dinsdag 2 april 2013

Zielig

Pasen. Het ideale moment om eens het veld in te trekken. Een frisse neus halen. Buitenlucht zoeken. Met een paar goede vrienden een rondje langs de IJssel, toch de mooiste rivier van Nederland, althans volgens Jac. P. Thijsse, natuurkenner en veldbioloog, die trouwens al lang dood is.

De weilanden zijn nog kaal. Een reiger staat zielig ergens in het niemandsland. Ik vind een reiger de meest trieste vogel die er bestaat. Als je een reiger ziet, staat hij meestal aan een slootkant. Ergens waar misschien ooit een kikker was, maar vandaag niet. Een reiger kijkt ook niet naar het water. Hij zoekt niet. Hij weet: hier is niets te halen. Maar toch staat hij daar, omdat hij weet: ik ben een reiger, en ik hoor bij een slootkant. Als een wrak op het autokerkhof, of een grensrechter bij een amateurwedstrijd. Het hoort erbij, maar je bent er liever niet. Soms staat een reiger midden in het weiland. Als een daad van verzet: "Ik kan ook in een weiland staan". Maar dat is even zielig. Ook daar is niets te halen.
Ik heb nog nooit een reiger iets zien vangen. Of iets zien eten. Reigers zijn ook altijd mager. Zien er uit alsof ze al jaren honger hebben. De onderkant van hun veren is gerafeld, als de dode punten van een blondje dat mooi zou kunnen zijn, als ze niet die dode punten had. Maar ze doet er niets aan, want ze weet niet van de schaar, of van mooi zijn. Blond is al mooi genoeg. Een reiger is de fallus van de triestheid, ongekroond potentieel koningsdagsymbool.

In de buurt van de reiger staat een bordje. Het bordje is goudkleurig en is voorzien van een inscriptie. "Aangeboden ter gelegenheid van het afscheid van burgemeester Blommenstein van Voorst". Niet dat de burgemeester van adel is, maar hij was burgemeester van de gemeente Voorst. Het bordje staat naast een boom, een zwarte populier. Ik herken geen bomen en zeker geen zwarte populier, maar ook dit feit staat op het bordje. Het is stil in het veld. De zwarte populier is een heel gewoon boompje. Het gouden bordje, midden in de weilanden, ver weg van de bewoonde wereld, doet vermoeden dat de burgemeester minder populair was dan het bordje en de populier willen doen geloven. Een gouden bordje met inscriptie voor een burgemeester, waarvan de bevolking liever geen gedenkteken had midden in het dorp.

Ongewild wordt dit fenomeen nog versterkt doordat boom en bordje zijn geplaatst op 15 meter afstand van een eeuwenoude eik, de enige boom die ik wel herken. Waarvan zelfs ik kan zien dat de ruime meter doorsnee en de welige takkenhoed duiden op een lang en deugdzaam leven. De eik staat daar statig en zegt niets, dringt zich niet op, heeft geen bordje: 'Kijk mij eens oud zijn en hier statig staan'. Dat heeft de eik niet nodig.

Ik weet het zeker, burgemeester Blommenstein moet de reiger onder de Voorster burgemeesters zijn geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen