zaterdag 29 oktober 2011

Dagsluiting

Als we de klas binnen komen bij de franse les, kunnen we merken dat er iets anders is. Onze leraar is er al. Tegen zijn gewoonte in. Hij is zenuwachtig. We hebben les over een een boek dat we samen lezen. Het telt mee voor de boekenlijst van 15 Franse boeken, die we voor het eindexamen moeten lezen. In het verhaal gaat het over een kar met twee wielen, waar een paard voor moet worden gespannen. Om het paard ervoor te krijgen moet het paard 'reculer', althans in het boek. Eén van mijn klasgenoten vindt dat maar onzin. Thuis hebben ze paarden voor een sulky, en je kunt best de kar om het paard trekken. Nergens voor nodig, dat 'reculer'.

De anders altijd goedlachse leraar blijkt niet bevattelijk voor grapjes. Of voor een discussie in het Frans. Hij is er niet bij. Lijkt het einde te vrezen. Als de les bijna afgelopen is, komt de aap uit de mouw.
-"Is het jullie laatste les vandaag?"
We knikken, "gelukkig wel!"
- "Het is de bedoeling dat aan het eind van de dag door de leraar wordt voorgegaan in gebed".
Hij deelt het mee, als was het een extra opdracht in ons huiswerk.
We zijn verbaasd. De afgelopen jaren is er nooit voorgegaan in gebed, niet aan het begin van de dag en ook niet aan het eind. Alleen bij het overblijven is er een moment stilte. De conciërge tikt met een mes op een etensbord, er volgt een razandsnelle minuut stilte, en na het verlichtende "Eet smakelijk" werken we onze 14 beterhammen naar binnen, om daarna een potje te kunnen schaken.Maar ook daar geen afsluiting.

"De  nieuwe rector heeft het zo bepaald", zucht hij, en hij neemt een devote houding aan met gesloten ogen, de gevouwen handen voor zijn kruis. Het is duidelijk zijn nieuwe huiswerkopdracht.
We doen mee. Als leerlingen van een christelijke school kennen de meesten van ons dit ritueel van thuis, de kerk of van bij opa en oma.

Hij begint een klein dankgebed. Het duurt maar even.
"Heer wij danken u, dat wij vandaag weer naar school mochten komen"
Wij vinden het best. Beter leek: "Dat we eindelijk naar huis mogen, maar we zeggen natuurlijk niets.
Hij lijkt niet echt te hebben nagedacht over het vervolg, want even wordt het stil. Dan vervolgt hij:
- "Ook danken wij u voor het mooie weer vandaag".

Nog voor het eind van de zin tikt de regen tegen het raam.
God laat zich niet paaien door een rechtlerige rector. De Franse leraar ook niet.
- "Oh nee, toch niet", zegt hij zonder aarzeling.
- "Amen".

Wij kijken nergens van op. De echte wereld lonkt, en zonder commentaar dringen we naar buiten. Op zoek naar een regenpak.  God heeft met niemand mededogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen