zaterdag 14 juli 2012

Kunstenaar

Gerrit is dood.
Wie ben ik om in zijn schaduw te denken.
Mij rest alleen het schaamrood.


Ik las ooit zijn gedicht.
het bediende mij op mijn wenken.
Het lacht in mijn gezicht:

Gerrit verdicht mijn strapatsen
Ik herken zijn strijd en voel zijn werk
mijn stukjes slechts malle fratsen.

De Taalsmid

De klinker en de medeklinker zijn
De weke onderbuik en het korset.
Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,
Het vormeloze in de steigers zet.

Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,
Verenigen zich vloeiend tot couplet.
De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,
Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.

De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.
Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,
Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,

Of iets daartussenin, zeg een sonnet,
Terwijl de lezer onbekend blijft met
Zijn worsteling met spekvet en balein.

----------------------------------------------------------
Uit: 'Nieuwe gedichten',1999 van Gerrit Komrij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen