zaterdag 8 december 2012

Met het spoor

Op een ritje voor mijn werk deze week, kom ik tussen Zwolle en Kampen een trein tegen. Of eigenlijk twee treinen. Bijzonder, omdat het spoor dat daar ligt de achterliggende maanden mij vooral is opgevallen omdat er nooit een trein rijdt. Het is het meest aanwezige lege spoor dat ik ken. Nu zie ik eerst een 'losse locomotief, zoals wij dat als kinderen noemden, en dan een wat vreemde blauwe trein, met voor en achter nog een locomotief.

Ik heb een sterk ambivalente houding t.o.v. treinen. Als je er in zit, je hebt een zitplaats, en de trein rijdt, dan heeft het wel iets. Je kunt een boek lezen, het is er warm, en als je bestemming in een grote stad, niet al te ver van het station ligt, heb je geen parkeerprobleem. Maar het kan ook anders. Vorige week kocht ik in een opwelling via vakantieveiling.nl voor een habbekrats twee kaartjes voor Wibi Soerjadi. Hij trad op in het concertgebouw, en vooral dat concertgebouw heeft op mij een enorme aantrekkingskracht.

Als het concert om kwart over tien is afgelopen, stap ik in de tram om via Amsterdam Zuid de trein naar Zwolle te nemen. Dit keer helaas via Utrecht, omdat de rechtstreekse verbinding door werkzaamheden een ommetje maakt. Ik heb mij desondanks niet laten ontmoedigen en neem verwachtingsvol plaats. In Utrecht is er een eerste obstakel. Er blijkt tussen Utrecht en Amersfoort 'een springer' te zijn. Springers zijn mensen, die op rigoureuze wijze hun stem uitbrengen op de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwilllig levenseindE. Ze halen er weinig kamerzetels mee, maar iedere springer brengt een niet anonieme stem uit. Ik wordt gemaand via Hilversum te reizen, ook al stel ik zelf voor via Arnhem en Deventer te gaan. In Hilversum voel ik bij het binnenrijden van het station nattigheid. Er staan hier wel erg veel mensen te wachten. Het is kwart voor twaalf. Om tien over twaalf zal een trein ons via Baarn naar Amersfoort brengen, alwaar wij de laatste trein naar Zwolle kunnen halen. Tweehonderd meter voor Baarn staan we nog even stil.  Ons wordt verteld dat we even moeten wachten op een tegenligger. Er is vandaag maar één spoor beschikbaar tussen Baarn en Amersfoort vanwege een breuk in de bovenleiding. Vijf minuten worden er twintig. Een prettige stem legt uit dat het enkele spoor tussen Baarn en Amersfoort inmiddels wordt geblokkeerd door een defecte trein. De werkelijkheid is altijd bizarder dan welke fantasie dan ook. De NS heeft kans gezien op het enige stukje enkel spoor nu een defecte trein te rangeren.

De omroeper spreekt weer: We hoeven ons geen zorgen te maken. Straks, als we in Amersfoort aankomen zal er NS personeel zijn om ons op te vangen en zullen er bussen klaar staan om ons verder te brengen. En we kunnen nu in ieder geval Baarn binnen rijden. Want wachten hoeft niet meer. De blokkerende trein zal immers nooit arriveren. We zullen een omweg via Den Dolder nemen is het plan.

 Den Dolder. Ik zie de machinist. Hij loopt voor mijn raam langs, terug naar de andere kant van de trein. Zijn gezicht staat op onweer. Ik zwaai hem bemoedigend toe. Dan rijden we Den Dolder weer uit. Alles loopt op rolletjes als we om kwart over één in Amersfoort arriveren. Ik had al een uur in Zwolle kunnen zijn. Iemand die tegen het advies van de NS in toch via Deventer is gereisd, belt een lotgenotende reisgenoot en is al thuis.
In Amersfoort wacht een nieuwe verrassing. Van het beloofde NS personeel, noch van de bussen is enig spoor te bekennen in de zeer verlaten stationshal. Enkele taxichauffeurs met ervaring in dit soort situaties duiken als aasgieren op de passagiers: de NS betaalt. U betaalt € 200 voor een ritje naar Enschede, dat krijgt u later van de NS terug. Wilt u mee? Later blijkt dat niet waar, maar dat weet ik niet. Gelukkig is mijn reisdoel Zwolle en wacht ik nog even af.

Als er een tiental minuten later een NS functionaris verschijnt, wordt beloofd dat er bussen zullen komen. Maar die zijn er nog niet. De NS wil naast de winterdienstregeling niet beschuldigd kunnen worden van nog meer proactief handelen. Een inventarisatie van bestemmingen bij ons gestranden begint. Alsof dat niet een half uur geleden in de trein al had kunnen plaats vinden. Ermelo, Putten, Meppel, Enschede. En nog veel meer. De NS- er schrijft het allemaal op een klein blauw papiertje. Het is kwart voor twee.

Iemand moet naar het toilet. Onder begeleiding van de hopmannende NS functionaris trekken we naar een WC in een kantoorpand van de NS. Dat gaat nog net. Maar koffie of iets te eten blijkt teveel gevraagd.
Kwart voor drie. Er meldt zich een bus. Het is Ome Cor. Hij is 75 jaar en rijdt wel vaker in crisissituaties voor de NS. Naar Zwolle hoor ik? Van onze hopman krijgt hij het blauwe briefje. Dan blijkt dat er ook nog mensen zijn die naar Meppel en Assen moeten. Ome Cor vloekt. "Ik lag net in mijn bed".
We kunnen mee richting Zwolle, maar alleen als we eerst via Nijkerk, Putten, Ermelo, Harderwijk en 't Harde gaan. Ik ben ieder gevoel voor tijd en in mijn vingers verloren. Vooruit maar.

Kwart voor vier stap ik uit in Zwolle. De wandeling naar de auto door de nachtelijke kou brengt de laatste ontnuchtering teweeg. Half vijf rol ik in mijn bed. Wibi slaapt al lang. Morgen om zeven uur zal mijn wekker gaan.

Op weg naar Lelystad word ik een dag later bij Kampen en Dronten gemaand om rustig aan te doen. De tegemoet komende blauwe trein blijkt de koningin te bevatten. En ik ben een potentiële terrorist. De agent vraagt nog net niet of ik misschien waxinelichtjes bij me heb. Het tot nu toe zo lege spoor heet de Hanzelijn legt de agent mij uit. Ik knik begripvol.

Ik moet denken aan iemand die vijf jaar geleden in de plaatselijke krant een heftig pleidooi hield om de Hanzelijn via Emmeloord te laten lopen. Ik ben plaatsvervangend blij voor hem dat dat niet is gelukt.

NB Deze column was in sterk verkorte vorm te horen op radio Noordoostpolder, in het programma 'On the radio' op zaterdag 8 december.
.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen