de Farizeeën tegen Jezus zeggen:"Wij zijn geen bastaardkinderen!". Dat wijst er op dat er praatjes rond gingen dat Jezus een onecht kind was. Het kan ook heel goed verklaren waarom Jezus en de bijbel veel dames met een 'losse moraal' als heldinnen heeft, zoals Tamar, Rachab, Ruth en Batseba.

Jozef wordt zo een aardige man, die een verkrachte vrouw opvangt. Het nogal ideote verhaal over de maagdelijke bevalling uit de bijbel krijgt zo wel wat reliëf. Het is mooi literair werk van de schrijver om zich zo uit deze benarde situatie te redden. Natuurlijk is een kind uit verkrachting niet de ideale Messias voor een deel van de mensheid, hoewel het mij wel kan bekoren. Ik zou er bijna gelovig van worden.

Er staan nog veel meer onthullingen in Verhoevens boek. En je kunt het verhaal over Jezus' vader ook genuanceerder lezen. Hoe dan ook: voor ex-gereformeerden (of andere denominaties) met een godsdienstbelangstelling is het een niet te missen werk!

maandag 6 december 2010

Vergeetboek

In het weekend werd ik tot twee keer toe geconfronteerd met de dood. De eerste keer was toen ik in een opwelling het boek "Koning van de kist" van Pieter Jouke en Michiel Peereboom kocht van boekenbonnen, die ik nog had van een klant, die zo z'n waardering uitsprak voor mijn werk. Altijd prettig als je die van je baas niet krijgt. Het boek heeft als ondertitel 'een humoristische voorbereiding op het onvermijdelijke', een oproep, die ik goed kan gebruiken en bovendien altijd tot mijn repertoire heeft gehoord. Zwarte humor dicht bij de werkelijkheid. Grappen maken over de dood als hij niet al te dichtbij is. Want zodra dat het geval is, bij jezelf of iemand in de omgeving, vergaat je het lachen al weer snel om de één of andere reden.

De tweede keer was toen ik het laatste hoofdstuk las van het 'Vergeetboek' van Douwe Draaisma. Douwe is nog een jaargenoot van mij. Dat is een volstrekt onbelangrijk en irrelevant detail, maar op de één of andere manier straalt zijn roem daarmee weer op mij af. Ook al is hij mij waarschijnlijk al lang vergeten, aangenomen dat hij mij al ooit heeft gekend of herrinnerd. Want hoe kun je iets vergeten, wat je nooit hebt geweten of gekend?
Douwe schrijft over de periode zomer 1793 en zomer 1794, een periode waarin in Frankrijk 1370 mensen werden geëxecuteerd. Vlak voor de onthoofding mochten zij een afscheidsbrief schrijven aan hun dierbaren, een brief die daarna door de revolutionaire raad gelezen en gescreend op informatie, waarmee weer anderen konden worden onthoofd; en daarna opgeslagen in het gevangenisarchief. De brieven zijn dus nooit bij de dierbaren aangekomen. Het lezen van deze brieven moet een vreemde gewaarwording zijn. Het lezen van de citaten in het boek van Douwe is dat al.

In het hoofdstuk wordt ook een verbinding gemaakt met Marcel Proust, iemand die me onmiddelijk doet denken aan Gerrit Krol. Omdat ik op de middelbare school wel eens gedichten schreef, die mijn leraar Nederlands deden denken aan de Gerrit Krol, de Nederlandse Marcel Proust, vooral omdat het proza van Proust en Krol volgens diezelfde leraar volkomen onbegrijpeljk was, hetgeen weer weinig goeds beloofde voor het oordeel over mijn puberpoezie.
Ik verwar Gerrit Krol overigens steeds met Sybren Polet, die ik trouwens niet ken en waarvan ik nooit iets heb gelezen, maar die blijkbaar in hetzelfde namenlaadje in mijn geheugen zit als Krol. Dat namenlaadje is in mijn herinnering weer een uitvinding van taalpsycholoog Noam Chomsky, maar als je dat nazoekt blijkt daar weer niets van te kloppen.

Proust kwam ik trouwens het weekend ook tegen in het boek van Joke Hermsen, 'Stil de tijd', dat al een tijdje op mijn (niet Sinterklaasgerelateerde) verlanglijstje stond, en dat ik in dezelfde opwelling meenam als het dodenboek, van de andere helft van de boekenbonnen. 'A la recherche du temps perdu, een boek waarin voor het eerste de chronologie van het verhaal wordt verlaten, al kan ik dat natuurlijk niet controleren. Ik snap echter nu wel mijn Nederlandse leraar.

En al mijmerend kom je dan weer terug bij Douwe Draaisma en zijn prachtige boek, geschreven als professor in een vak, de geschiedenis van de psychologie, waar ik destijds een enorme hekel aan had omdat het zo saai was, en dat ik alleen maar heb gehaald doordat op de dag voor het tentamen plotseling alle vragen circuleerden, iets waar volgens mij na afloop nog wel onderzoek naar is gedaan, maar of ik dat tentamen later nog een keer heb moeten over doen, dat weet ik niet meer.

Misschien deed Douwe wel aan hetzelfde tentamen mee. En had hij het wel geleerd.
Ik kan niet in zijn schaduw staan.

maandag 29 november 2010

Voorschotbenadering

Ze zit naast de juf, d.w.z. er zit nog één jongetje tussen haar en de juf. Dan komt zij. Ondanks dat ze het kleinste stoeltje heeft kan ze net niet helemaal met de voeten bij de grond. Ze heeft een rose vestje aan. In haar nek hangt de capuchon. Blond en stil zit ze daar.

De juf herhaalt met de klas de letters die ze al kennen en wijst op de waslijn, waar de letters aan knijpers hangen. Een drukke gele vogel denkt dat hij de letters kent en de kinderen reageren ontzet:
- "neeee!".
De juf speelt met verve. De kinderen genieten en leren. De meeste van hen kennen de letters, zoveel is duidelijk. Ze oefenen samen de klankgebaren: de 'mmmm' met drie vingers bij de mond, de 'p' met een gebalde ploffende vuist.
Mijn rose prinses doet voorzichtig mee. Ze heeft geen enkel idee wat de letters kunnen zijn. Of waar de letters zijn. Maar ze let wel op. Ze wordt onder gedompeld in een voor haar nieuwe wereld en techniek. Vol verbazing aanschouwt ze deze wonderlijke wereld. Ook al is ze er nog niet aan toe, ze maakt het wel mee.

Vandaag las ik dat het 'voorschotbenadering' wordt genoemd.
Vanaf nu is zij mijn persoonlijk symbool van deze onderwijsleer.

zondag 14 november 2010

Rollatoronderneming


Als ik via de personeelsingang door de kelder het verpleegtehuis binnen kom, struikel ik over minstens 40 rollators. Allemaal bekostigd door de ziektekostenverzekering. De meeste hebben hun baasje slechts kort terzijde gestaan. Bij sommige hangt het prijsje er nog aan. Hennie van der Most zou z'n vingers af likken bij zoveel ondernemingskansen!

Veel van de familieleden van de overleden rollatorbezitters hebben de verzekeraar opgebeld, wat te doen met de rollator:

- "Wat wilt u dat we met de rollator doen?"
- "Hij is van u mevrouw".
- "Maar hij is nog goed en bijna niet gebruikt".
- "Misschien kun u hem later gebruiken".
- "Ik ben pas 34!"
- "Ze roesten nauwelijks hoor!"
De mevrouw aan de andere zijde van de telefoon moet lachen om haar eigen scherpzinnigheid.

Als je alle rollators die zo zijn opgeslagen in kelders van verpleegtehuizen, bejaardentehuizen en zolders van mantelzorgers, zou opkopen en voor het leven verhuren voor € 100.- per stuk (gratis vervanging als-ie kapot gaat, ook voor raggende bejaarden), zou je rijk kunnen worden. Maar dat gaat niet, want de concurrentie stelt ze gratis en spiksplinternieuw beschikbaar. In plaats van het bedrag voor de huur. Hennie schudt z'n wijze hoofd.

Nee ik snap het wel: We moeten allemaal bezuinigen, maar de rollator moet in het basis-verzekeringspakket blijven!

woensdag 10 november 2010

Realisme

Ik had nog nooit van hem gehoord: Jan Worst. Een Fries nog wel, landgenoot. Nuchter.

Ronddolend door de kunsthal in Rotterdam, sta ik plotseling oog in oog met zijn 'egoïst'. Ik weet niet wat te doen. Schaamte, woede, lachstuipen en bewondering vechten om voorrang. Wel ongeveer in deze volgorde.


Hoe maak je zoiets?
Hoe voel je zoiets?
Maar bovenal: Hoe laat je zoiets ooit weer los?
Hoe onthecht je van deze bevalling?

Het werk roept een onbeschrijfelijk gevoel op, een gevoel dat ik de afgelopen jaren vaker heb gehad. Ooit las ik 'Knielen op een bed violen'. Nou ja, niet helemaal, misschien de helft. Daarna kon ik niet meer verder. De eindeloze beknelling heeft me nog steeds niet los gelaten. Het medelijden met de moeder, de woede over de vader, het verdriet van de kinderen. Mijn eigen opvoeding. Alles komt in dat boek bij elkaar. Een emotiecocktail.

Ik had zo'n cocktail ook bij Terry Rodgers en zijn glamourschilderijen.

En nu is er Jan Worst. Dit schilderij is nog veel erger.

dinsdag 9 november 2010

Woede

Woede is een wervelwind,
ik voel mijn buik ontploffen.
Omdat ik de waarheid vind.

Ik boer van tegengas.

Uitgeraasd ben ik weer licht,
de vrijheid lonkt me aan.
Ik verlies wel mijn gezicht.

Het leven voor de boeg.