Posts tonen met het label lezen en gelezen worden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lezen en gelezen worden. Alle posts tonen

donderdag 5 januari 2012

Depressie

Na de euforie komt de depressie. Het citaat van Egel uit mijn vorige blog bewijst dat. Trouwens, de gedachte die Toon egel in de mond legt was ook al niet origineel. Die had ik ook al wel eens gedacht of gelezen. En daarna geïncorporeerd als mijn eigen idee, wat weer verklaarbaar is vanuit de psychologie en onderzocht door Douwe Draaisma. Ik heb zelfs in zijn 'vergeetboek' een bladwijzer op pagina 104 over onbewust plagiaat. 'Cryptomnesie' heet het dan. Hilarisch beschreven trouwens.

Niets is de moeite waard. Nadenken en lezen al zeker niet. Als je je al uniek wilt voelen, moet je dat zeker niet proberen door een mening te ontwikkelen. Alles wat ik vind is al gevonden of kan ik al ergens vinden. Elke keer als ik een boek lees kom ik wel een deel van mijn mening tegen. Over alles wat ik vind bestaan al duizenden pagina's. Waarom nog bloggen?

En zeg wat je vindt maar eens kort en aansprekend. Ik voel een enorme machteloze woede als ik niet in twee zinnen kan overbrengen wat ik vind. Het is frustrerend en onredelijk dat alle in mijn hoofd aanwezige argumenten niet meteen mee komen in de tekst, die door mijn mond  naar buiten komt. Sterker nog: het is enorm stom, dat mensen niet begrijpen wat ik bedoel, nog voordat ik ben begonnen met praten. Ik ben al moe voordat ik mijn mond open doe. Om het nog één keer uit te leggen. En van die moeheid word ik boos.

Bij de eerste voorzichtige tegenwerpingen weet ik al dat ik niet meteen uit mijn geheugen de relevante gelezen passages zal kunnen opdiepen, hetgeen ik ervaar als het bewijs dat ik e.e.a. nog niet helemaal heb doorleefd, wat weer en bewijs is voor mijn voortdurende en herhaalde falen, wat weer leidt tot enorme zelfhaat en depressie. Ook al omdat ik weet hoe buitengewoon onredelijk mijn eigen gevoelens en gedachten zijn. Wat trouwens weer een reden is om te zwijgen en het maar niet meer te proberen.

Om de wereld te verbeteren moet je
- een denkproces doormaken
- kennis en argumenten paraat hebben
- tegenargumenten voorzien
- de duur van de discussie, die je bij voorbaat tegenstaat en verveelt, inschatten
- omgaan met de ergernis aan en over jezelf, omdat je weet dat je opnieuw niets gaat bijdragen aan de wereld.

Het is allemaal zo dodelijk vermoeiend, dat de meeste mensen er maar niet aan beginnen. Ik ook niet?

woensdag 7 december 2011

Prettig gestoord

Op de radio hoor ik een Belgische kunstenaar. Hij woont al jaren in een huisje aan de rand van het bos. Zelfs als luisteraar kan ik idyllisch met hem mee voelen. Jammer genoeg heeft hij sinds kort succes. Dat wil zeggen, hij heeft zich een zekere mate van bekendheid verworven. Dat is ook de oorzaak van het bezoekje van de razende reporter. Het einde van zijn rust. De kluizenaar vertelt dat er kort geleden, volkomen onverwacht, een hele bus voor zijn stulpje halt hield. De radioreporter klinkt geschokt.
- "Wat heeft u gedaan?"

Hij had de onnadenkend aanbellende toeristengroep vriendelijk te woord gestaan en een hand geschud.
-"Ge moet u laten storen",  is zijn bedaarde commentaar. Om er aan toe te voegen:
- "ge zijt het creatiefst als ge uit uw evenwicht zijt".
Even later komt hij zelfs tot: "Wees prettig gestoord", als samenvatting van: wees een prettig mens, ook al word je in je bezigheden gestoord.

Ik moest er aan denken, toen een collega mij voor de voeten wierp dat hij geschokt was door een uitlating mijnerzijds. Geschokt vindt ik wel mooi als je je er een beeld van vormt. Door elkaar geschud, de aarde bewoog. Waarschijnlijk doelde hij op een opmerking n.a.v. een boekje dat vooraan in mijn hoofd zit op dit moment: "God bestaat niet en Jezus is zijn zoon" van Klaas Hendrikse, de niet gelovige dominee uit Zeeland.  Dezelfde Hendrikse, die eerder de wereld stoorde met zijn werkje: "Geloven in een God die niet bestaat". Zijn recente schrijfsels leverden opnieuw een lezenswaardig werkje op, dat je aan het denken zet.

Ik hoop dat het "Ik ben geschokt", van mijn collega eigenlijk betekende: "Ik ben gestoord". Eventueel ook: "en dat vond ik wel prettig".
Of: "mijn aarde bewoog even".

Maar zo klonk het nog niet. Misschien moet ik hem nog meer uit z'n evenwicht brengen.

zaterdag 22 oktober 2011

Zelfobservatie: Ik ben mijn brein niet!

Het is nog maar net geleden, dat ik een boekje las van Joachim Bauer over spiegelneuronen. En daarna van Dijksterhuis over het slimme onbewuste. Zij leerden mij dat ik in veel dingen mijn krokodillenbrein volg, en dat bewustzijn is, dat mijn onderbewuste mij meedeelt wat ie nu weer heeft besloten. Ik heb geen vrije wil.
Het is een hype geworden. Dick Schwaab heeft kans gezien heel Nederland te overtuigen van het feit dat wij slechts ons brein zijn. Sindsdien ziet het er slecht voor de mensheid uit. De enige openstaande vraag is nog of ik wel of niet verantwoordelijk ben voor mijn daden, en of ik eigenlijk wel moet worden opgesloten als ik een willekeurige voorbijganger naar de eeuwige jachtvelden zou helpen. Over dat dilemma heeft inmiddels Jan Verplaetse een boekje geschreven: "Leven zonder vrije wil". Daarmee is het vraagstuk uit-en-tena besproken zou je zeggen. Al zullen de conclusies van Jan vooralsnog wel geen wetgeving opleveren.

Sinds ik literarair in deze brein- en bewustzijnswereld verzeild geraakt, heb ik geen leven meer. Bij alles wat ik doe, denk ik: doe ik dit nu zelf, of wordt ik van afstand bestuurd? Want of er nou een half uur of tweehonderdste seconde tussen aansturing en actie zit, dat maakt natuurlijk niet uit. Ik ben helemaal in de ban van de zelfobservatie. Dat gaan ongeveer zo:
Ik ben iets van plan. Daarna doe ik iets. En vervolgens kijk ik of ik het zelf doe, of dat het me overkomt. Dat levert kolderieke momenten op. Het overkomt me regelmatig dat ik ergens heen loop, en als ik daar dan ben, niet meer weet wat ik daar ging doen. Dat gebeurt niet sporadisch, maar bij herhaling. Met name de badkamer is een geliefd oord van mijn on(der)bewuste. Eenmaal daar aangekomen, weet mijn bewuste deel echter niet meer wat ik daar ook al weer ging doen. Als ik dit aan de kaak stel, blijft het binnenin verdacht stil. Een beetje alsof Kroko (zoals ik hem liefkozend ben gaan noemen) stiekum een vriendinnetje heeft naast mijn op zich toch niet onaantrekkelijke lichaam. Voor een brein dan. Mijn bewuste deel heeft best een aardig IQ, een afwisselend leven, variërend van voetbal tot klassieke muziek, en van detectives lezen en kijken tot gedichten lezen. Dat alles gelardeerd met een snelle analytische blik en een positief zelfbeeld. Maar misschien is het niet genoeg. Misschien zijn witte tegels en een WC pot veel uitdagender kamergenoten voor Kroko.

Als ik ben aangekomen op de uitgekozen plek, mag ik zelf verzinnen wat ik daar ging doen. Na enig nadenken weet mijn bewuste deel de puzzel meestal wel op te lossen.  Meestal is het inderdaad iets wat ik enkele minuten eerder van plan was, maar al weer vergeten: mijn portemonnee uit de broek halen die ik gisteren aan had, mijn schoenen zoeken die ik daar gisteren uit heb gedaan maar waarvan ik niet wist dat ze in de badkamer stonden, mijn tanden poetsen, omdat ik dat eerder even heb uitgesteld, de klaar gelegde was meenemen naar de wasmand, dat soort dingen.
Met die was loop ik dan naar beneden, waar ik naar de bijkeuken ga om de was te deponeren en de koffie aan te zetten. Ik laat dat dan graag ook aan Kroko over. Nu ik weet dat ik wordt bestuurd, laat ik me graag verwennen en kan ik ondertussen wat anders nuttigs doen. Maar dat blijkt teveel gevraagd. Kroko kan helemaal niet multitasken. Hij is dan de weg volkomen kwijt. Terwijl ik (of hij?) de oude koffiepads uit de Senseo haal, wordt de was zonder enige waarschuwing in de vuilnisemmer gekieperd. En wie mag de troep opruimen en in de afval gaan vissen: ik zelf!  Zodra ik het in de gaten krijg.

Ondertussen roept mijn bewuste deel me toe: Hou toch je kop erbij man! De pot verwijt de ketel.

Nee, ik ben niét mijn brein!

vrijdag 15 juli 2011

Middenmoter-cake

Het boek is uit. Ik lig een beetje op apegapen. Ik heb het natuurlijk over 'Religie voor Atheïsten'  van Alain de Botton. Ik heb het er moeilijk mee. Alain hemelt religie zo op, dat je bijna geneigd bent te denken dat niet religieus zijn een blunder van formaat is. Maar dat beweert hij niet.

Alains redenering is als volgt: Er waren, vroeger al, in de maatschappij diverse problemen, waaraan de mens  het hoofd had te bieden. Denk bijv. aan gebrek aan samenhang in de maatschappij, de neiging om niet datgene te doen waarvan je weet dat het moet (Akrasia), de behoefte van volwassenen om ook eens geknuffeld te worden, de neiging om van alles te vergeten en nog veel meer.
Godsdienst speelde op deze problemen in, en bedacht oplossingen om heel veel van dergelijke problemen op te lossen. Een mens die niemand kent kan gemeenschapsgevoel halen in een volle kerk en daar samen zingen. Een volwassene die genuffeld wil worden, als hij thuis niet met z'n werksores terecht kan, kan terecht in een donkere ruimte met een kaarsje, waar een schilderij van een zachtaardige jonge vrouw hangt. Daar kun je uit huilen. Maria luistert altijd. Een mens die denkt dat hij het zwaar heeft kan eens langs de bloederig vormgegeven kruisweg van Jezus de relativiteit van zijn problemen inzien.

Alain is volstrekt a-religieus (zegt hij). En godsdienst is uit. De problemen waarop de godsdienst inspeelde en in speelt, zijn er echter nog steeds.  Mijn probleem met de redenering is, dat Alain de indruk wekt dat de Godsdiensten (hij gebruikt ze allemaal (Boedhisme, Katholicisme, Protestantisme, Islam) hun hele regel- en rituelenapparaat hebben bedacht als oplossing voor die problemen. Intentionele maatregelen gericht op het welzijn van de mens. Op de één of andere manier wil het er bij mij niet in.
De uitkomst van zijn redenering is daarvan echter niet afhankelijk. We kunnen in onze maatschappij nieuwe instituten en rituelen invoeren, waarmee we nu wel de gestelde problematieken te lijf gaan. Alain roept ons allen op om onze eigen rituelen te bedenken en onze eigen instituties in het leven te roepen, los van godsdienst, maar gericht op de menselijke behoeften.
We kunnen bijv. Agape restaurants beginnen met tafels waar mensen kunnen eten met onbekenden. We kunnen de musea anders inrichten zodat ze thematisch inspelen op onze emoties en behoeften: een ruimte met schilderijen van hoop. Ipv vroeg negentiende eeuws, de rationele- en weinig verbindende thematiek, zoals die nu vaak wordt gebruikt.

Religie geeft ook een oplossing voor het feit dat we geneigd zijn te vergeten. Religie is multi- zintuiglijk. We lezen over religie niet alleen in boeken, we hebben ook feestdagen (pasen pinksteren), we eten een hapje (pesach, avondmaal), ons gevoel voor schoonheid wordt bespeeld nmet een mooi gebouw (kerk, tempel), kortom we worden via alle zintuigen beïnvloed.

Het is vakantie. Ik ben enkele weken weg. Ik ben niet meer te lezen. U zult niet meer aan mij denken. Tenzij:
Ik nam afscheid van een collega. Die had een eigen cake gemaakt, zodat wij hem niet zouden vergeten. Multi-zintuiglijk dus. U kent hem niet. Ik jat zijn idee. Daardoor ben ik met hem verbonden en u met mij.

Ik hoor graag hoe het smaakte.

Recept:  Chocolade wortel punten

125 gr. zelfrijzend bakmeel
1 tl kaneel
185 gr. basterdsuiker
80 gr. fijngeraspte wortel
200 gr gemengde gedroogde vruchten
100 gr. chocolade, gehakt
25 gr. kokos
2 eieren.licht geklopt
100 gr ongezouten boter
50 gr. gehakte walnoten
Kaaslaagje

125 gr. roomkaas
25 gr ongezouten boter
175 gr. poedersuiker, gezeefd
1 tl warm water

Verwam de oven voor op 180º
Bestrijk een ondiep bakblik (23x23) met gesmolten boter of olie.
Bekleed de wanden en bodem met bakpapier.
Zeef het meel met de kaneel in een grote kom.
Voeg de suiker, gerapste wortel, gemengde vruchten, chocolade en kokos toe. Roer dit kort.
Roer de geklopte eieren en boter door het mengsel.
Schep het mengsel in de bakvorm en strijk het oppervlak glad.
Bak de koek in 30 minuten goudgeel.
Laat de koek afkoelenen stort hem op een vlak werkblad.

Klop de roomkaas en boter met de mixer in een kleine kom glad.
Voeg poedersuiker toe en klop het mengsel twee minuten luchtig.
Voeg water toe en klop het goed door het mengsel.
Bestrijk de koek met het kaasmengsel en bestrooi hem met walnoten.

Snijdt hem in vierkantjes (16).

Heerlijk!!
En 16 vierkantjes is het thema van de volgende blog! Dat vergeet u vast niet.

maandag 11 juli 2011

Akrasia en de ecologische voetafdruk.

Ik lijdt aan Akrasia. Net als de meeste andere mensen trouwens. Tot gisteren wist ik dat niet, maar het is wel zo. "Akrasia is de verbluffende aanleg  te weten wat we moeten doen, gecombineerd met een hardnekkige weerzin, ingegeven door wilszwakheid dan wel verstrooidheid, om dit ook werkelijk te doen".
Dat las ik tenminste in 'Religie voor Atheïsten' van Alain de Botton. Ik weet niet of deze definitie ook in de DSM V zal komen, Nu wordt er nog gewerkt met de DSM IV en daar staat Akrasia niet in.  De DSM-IV is het classificatiesysteem dat gebruikt wordt om vast te stellen of sprake is van een psychiatrische stoornis.
Nu is de definitie niet onafgebroken op mij van toepassing. Soms zie ik iets gebeuren en voel ik niet de hardnekkige weerzin om te handelen. Weerzin is trouwens ook niet zo'n goed woord in dit verband. Dus aan de definitie mankeert nog wel iets. Ik lijdt dus hoogstens aan Partiële Akrasia. Maar dat doet aan het concept niets af.

Ton Lemaire heeft het in zijn boek "De val van Prometheus", over de drang van de mens om de aarde te vernietigen. We leven met z'n allen zo, dat het niet anders kan, dan dat de aarde het binnenkort begeeft. We putten alle bronnen van energie uit en leven alsof we een aarde in reserve hebben. Via Ton Lemaire hoorde ik voor het eerst van de ecologische voetafdruk (ev), een maat voor duurzaamheid. Sinds 10 jaar zegt Ton (ik mag toch wel Ton zeggen?), wordt 'ev' als maatstaf gebruikt om de milieudruk per persoon  in cijfers uit te drukken. De ecologische voetafdruk wordt gedefinieerd als de hoeveelheid land en wateroppervlakte, die vereist is om (a) te voorzien in de consumptie van voedsel, energie en andere producten, (b) de opname en neutralisatie van de voortgebrachte afvalstromen en emissies (uitstoot), en (c) de ruimte voor de infrastructuur (huizen, gebouwen, wegen en transport) die een mens gebruikt.
Gemiddeld gebruiken mensen 1,8 Hectare (Ha) per persoon per jaar. De gemiddelde ev is dus 1,8 ha. Dat is trouwens precies het verbruik bij één tiendaagse vliegvakantie. Maar de verdeling van dat verbruik is zeer ongelijk verdeeld in de wereld. Een gemiddelde Amerikaan verbruikt 9,5 ha. Nederland 4,7. West-Europa 5,1. China nu nog 1,5. India en Congo resp 0,8 en 0,7 ha.
Het eerlijke aardeaandeel van ieder mens, zo is berekend, bedraagt 1,6. We teren dus nu al 0,2 ha per wereldburger per jaar in. Dat aandeel wordt snel kleiner, omdat de wereldbevolking groeit en omdat we ondertussen de aarde vernietigen. Als we schatten dat we uiteindelijk allemaal ongeveer 1,5 ha kunnen hebben (als we opschieten met  versoberen) betekent dat dat de levenstandaard in Nederland met tweederde naar beneden zal moeten. In Amerika nog veel meer. We leven zwaar boven onze ecologische stand.

Met deze kennis op zak kun je het nieuwste boek van Peter Sloterdijk lezen: "Je moet je leven  veranderen". Sloterdijk pleit ervoor de ecologische voetafdruk kleiner te maken. Hij is de dikke gezellige voorvechter van komkommersalade waar de milieubeweging al zo lang op zit te wachten, zegt Peter Giesen in het Filosofie-magazine van augustus 2011. Sloterdijk snapt tenminste dat dat terugdringen van onze exorbitante levensstijl moeilijk is en ons moeite kost. Hij is zelf ook een bourgondiër die over de wereld reist. Hij snapt dat we weten dat het anders moet en het toch niet doen. Hij weet dat we allemaal last hebben van Akrasia. Daarom moeten we oefenen zegt hij. En als het niet lukt, gewoon weer oefenen. Het is nooit hopeloos. "Ik weet dat ik die I-pad beter niet had kunnen kopen". Het oefenproces leent zich voor uitvluchten.

Daarom heeft de godsdienst ooit de erfzonde voor bedacht, stelt de Botton weer, dan is het minder erg. We kunnen er niets aan doen, maar we weten dat we ermee op moeten houden. En zo biechten we en beginnen we opnieuw. Godsdienst is geïncorporeerde en gesystematiseerde psychologie, waarvan we niet in de gaten hebben, hoe goed de principes gebruik maken van onze menseljke trekjes. Daar kan de seculiere wereld veel van leren.

Al dit leed en de onaangename oplossing moet nog onder de mensen worden gebracht. Het liefst zo, dat mensen het graag aanhoren. Het geeft geen pas om wereldschokkende ideeën mompelend te verkondigen, zegt de Botton. Een goede redenaar wist Cicero al, moet bewijzen, behagen en overtuigen. Het liefst zo dat zijn toehoorders achteraf zijn onderkaak in een reliek met diamanten bezet in een kerk ten toon stellen, zoals de kerkgangers deden met de Heilige Antonius van Padua. Die dus geweldig kon preken.

Ik stel mijn vingers beschikbaar waarmee dit stukje is getypt. Na mijn dood natuurlijk.

maandag 6 juni 2011

Albert's probeersels

Het schrijven van stukjes gaat vanzelf. Een stukje kost ongeveer 10 minuten. Tenminste het schrijven van de stukjes. Soms vragen mensen: "Hoe kom je er op"? Maar die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik weet alleen dat de vraag: "Hoe kom je er op",  een antwoord heeft, ergens in een boek dat ik ergens heb gelezen. Bij Guus Kuijer meen ik in "Hoe wordt ik gelukkig?"  Maar het kan ook zijn in een boek van Mathieu Weggeman. "Waarom zouden we dood gaan?" of "Leiding geven aan Professionals, niet doen!" Twee boeken die trouwens niets met elkaar te maken hebben, sterker nog, die in twee verschillende werelden tot stand zijn gekomen volgens Weggeman zelf. Ik zou dat eigenlijk na moeten zoeken, maar daar heb ik geen tijd voor, wat een rationalisatie is voor "daar heb ik geen zin in".

Al typend moet ik daarbij denken aan het feit dat Weggeman "waarom zouden we doodgaan",  schreef in de vrije uurtjes tussen zijn lezingen over leiding geven aan professionals. Wat hij dus af raadde (of ried). Meestal dacht hij over (niet) dood gaan na op vliegvelden, een plaats waar ook Alain de Botton een boek schreef, wat ik trouwens niet heb gelezen omdat het me niks leek, maar dat ik, nu ik wat meer van hem heb gelezen,  misschien toch eens moet aanschaffen.

Als je al dit soort gedachten aaneen rijgt zonder ze op te schrijven, vergeet je ze weer, al kun je ze weer oproepen door na te denken over volgende stukjes, of over redenen om met stukjes schrijven te stoppen.
Veel van al dat denkwerk gebeurt trouwens zonder dat je er zelf bij bent. In je onderbewuste, een geruststellende gedachte, die je in Ab Dijksterhuis' (let op het kommaatje) "Het slimme onbewuste" terug kunt vinden. Net als allerlei leuke onderzoekjes, waarmee je op verjaardagen indruk kunt maken. Hangt trouwens wel erg af van het soort verjaardagen waar je pleegt te komen (of wordt uitgenodigd).

Al dit soort activeren van je geheugen, leidt je onontkoombaar naar Douwe Draaisma, mijn studie- en jaargenoot, die mij ongetwijfeld niet meer kent, en wiens werk ik met plezier regelmatig lees, hoewel ik aan zijn vak, de geschiedenis van de psychologie, tijdens mijn studie een grondige hekel had. Waarschijnlijk een pijnlijk bewijs van mijn toenmalige onvolwassenheid, al is dit stukje daar misschien net zo goed een bewijs van.
Gek wordt je van al dat proberen. Net als Michel de Montaigne, die zijn gedachten presenteerde onder de titel 'essays', wat Frans is voor 'probeersels'. En daarom heeft hij een warm plekje in mijn hart veroverd.

Uiteindelijk kost het verbeteren van de typfouten nog de meeste tijd.
En dat lukt nooit helemaal.

zaterdag 14 mei 2011

Top 14

Ik heb er nu ruim 200 op zitten. En plotseling ben ik eigenlijk klaar. De twijfel slaat toe. Als ik de verhalen langs kijk ben ik zelden tevreden. Wil ik ze allemaal veranderen. Aan de ene kant klopt het, gaat het over de goede dingen. Aan de andere kant is het plat, afgetrapt en armoeiïg.

Als ik twijfel ga ik zoeken. "Bijna alle middelmatige literatuur houdt zich bezig met het uitzonderlijke. Want de eenvoudige belevenissen die elke dag gebeuren zijn het moeilijkst weer te geven. Alleen grote schrijvers kunnen dit. De kleineren zijn op de grote gebeurtenissen aangewezen". Godfried Bomans

Anecdote aan anecdote rijgen. Tot je in de gaten krijgt dat er één patroon in zit. Of beter één gezamenlijke persoon. Een sneeuwbal, zoals Bergson het zegt. Je bent geen dag dezelfde. Neemt steeds de vorige dag mee. De vorige ervaring, ook al denk je achteruit. Hoe ben je geworden wat je bent. Autobiografisch perspectief. Willem Wilminks trein langs de achterkant. De toekomst ligt achter je.

Dat helpt.
Ik besluit een top 14 te maken. Van verhalen die ik zelf geslaagd vind. Een tussenstop.
Mc Drive
Vissen
Maaltijd met hond
Varkensvoer
Dood Gaan
Onderzoek
Dood zijn
Ont-moet-ing
Met de trein naar oom Geert
Onrechtvaardig
Beeldvorming
Roll over Beethoven
Kansarme kunstenaar
Dood

zaterdag 26 februari 2011

Ontmoeting

In Alkmaar trof ik op straat de rijdende rechter. Hij kwam me tegemoet, gearmd met een vrouw van z'n eigen leeftijd, die ik voor het gemak maar even inschatte als zijn echtgenote.
Hij viel op door een overmatig stijf loopje. De vrouw praatte onafgebroken tegen hem aan, al leek hij dat niet te merken.

Het ontmoeten van een bekende Nederlander is een merkwaardig gevoel. Ik wilde (hoefde?) helemaal niet naar hem kijken (ik kijk trouwens nooit naar de rijdende rechter), maar mijn blik werd onwillekeurig gegrepen. Alsof er iets afwijkends in het straatbeeld op trad. Alsof er een clown voorbij sprong. Maar ook alsof je een familielid op straat treft, die je daar niet had verwacht. En terwijl je je realiseert dat het en bekende Nederder is, denk je "Niet kijken!" Maar dat slaat nergens op, want naar die clown of dat familielid zou je ook kijken.

Deze week las ik 'dienstreizen van een thuisblijver', van Maarten 't Hart. Voor een bekende Nederlander is iedere keer dat je je op straat begeeft een dienstreis.

Ooit wilde ik wel bekend zijn. Of beroemd. Maar ik wil niet herkend worden.

zaterdag 12 februari 2011

Oogziekte

Vrijdag in de kantine, al is dat een groot woord voor een hok met een koffieapparaat, kwam een collega vertellen dat hij komende week moet worden geopereerd. Hij heeft een oogziekte. Al een tijdje ziet hij een gele vlek en dat is onprettig. De operatie vraagt een volledige narcose, maar aan het eind van de dag mag je wel weer naar huis. Alleen niet zelf rijden.

Ik bestede maar half aandacht aan het verhaal. Het lande wel, maar passeerde als een vrolijke zorg van een aardige collega, een vrolijke zestiger, met een positieve kijk op het leven. En hij kondigde aan donderdag weer te komen werken.

Zaterdagmorgen las ik dat iemand, vlak na het overlijden van Friedrich Nietsche, heeft geprobeerd om de ogen van de verscheidene dicht te drukken. Bij één oog lukte dat niet.
Nietsche leed aan 'Chorioretinitis centralis serosa', een oogaandoening waarbij vochtophoping onder het netvlies optreedt, zodat de blik vertroebeld raakt (Macula of gele vlek!). Tot mijn stomme verbazing wordt deze ziekte ook wel de 'managersziekte' genoemd, omdat hij veel voor zou komen bij mannen en jongens "van wie het uiterste wordt gevergd en die het gevoel hebben dat ze in hun prestaties moeten zien te beantwoorden aan een torenhoog verwachtingspatroon (stresshormonen verstoren de normale bloedcirculatie in het vaatvlies)".

Mijn sociaal constructivistisch denkhoofd probeert al deze informatie te integreren. Dezelfde ziekte als Nietsche. Het is bijna om jaloers op te worden! Hoewel: Ben je dan belangrijker dan als je dezelfde ziekte hebt als mijn schoonmoeder?
Anderszijds is mijn collega niet iemand die ik ooit verdacht zou hebben van een managersziekte, welke dan ook. En zeker niet van eentje waarbij hij zou lijden aan ongekende stress vanuit zijn omgeving. Hoewel hij bijna met pensioen is, zou ik hem eerder als de ultieme ontspanning in het werk kenschetsen, dan als lijdend aan extrinsiek veroorzaakte prestatiedruk. Moet ik nu anders naar hem kijken? Of is het toekennen van deze oorzaak aan de ziekte misschien minder algemeen geldend dan het tijdschriftartikel doet vermoeden?

Hoe leer ik eigenlijk? Het artikel over Nietsche had ik al eerder gelezen, maar toen was er niets van blijven hangen gek genoeg, daarom las ik het nog een keer. Het verhaal van de collega had ik met een half oor gehoord. Pas de combinatie van verhalen rukt beide uit het onderbewustzijn en levert een kennisconstructie en reflectief proces op. Is dat eigenlijk interessant? Niemand kent mijn collega, niemand kent mij. Veel mensen kennen Nietsche, maar zijn niet geïntereseerd in oogziektes. Of in denkprocessen.
Kun je dan toch een intrigerend stukje daar over schrijven? Bevredigend? Zodanig dat het zijn rust neemt in je kenniskamer? Onderdeel van je belezenheid wordt, iets dat trouwens volgens Maarten 'Hart dan weer volstrekt geen waarde heeft?

Het intrigeert mij. Ik leer hoe ik leer.

woensdag 15 december 2010

Montaigne aan het werk

De filosoof Michel de Montaigne leefde van 1533 tot 1592. Ik hoorde voor het eerst van hem toen ik deze zomer een licht leeswerkje had meegenomen op vakantie, als troost in een periode waarin ik me, werkgerelateerd, verre van optimaal voelde. Montaigne verscheen in "De troost van de filosofie", het genoemde lichte boekwerk van Alain de Botton, dat troost belooft voor impopulariteit, geldzorgen, frustratie, onmacht, liefdesverdriet, en andere niet bij name genoemde algemene moeilijkheden. Aangezien de mijne alleen in deze voorgaande opsomming al rijkelijk vertegenwoordigd waren, leek aanschaf ervan me, ondanks het tweede probleem, niet onverantwoord.

Montaigne is een wijs man, die je aan het denken zet. Zo gaat hij enorm te keer tegen mensen die schrijven over boeken van anderen. Ik ben klaar wakker! Toch is zijn eigen belangrijkste werk: 'Essays', een verzameling van zijn commentaren op uitspraken en teksten van anderen! Middenmoterroerselen heeft zo z'n basis in de filosofie gevonden!

Montaigne schrijft over zichzelf en zijn eigen ervaringen en gedachten, omdat in ieder leven interessante ideeën te vinden zijn. "Hoe bescheiden ons levensverhaal ook is, we kunnen er diepere inzichten uit putten dan uit welk oud boek dan ook".
Vanuit dat inzicht vertelt de Montaigne over z'n eigen leven en problemen. Hij is de eerste die schrijft over sexualiteit, z'n kleine penis, het verlies aan decorum tijdens de geslachtsdaad, de behoefte aan rust als hij op de WC zit, het belang van een regelmatige stoelgang.
Cabaretiers en schrijvers anno nu putten er nog steeds uit. Men leze bijv. het 'Dovemansorendieet' van Maarten 't Hart er nog maar eens op na.

Montaigne zegt ook belangwekkende dingen over onderwijs. Hij wenst een school, waar kinderen geen kennis wordt bijgebracht, maar wijsheid. Het examen zou gelardeerd moeten zij met vragen over liefde, sex, ziekte, dood, kinderen, geld en ambitie. De antwoorden zouden moeten getuigen van eigen inzichten en persoonlijke ontwikkeling.

Ik was Montaigne al weer bijna vergeten, toen ik vandaag het filosofiemagazine kocht. Negen pagina's zijn geweid aan de Montaigne! Als God knipoogt moet je wel omhoog kijken!
Morgen is er crisisberaad bij mijn werkgever. Enkele directeuren hebben wijze beslissingen genomen over de toekomst. Andere leidinggevenden praten ze na. Als buikspreekpoppen hun meester. Als filosofen de door hen gelezen boeken.

"Wij zijn het aan ons verplicht om goed te leven, om kalmte en rust te vinden bij de dingen die we doen. Een zinvol leven te leiden, als een meesterwerk waarop we troost kunnen zijn". Na afronding van de school van de Wijsheid, voeg ik er aan toe.

Ik hoop dat morgen blijkt dat de leidinggevenden tijd op die school hebben doorgebracht. Anders zit ik over enkele maanden zonder werk ben ik bang.

maandag 6 december 2010

Vergeetboek

In het weekend werd ik tot twee keer toe geconfronteerd met de dood. De eerste keer was toen ik in een opwelling het boek "Koning van de kist" van Pieter Jouke en Michiel Peereboom kocht van boekenbonnen, die ik nog had van een klant, die zo z'n waardering uitsprak voor mijn werk. Altijd prettig als je die van je baas niet krijgt. Het boek heeft als ondertitel 'een humoristische voorbereiding op het onvermijdelijke', een oproep, die ik goed kan gebruiken en bovendien altijd tot mijn repertoire heeft gehoord. Zwarte humor dicht bij de werkelijkheid. Grappen maken over de dood als hij niet al te dichtbij is. Want zodra dat het geval is, bij jezelf of iemand in de omgeving, vergaat je het lachen al weer snel om de één of andere reden.

De tweede keer was toen ik het laatste hoofdstuk las van het 'Vergeetboek' van Douwe Draaisma. Douwe is nog een jaargenoot van mij. Dat is een volstrekt onbelangrijk en irrelevant detail, maar op de één of andere manier straalt zijn roem daarmee weer op mij af. Ook al is hij mij waarschijnlijk al lang vergeten, aangenomen dat hij mij al ooit heeft gekend of herrinnerd. Want hoe kun je iets vergeten, wat je nooit hebt geweten of gekend?
Douwe schrijft over de periode zomer 1793 en zomer 1794, een periode waarin in Frankrijk 1370 mensen werden geëxecuteerd. Vlak voor de onthoofding mochten zij een afscheidsbrief schrijven aan hun dierbaren, een brief die daarna door de revolutionaire raad gelezen en gescreend op informatie, waarmee weer anderen konden worden onthoofd; en daarna opgeslagen in het gevangenisarchief. De brieven zijn dus nooit bij de dierbaren aangekomen. Het lezen van deze brieven moet een vreemde gewaarwording zijn. Het lezen van de citaten in het boek van Douwe is dat al.

In het hoofdstuk wordt ook een verbinding gemaakt met Marcel Proust, iemand die me onmiddelijk doet denken aan Gerrit Krol. Omdat ik op de middelbare school wel eens gedichten schreef, die mijn leraar Nederlands deden denken aan de Gerrit Krol, de Nederlandse Marcel Proust, vooral omdat het proza van Proust en Krol volgens diezelfde leraar volkomen onbegrijpeljk was, hetgeen weer weinig goeds beloofde voor het oordeel over mijn puberpoezie.
Ik verwar Gerrit Krol overigens steeds met Sybren Polet, die ik trouwens niet ken en waarvan ik nooit iets heb gelezen, maar die blijkbaar in hetzelfde namenlaadje in mijn geheugen zit als Krol. Dat namenlaadje is in mijn herinnering weer een uitvinding van taalpsycholoog Noam Chomsky, maar als je dat nazoekt blijkt daar weer niets van te kloppen.

Proust kwam ik trouwens het weekend ook tegen in het boek van Joke Hermsen, 'Stil de tijd', dat al een tijdje op mijn (niet Sinterklaasgerelateerde) verlanglijstje stond, en dat ik in dezelfde opwelling meenam als het dodenboek, van de andere helft van de boekenbonnen. 'A la recherche du temps perdu, een boek waarin voor het eerste de chronologie van het verhaal wordt verlaten, al kan ik dat natuurlijk niet controleren. Ik snap echter nu wel mijn Nederlandse leraar.

En al mijmerend kom je dan weer terug bij Douwe Draaisma en zijn prachtige boek, geschreven als professor in een vak, de geschiedenis van de psychologie, waar ik destijds een enorme hekel aan had omdat het zo saai was, en dat ik alleen maar heb gehaald doordat op de dag voor het tentamen plotseling alle vragen circuleerden, iets waar volgens mij na afloop nog wel onderzoek naar is gedaan, maar of ik dat tentamen later nog een keer heb moeten over doen, dat weet ik niet meer.

Misschien deed Douwe wel aan hetzelfde tentamen mee. En had hij het wel geleerd.
Ik kan niet in zijn schaduw staan.

zondag 31 oktober 2010

Mulisch

Mulisch is dood. Het zat er aan te komen. Iederen wist het, maar niemand wilde het toegeven. Ik heb er een gemakkelijk verdiend punt mee gescoord. In het kerstspel. Het is zondag. Natuurlijk is het zondag. Ook in z'n dood is Mulisch groots. Zodat het journaal de hele dag helemaal aan hem gewijd kan worden. En zo hoort het ook.

Mulisch was een vriend van Donner. Mijn held. De man die overleed op de dag dat mijn zoon werd geboren. Die Donner was de hoofdpersoon in de ontdekking van de hemel. Stephen Fry, de vertolker van Donner, was de belichaming van de wereld, of beter het wereldbeeld, dat ik kende uit mijn jeugd.
Mulisch was gelieerd aan Cuba. Het socialistisch paradijs. De verbeterde versie van Rusland. Daar waar het wel goed zou gaan. Castro als voorvechter voor de armen. Tegen het analfabetisme. Samen met Che Guevara. Ikonen van een tijd. Was die Cubaconnectie een vergissing? Mulisch vond dat wel, maar had er geen spijt van. "Je moet niet spugen in de bron waaruit je hebt gedronken".

Mulisch was een ijdel mens. Of iemand die z'n eigen PR goed verzorgde. Iets waar Jan Cremer om werd geprezen. Op mijn middelbare school was er een vast verhaal over Mulisch. Zittend in de lobby van Krasnapolsky werd er ieder uur omgeroepen:
-"Telefoon voor de Heer Mulisch".
- "Dat ben ik"

Maar hij ging niet opnemen. Het was een door hem zelf geënsceneerd toneeltje. Een demonstratie van bewuste grootheid. En van sterfelijkheid.

dinsdag 26 oktober 2010

Mechanisch trauma

Ik ontmoet hem aan de bridgetafel. Een vrolijke dikkerd, met een praatje. Complementair aan z'n vrouw, die volstrekt stoïcijns blijft bij zijn grappen en grollen. Een voorbeeldig stel, gevormd door het leven en 40 jaar huwelijk.

Als na een 'rondpas' mijn partner mij in de gevonden tijd complimenteert met het verhaal van de mechanische hond, blijkt er een onvermoed trauma schuil te gaan in mijn tafelgenoot.
- "Mijn váder was bakker".
Dag in dag uit zeulde hij 200 kilo brood door Zutphen, ondanks zijn zwakke gezondheid. Na 20 jaar ging het niet meer.
- "Versleten tot op het staartbeen, jongeman".
Ik zie dat zijn omgevingsanalyse, ondanks mijn 53 jaar, scherp is.

En zo belandde vader in de WAO, die toen geen WAO heette en pure armoede beloofde.
-"Het was sappelen thuis".
-"En we werden uitgemaakt voor steuntrekkers".
Ik zie er blijkbaar niet rechts uit, of hij heeft daar lak aan, want hij vervolgd met:
-"Ik krijg nog elke dag jeuk van al die rechtse lui".

Thuis zittend werd vader gestalkd door iemand van 'de steunpolitie', door soms tot drie keer per dag te controleren of pa wel thuis was.
En toen kwam de eerste mechanische hond.
- "Ik was 18. Mijn vader zat te janken in de keuken".

Ik heb met terugwerkende kracht met hem te doen.
Z'n vrouw heeft het al eens eerder gehoord. Zij vertrekt geen spier.

maandag 30 augustus 2010

Zwarte reactie

Elke dag ga ik er kijken:
naar het zwart met blauw gedicht.
Diepte, ruimte, duister,
het prachtig hemels licht.

Ik ruik er de Vogezen,
een rots verbergt de tijd.
Het pad leidt naar het einde,
zwart en zonder spijt.

Ik zie er bomen, stenen, webben,
ik zie ravijnen vol met kans.
De schilder vindt het matig
Ik doe een regendans.

Het gaat niet om het plaatje,
want dat stelt niet veel voor
ik kom er graag en hevig,
het voelt mijn eigen spoor.

zondag 4 juli 2010

Verwarrende belevingen

Ik lees vandaag vijf boeken tegelijk. Dat lijkt een bijzonder intellectuele en geplande bezigheid, maar dat is het niet. De boeken zijn er nu eenmaal. En ik kan niet zo lang achter elkaar hetzelfde doen. Ik hop van het één naar het ander.

Allereerst is er "Het recht om wij te zeggen", van Kees Schuijt. Democratie bestaat uit tegenstellingen, omdat tegenstellingen de essentie van democratie zijn. Een vaderlijk boek, dat het nog één keer uit legt.

Dan is er Luc Ferry:"Beginnen met Mythologie", omdat ik daar toch ooit mee moet beginnen, en omdat "Beginnen met Filosofie"het mooiste boek is dat ik ken.

Ik lees Safranski, de biografie en beschrijving van Nietsche, toch de grootste filosoof, of in ieder geval de filosoof die je moet kennen, en ook omdat hij eigenlijk reproduceert wat Spinoza al zei, alleen gaf Nietsche wel toe dat hij Atheïst was. En omdat ik van Spinoza hou.

Moeilijk allemaal en dus lees ik "het wezen van de olifant", van Toon Tellegen. "Als ik de olifant was, zou ik zeggen dat ik onlangs jarig ben geweest", aldus de wezel.

Op mijn koptelefoon heb ik ondertussen een CD gezet, die hoort bij het boek "Wagner en ik" van Gerrit Komrij, omdat Nietsche volkomen kapot was van het talent van Wagner en hoopte te componeren met woorden. En ik dat ook hoop te horen, of beter nog te voelen.

Ik zit in de tuin. Het is warm. Ik drink appelsap en rosé. Ik lees van alle boeken 20 pagina's. Tussen de liefde voor de kinderen door, die met hun geliefde vandaag beide thuis zijn. En mijn geliefde vindt het goed.

Ik hou van het leven.
Ik hou van mijn eigen authentieke weekendervaring.
Hoe verwarrend ook.

zaterdag 8 mei 2010

Tussenspel

Al niet bloggend gebeurt er natuurlijk niets.
Of gebeurt er niets blogwaardigs
Of gebeurt er zoveel dat je niet weet wat te bloggen.
Of gebeurt er zoveel dat je geen tijd hebt om te blogggen.
Of ben je slachtoffer van je eigen opdracht dat het wel 'leuk'moet zijn.
Of dat het licht moet zijn.
Of dat het een boodschap moet hebben.

En uiteindelijk kom je tot niets
Of tot het eindelijk lezen van ' de gelukkige klas', van Theo Thijssen
Of jeugdherinneringen van J.J. Voskuil,
Of de biografie van Spinoza van Stephen Nadler,
Of je haalt eindelijk de CD van 'Harmonielehre' van John Adams op, die je had bestelt,
Of je luistert nog eens naar de orgelconcerten van Vivaldi.

Of je doet alles tegelijk en reist en weekje naar Portugal.
En denkt na over ander werk,
en bekijkt Porto en Lissabon,
dwaalt door het prachtige klooster van Tomar,
of de kathedraal van Caldas de Rainha.

Je doet niets,
En er gebeurt niets
je doet alleen indrukken op.
Voor het naspel.

dinsdag 6 april 2010

Katten over Kousbroek

Soms is het leven het opschrijven niet waard. Blog-onwaardig. Al zou je de hoofpersoon in je roman er graag iets diepzinnigs over willen laten zeggen. Maar je schrijft geen roman, en je hebt geen hoofdpersoon.
Op zulke momenten beleef je het leven. Verder niet. En toch is dat eigenlijk de enige reden om te leven. Doelloos, maar misschien toch niet helemaal zinloos? Althans niet voor jezelf.

Het beleven van de katholieke neukebroeders, de poezen van Kousbroek, pornokijkende pedofielen, domme politici. In het cafe weet men er wel raad mee. Met een glaasje bier is er nog meer beleving.

Alleen Kousbroek. Ik ken hem niet als schrijver, ik heb nooit iets van hem gelezen. Toch heeft hij mijn kattenliefhebbershart getroffen.
-"Wat is het verschil tussen een hond en een kat?"
Als je een kat open maakt, vind je binnenin oude liefdesbrieven.
Als je een hond open maakt vind je de uitslagen van het zaterdagamateurvoetbal.

Daar kan een hondenliefhebber het mee doen.
Zo'n conversatie, daar broed ik nog op.

woensdag 10 februari 2010

Rouwverwerking (2)

De laatste stuiptrekking van 'Viertakt Vroeg', was het uitdelen van CD's, aan luisteraars die daar om vroegen. Ik heb het geprobeerd. Op een CD met psalmen van de Nederlandse componist Jan Pietersz. Sweelinck. Ik schreef aan presentator Hans Hafmans:

Geachte heer Hafmans, al ben ik geneigd langzaam 'beste Hans' te gaan zeggen,

'Kinderen die vragen worden over geslagen', heb ik van mijn moeder geleerd. Dus de kadoCD is voor mij een beetje een vreemd fenomeen. De psalmen-CD van Sweelink, samen met het afscheid van Viertakt, maakt echter van alles in mij los.
Natuurlijk ben ook ik van huis uit groot geworden met psalmen, en heb ook ik de kerk de rug toe gekeerd. Wat je je niet realiseert als je die stap neemt, is dat je ook iets gaat missen. Ene D.C. Lewis zong ooit al (in de hitparade) :
"Dit is uw kerk oh heer, ik liep zomaar even aan weg van het werk.
Ik kom alleen maar Heer, voor de muziek".
En dan op rijm. Ik was en ben met de kerk, ook de muziek en de psalmen kwijt geraakt. En omdat ik de kerkelijke dogma's niet kon verdragen, dacht ik dat ik blij toe was.

Drie jaar geleden ben ik naar klassieke muziek gaan luisteren. Daarvoor deed ik dat nooit, nou ja een beetje Bach als kind; muziek, die mijn vader op het kerkorgel speelde, maar verder ook niet.
Ik luister en luisterde de afgelopen jaren naar Viertakt, 's morgens en 's middags in de auto. In dat programma hoorde ik de psalmen van Sweelink, dit keer niet als dogma, maar als kunst! Een legale reden om toch de vermaledijde psalmen te horen. En oh hoe prachtig!

Viertakt gaf me de psalmen terug! En nu? Nu wordt Viertakt mij afgenomen.
Alles wat ik weet van klassieke muziek weet ik door Viertakt.
Alles wat ik de afgelopen jaren heb gekocht aan CD's is door Viertakt.
En het is bizar veel.

Ik voel me door het verdwijnen van Viertakt een beetje afgewezen, ontheemd. Waarschijnlijk zal ik nu radio Vier weer (moeten?) verlaten. Als U mij de Sweelink CD stuurt kan die mij misschien, 's morgens in de auto, Viertakt een beetje terug geven, en zal dat heerlijke gevoel van de Viertaktochtenden, samen met de muziek van de door U, aan mij, terug gegeven psalmen, mij misschien, nee zeker, troost bieden.

Viertakt heeft mij de Psalmen terug gegeven.
Misschien kunnen de psalmen mij Viertakt een beetje terug geven.

Het mocht niet baten. De CD heb ik ook niet gekregen. Een rouwblog is alles wat mij rest.

dinsdag 5 januari 2010

De Meeuw

Eén keer in mijn leven ben ik door een meisje gevraagd om met haar uit te gaan. Het was in 1977. In mijn tijd vroegen de jongens nu eenmaal de meisjes, niet andersom. Zij vroeg mij mee naar de film, de nachtfilm nog wel. Om twaalf uur 's nachts draaide in het city theater in Groningen de film: "Jonathan Livingstone Seagul". Het bijbehorende liedje van Neil Diamond was een grote hit.

Het was zelfs aan mij niet geheel ontgaan, dat het meisje al een tijd lang meer dan gemiddelde belangstelling voor mij toonde. Waar ik me trouwens niets bij voor kon stellen. Van haar niet, maar van niemand eigenlijk destijds. Het betreffende meisje was trouwens niet bepaald mijn droom-date. Maar daar waar ik zelf niemand durfde te vragen, durfde ik ook niemand te weigeren, en dus toog ik met haar naar de film over de meeuw.

Recent is er een boek verschenen van Ellen Heijmerikx. Het heet ' Blinde Wereld'. We volgen Kieke, die deel uitmaakt van de Noorse Broederschap. Deze Broederschap is een streng gelovige groepering die meent het enige ware geloof te hebben. Iedereen die geen lid van de Noorse Broederschap is zal, wanneer Jezus terugkeert, voor altijd branden in de hel. En wie uit de Broederschap stapt, wordt verstoten. In het boek speelt een meeuw een bijzondere en aangename rol.

Onze nieuwjaarskaart toont een meeuw. Wat een toeval!
In de top 100 van vogelgeluiden, die deze week is verschenen, is de meeuw op de tachtigste plaats geëindigd. Ruim achter merel, nachtegaal en roodborst.

Aangekomen bij de film, bleek mijn gestel niet bestand tegen zoveel saaiheid om me heen. De film toonde alleen een meeuw. Verder niets. Zelden heb ik tijdens een film zo geslapen als toen. Mijn gezelschapsdame heeft mij nooit meer aan gekeken na die nacht.

Het kwam allemaal boven tijdens onze traditionele nieuwjaarswandeling.
Het viel mij toe.

maandag 4 januari 2010

Karakterzwakte of karaktersterkte?

Ik lees detectives. Niet dagelijks, maar toch regelmatig. Ik ben geneigd dat als een vorm van karakterzwakte te zien, zeker gezien het feit dat het volkomen zinloos is. Maar aangezien schuldgevoel een bevrediging schenkende vorm van SM is voor mijn gereformeerde ziel, en ik toch al vind dat het leven (gelukkig!) geen zin heeft, doe ik het toch. Het lezen draagt zelfs niet bij aan mijn belezenheid, terwijl belezenheid (zoals Maarten 't Hart terecht aanduidde) moeilijk als een verdienste kan worden gezien. Belezenheid genereert kennis die je meeneemt in je graf en waar nooit iemand van zal weten. Het draagt trouwens ook en vooral niet bij aan mijn belezenheid, omdat ik er niets van onthoud. Ik kan na een week, of in ieder geval een maand, een detective opnieuw lezen (of ook zien op TV), terwijl ik me noch de personages, noch het plot herrinner. Laat staan dat ik weet wie het gedaan heeft.

Veel van de detectives die ik heb gelezen, zie ik later terug op TV. Want ook daar ben ik gek op detectives. Maar gelukkig herken ik zelden een boek dat ik heb gelezen in het voorliggende verhaal. En zo kan ik Inspecteur Lyngley, Inspecteur Martin Beck, Alex Delaware en Milo Sturgis, Inspecteur Morse, Dalziel en Pascoe, Inspecteur Frost en ook Lewis gewoon hun werk laten doen, zonder dat ik ze voor de voeten loop met mijn betweterige voorkennis. Want die is al lang verdampt. Mijn geest is ingesteld op zinloos. Toch een karaktersterkte dus?!

In de kerstvakantie heb ik me onledig gehouden met het lezen van"De Einstein-code', van Adam Fawer. Een werkje van 526 pagina's. Detectiveschrijvers doen tegenwoordig alle moeite om hun belezenheid te bewijzen en te tonen. De grootste exhibitionist is wel Thomas Ross, die met boeken over o.a. Pim Fortuin, Prins Berhard en Maxima plots verzint, waarvan de lezers gaan denken, dat die misschien wel echt gebeurd zijn! Net als de verhalen van Dan Brown natuurlijk!

Adam Fawer gaat heel ver in zijn wetenschappelijke onderbouwing. Een eindeloze paginareeks over statistiek en kennis van kwantummechanica wordt op de lezer los gelaten. Er schijnt een theorie te bestaan, van ene Heisenberg, daterend uit 1926, dat het onmogelijk is een fenomeen te observeren, zonder (de positie ervan) te beïnvloeden.

Daarom schrijf ik dit stukje. Het leven en het lezen mag zinloos zijn, iets onderzoeken is leuk. De lezer observeert mij. Kijken welke invloed dat op mij heeft.