De perswereld is in de war. Een voetbaltrainer heeft een vierde official uitgescholden. Dat hoort niet. Zeker niet als die voetbaltrainer in de eredivisie werkt. Nota bene bij de club die bijna bovenaan staat in de eredivisie. Wat denkt die trainer wel. Hij moet een voorbeeld zijn
Een voetbaltrainer is boos. Hij is van het veld gestuurd. Door de vierde official. Hoe onbelangrijk kun je zijn! Vierde! In de sport de meest uitgekotste plek die er is! Official: in de sport de plek voor iedereen die iets niet kan! Middenmoter zonder zelfkennis!
De vierde official voelt zich belangrijk. Hij moet in de gaten houden of de trainer tussen de lijntjes blijft. Hij oefent vaak met z'n zoontje van drie op het treinstation. Die mag dan vrij rond lopen, maar tot aan de streep. Want nog verder is gevaarlijk. Dan kun je zomaar worden mee gezogen door een trein.
De wedstrijd loopt niet naar wens. De trainer schreeuwt. De vierde official vindt dat eng. Z'n zoontje schreeuwt soms ook. Hij loopt naar de trainer.
- 'Trainer niet zo schreeuwen'.
Maar de trainer hoort het niet, die let op het veld.
- 'Trainer niet zo schreeuwen'.
De trainer kijkt naar de vierde official. Hij gaat rechter op staan. Z'n lichaam is groot en sterk. De vierde official is bang. Bang dat hij onder de trein zal komen.
De scheidsrechter hoort iemand in z'n oor roepen. Iemand in doodsnood. Het moet een official zijn (de vierde waarschijnlijk), want anderen kunnen hem niet bereiken. Keepers die in elkaar getrapt worden mogen geen zendapparatuur hebben. De scheidsrechter rent naar de kant, naar de man in doodsnood.
'"Hij duwde mij!".
"Je liegt!"
"Nietus!".
"Wellus".
Er is een man in een auto. Er staat een bordje: Leeuwarden rechtsaf. Omdat de chauffeur z'n doel in Leeuwarden zoekt, slaat hij rechtsaf. Maar de straat loopt dood. Erg dood. Een blinde muur doemt op. Fout bordje. Foute bocht. Te vroeg afgeslagen. Toch geeft de man gas. Hij is Fries. Misschien gaat de muur wel aan de kant.
De trainer zit op de tribune. Stuurs kijkt hij voor zich uit. Hij is verongelijkt, boos, machteloos, aangetast in z'n eer. Maar bovenal teleurgesteld, teleurgesteld in het falen van het recht. Omdat de waarheid niet is vastgesteld. Soms is er maar één waarheid, zoals hier. Er is niet geduwd. Het is niet waar. De vierde official liegt! Nooit zal de trainer genoegen nemen met deze belachelijke onrechtvaardige behandeling! Daarom geeft hij gas.
Zoals het een Fries betaamt. Thuis begrijpen ze dat.
Cultuur is het verlangen iets te delen wat in wezen buiten jezelf staat, maar gevoelsmatig zo dicht bij je komt dat je het wilt verdedigen alsof het van jezelf is. (Hans den Hartog Jager in "Dit is Nederland").
zaterdag 10 maart 2012
zondag 12 februari 2012
Hegel in Dalfsen: Kunst voor gevorderden?
Ik ben met Hegel naar de kunst gelopen. Hegel is een groot denker. Het is jammer dat niet iedereen Hegel kan begrijpen. Het zou de moeite waard zijn om naast ieder kunstwerk een bordje te zetten met een kleine Hegeliaanse uitleg.
Hegel is van de botsingen. Dialectiek heet dat: Alles ontstaat uit het voorgaande. Tegenstellingen houden de wereld op gang. Het tegenovergestelde van 'zijn' is 'niet zijn'. Van niet zijn naar zijn, dat heet 'worden'. In worden zijn 'Zijn' en 'niet zijn' verenigd. Tussen 'idee' en 'wereld' is in 'worden' geen onderscheid.
Wat is de tegenstelling van subject? Van de individuele mens (het subject), die in zijn eentje aan bijv. een kunstwerk werkt? Het is het object. Iets wat achterblijft. Het kunstwerk dat een eigen leven gaat leiden. In dat object wordt het idee van het subject tot 'gestolde geest'. Een gezin, een staat, de geschiedenis, het zijn andere voorbeelden van 'gestolde geest'.
Individuen zijn, als je zo door denkt, instrumenten van een collectieve geest. Hegel noemt dat "De objectieve geest". De tijdgeest zouden wij misschien zeggen. Kunstenaars zijn instrumenten van de tijdgeest. Als Michelangelo niet had bestaan, dan had iemand anders wel de renaissance vorm gegeven. Want die zat er aan te komen. Kunst-stromingen zijn het resultaat van de tijdgeest. Kunstwerken die belangrijk en historisch noodzakelijk zijn, leiden een eigen leven, als representant van de objectieve geest. Los van de maker, die het werk misschien wel anders bedoeld had.
Zodra een kunstwerk onderwerp wordt van filosofische reflectie, fungeert het als instrument van een hogere bewustwording, die Hegel de 'Absolute geest' noemt. In het denken over de kunst komt het tot verzoening tussen subject en object. De geest keert naar zichzelf terug: ontstaan vanuit de geest, vorm van de geest, Gestolde Geest. Kunst is het 'zintuiglijke schijnen' van 'het idee'. Kunst spreekt ons aan. Letterlijk in de zin van: zegt iets tegen ons. Het gaat niet om de weergave, om de gelijkenis, het gaat om de mate waarin 'het idee' ons bereikt.
Daarom is natuur zelf nooit kunst, hoe mooi ook. De weergave ervan brengt subject en object bij elkaar. Idee en object worden één. De weergave door de kunstenaar (het subject) is altijd de weergave vanuit een idee, een vorm van waarneming. Daarom past er kunst in ieder landschap, zodat paard en volk met elkaar zijn verbonden.
Kunst is dialectiek in zichzelf. Een vormgeving ontstaat altijd vanuit een eigen historische context. Waarvan kennis onderdeel is. Kennis over kunst beïnvloed het maken van kunst. Kunst ontwikkelt zich op basis van het voorgaande. Dialectiek. Kunst is kunst, doordat het een reactie vertegenwoordigt.
Hegel is nog niet tevreden. Hij vindt dat je kunstwerken moet kunnen voelen. Dat het gevoel van het werk er moet zijn zonder dat het object daarvoor nodig is.Dat kunst wordt tot een een religieuze ervaring.
Daarom is religie (niet godsdienst!) volgens Hegel een hogere vorm van Absolute Geest. Object en subject worden op gevoelsniveau geïntegreerd.
Maar de hoogste vorm van absolute geest is filosofie! Als de geest zich bewust is van de integratie van subject en object, iets wat kan ontstaan d.m.v. reflectie, dan is de hoogste staat van bestaan bereikt. Dat gebeurt in de filosofie!
Daar kan Dalfsen nav dit kunstwerk nu naar op weg!
Hegel is van de botsingen. Dialectiek heet dat: Alles ontstaat uit het voorgaande. Tegenstellingen houden de wereld op gang. Het tegenovergestelde van 'zijn' is 'niet zijn'. Van niet zijn naar zijn, dat heet 'worden'. In worden zijn 'Zijn' en 'niet zijn' verenigd. Tussen 'idee' en 'wereld' is in 'worden' geen onderscheid.
Wat is de tegenstelling van subject? Van de individuele mens (het subject), die in zijn eentje aan bijv. een kunstwerk werkt? Het is het object. Iets wat achterblijft. Het kunstwerk dat een eigen leven gaat leiden. In dat object wordt het idee van het subject tot 'gestolde geest'. Een gezin, een staat, de geschiedenis, het zijn andere voorbeelden van 'gestolde geest'.
Individuen zijn, als je zo door denkt, instrumenten van een collectieve geest. Hegel noemt dat "De objectieve geest". De tijdgeest zouden wij misschien zeggen. Kunstenaars zijn instrumenten van de tijdgeest. Als Michelangelo niet had bestaan, dan had iemand anders wel de renaissance vorm gegeven. Want die zat er aan te komen. Kunst-stromingen zijn het resultaat van de tijdgeest. Kunstwerken die belangrijk en historisch noodzakelijk zijn, leiden een eigen leven, als representant van de objectieve geest. Los van de maker, die het werk misschien wel anders bedoeld had.
Zodra een kunstwerk onderwerp wordt van filosofische reflectie, fungeert het als instrument van een hogere bewustwording, die Hegel de 'Absolute geest' noemt. In het denken over de kunst komt het tot verzoening tussen subject en object. De geest keert naar zichzelf terug: ontstaan vanuit de geest, vorm van de geest, Gestolde Geest. Kunst is het 'zintuiglijke schijnen' van 'het idee'. Kunst spreekt ons aan. Letterlijk in de zin van: zegt iets tegen ons. Het gaat niet om de weergave, om de gelijkenis, het gaat om de mate waarin 'het idee' ons bereikt.
Daarom is natuur zelf nooit kunst, hoe mooi ook. De weergave ervan brengt subject en object bij elkaar. Idee en object worden één. De weergave door de kunstenaar (het subject) is altijd de weergave vanuit een idee, een vorm van waarneming. Daarom past er kunst in ieder landschap, zodat paard en volk met elkaar zijn verbonden.
Kunst is dialectiek in zichzelf. Een vormgeving ontstaat altijd vanuit een eigen historische context. Waarvan kennis onderdeel is. Kennis over kunst beïnvloed het maken van kunst. Kunst ontwikkelt zich op basis van het voorgaande. Dialectiek. Kunst is kunst, doordat het een reactie vertegenwoordigt.
Hegel is nog niet tevreden. Hij vindt dat je kunstwerken moet kunnen voelen. Dat het gevoel van het werk er moet zijn zonder dat het object daarvoor nodig is.Dat kunst wordt tot een een religieuze ervaring.
Daarom is religie (niet godsdienst!) volgens Hegel een hogere vorm van Absolute Geest. Object en subject worden op gevoelsniveau geïntegreerd.
Maar de hoogste vorm van absolute geest is filosofie! Als de geest zich bewust is van de integratie van subject en object, iets wat kan ontstaan d.m.v. reflectie, dan is de hoogste staat van bestaan bereikt. Dat gebeurt in de filosofie!
donderdag 2 februari 2012
Maar is het kunst, daar in Dalfsen?
Uit de verte zijn het twee steigerende paarden, of lijkt het een landbouwmachine. Maar het is kunst. Dat weet je als je er voor staat: het dient nergens toe, het is gekleurd en het stelt niets concreets voor. Dan weet je als burger zonder opleiding: dit is kunst. Als het later wordt opgenomen in de 'kunstroute' weet je het zeker. Dan kun je het ook zeggen: "zie je wel, kunst!"
Als je je er wat verder in verdiept kom je meer aan de weet: Er is ruzie over gemaakt. Iemand heeft besloten dat er ergens in het landschap een kunstwerk moet komen. De gemeente of zo. Of een actieve groep burgers met hart voor de zaak. Hart voor de gemeente. Hart voor de andere burgers, die nog niets van kunst weten. Mensen, die iedereen graag in aanraking willen brengen met Kunst. Of willen confronteren met kunst. Die hun medemens willen opstoten in de vaart der volkeren. Willen bijdragen aan hun ontwikkeling. Want Pierre Bourdieu toonde al aan, dat kunstwaardering een sociologische component heeft: hoe lager iemands sociale status, hoe duidelijker het moet zijn wat een kunstwerk voorstelt.
Maar er zijn mensen tegen. Want er zijn altijd mensen tegen. Niet tegen kunst, want niemand is tegen kunst. Nee, de tegenstanders zijn tegen die rommel, die anderen kunst noémen. Terwijl het helemaal geen kunst ís! Want zeggen ze: ik kan zoiets ook maken. En het stelt niks voor. Of, zoals Guus Kuijer ooit optekende uit de mond van een man die in een museum naar een schilderij stond te kijken: Dat kan mijn dochter van drie ook! Een blijk van minachting, zo bleek, en daarmee de titel van Kuijers latere boek: "Het geminachte kind".
Praten helpt. Er blijken duizenden argumenten te bestaan waarom iets kunst is.
Het moet iets voorstellen.
Het moet de uitdrukking zijn van gevoelens van de kunstenaar.
Het moet mooi zijn.
Het moet vernieuwend zijn.
Het moet mensen uit hun evenwicht brengen.
Het mag geen landschap zijn.
Daarmee blijken de deelnemers aan de discussie zes kunstfilosofische stromingen te vertegenwoordigen. Vertegenwoordigd door Plato, Kant, Hegel, Tolstoi en andere grootheden. Maar ze weten dat niet. Ze praten over kunst en vinden er iets van. En daarmee wordt het op zichzelf al weer kunst. Tenminste, volgens al weer een andere stroming.
En ik? Ik vind het mooi. Landbouwmachinekleuren, in de vorm van abstracte paarden, die de plattelandsgemeenschap verbinden met de natuur. Passend bij een dorp waarin natuur, arbeid, inkomen en cultuur nauw verbonden en van elkaar afhankelijk zijn. Ik blijk een symbolist. Nog een stroming.
- "Natuur zo mooi als in Dalfsen heeft geen kunstwerk nodig", werpt de buurman tegen.
- "Dalfsen wel" zeg ik, "want iedereen is nu kunstfilosoof. En dat is goed voor de vaart der volkeren".
Binnenkort de Overijsselse kunstroute. Ik hoop dat iedereen mee doet.
Als je je er wat verder in verdiept kom je meer aan de weet: Er is ruzie over gemaakt. Iemand heeft besloten dat er ergens in het landschap een kunstwerk moet komen. De gemeente of zo. Of een actieve groep burgers met hart voor de zaak. Hart voor de gemeente. Hart voor de andere burgers, die nog niets van kunst weten. Mensen, die iedereen graag in aanraking willen brengen met Kunst. Of willen confronteren met kunst. Die hun medemens willen opstoten in de vaart der volkeren. Willen bijdragen aan hun ontwikkeling. Want Pierre Bourdieu toonde al aan, dat kunstwaardering een sociologische component heeft: hoe lager iemands sociale status, hoe duidelijker het moet zijn wat een kunstwerk voorstelt.
Maar er zijn mensen tegen. Want er zijn altijd mensen tegen. Niet tegen kunst, want niemand is tegen kunst. Nee, de tegenstanders zijn tegen die rommel, die anderen kunst noémen. Terwijl het helemaal geen kunst ís! Want zeggen ze: ik kan zoiets ook maken. En het stelt niks voor. Of, zoals Guus Kuijer ooit optekende uit de mond van een man die in een museum naar een schilderij stond te kijken: Dat kan mijn dochter van drie ook! Een blijk van minachting, zo bleek, en daarmee de titel van Kuijers latere boek: "Het geminachte kind".
Praten helpt. Er blijken duizenden argumenten te bestaan waarom iets kunst is.
Het moet iets voorstellen.
Het moet de uitdrukking zijn van gevoelens van de kunstenaar.
Het moet mooi zijn.
Het moet vernieuwend zijn.
Het moet mensen uit hun evenwicht brengen.
Het mag geen landschap zijn.
Daarmee blijken de deelnemers aan de discussie zes kunstfilosofische stromingen te vertegenwoordigen. Vertegenwoordigd door Plato, Kant, Hegel, Tolstoi en andere grootheden. Maar ze weten dat niet. Ze praten over kunst en vinden er iets van. En daarmee wordt het op zichzelf al weer kunst. Tenminste, volgens al weer een andere stroming.
En ik? Ik vind het mooi. Landbouwmachinekleuren, in de vorm van abstracte paarden, die de plattelandsgemeenschap verbinden met de natuur. Passend bij een dorp waarin natuur, arbeid, inkomen en cultuur nauw verbonden en van elkaar afhankelijk zijn. Ik blijk een symbolist. Nog een stroming.
- "Natuur zo mooi als in Dalfsen heeft geen kunstwerk nodig", werpt de buurman tegen.
- "Dalfsen wel" zeg ik, "want iedereen is nu kunstfilosoof. En dat is goed voor de vaart der volkeren".
Binnenkort de Overijsselse kunstroute. Ik hoop dat iedereen mee doet.
Labels:
Filosofie?,
Kijk op de wereld,
Kunst en Beeld
dinsdag 31 januari 2012
Vrij!
Een crimineel is vrijgelaten. Dat is een goede zaak. We gaan zorgvuldig met onze criminelen om. Daar hoort vrijlaten ook bij. Meestal. Als ze geen levenslang hebben gekregen. En als ze geen levenslang hebben, horen ze te worden vrijgelaten. Want dan hebben ze hun straf uitgezeten. Zo denken wij!
Waarom zetten we eigenlijk mensen gevangen? Wat is de gedachte achter ons rechtssysteem? Op TV zie ik mannen in oranje pakken met handboeien om en ijzeren kettingen tussen de enkels. Ze kunnen maar kleine stapjes zetten. Dat is omdat het criminelen zijn natuurlijk. Anders lopen ze weg. En dat willen we niet.
Ik zie dat ze de mannen in oranje pakken in een kooi stoppen. Misschien zijn het recente afstammelingen van apen. Recente primaten. Gevonden in een ghetto. Een pas ontdekt primatenghetto. Geen mensen, dat is zeker. Ik kan het niet aan zien.
Gelukkig blijken die mannen in Amerika in de gevangenis te zitten. Ik heb met ze te doen. Ik kijk de andere kant uit. Want wij denken anders. Die mannen in oranje pakken hebben trouwens levenslang. Ook als ze onverhoopt vrij mochten komen. Want dan krijgt de hele buurt een briefje in de bus met daarop een grijnzende boeventronie en het strafblad. Want hij zal zeker opnieuw in de fout gaan. Misselijk vinden wij dat stigmatiseren. In ons rechtssysteem. Wij zijn beschaafd.
Wij weten wel beter. Als een crimineel vrij komt hebben wij hem heropgevoed. Dat is namelijk één van de functies van onze gevangenissen. Daarom behandelen wij gevangenen ook alsof het mensen zijn. En niet als dieren. Terwijl ze worden heropgevoed beschermen wij onze maatschappij tegen deze doerakken. De tweede functie van ons rechtssysteem. En als ze straks zijn heropgevoed, kunnen ze de vrijheid aan. En is onze wraak voorbij. We spreken liever van vergelding. Dat is beschaafder. De drieslag is compleet. Maatschappij beschermen, vergelding als wraak, heropvoeden. Daarna krijgen ze een nieuwe kans.
Soms. Of zijn we van mening veranderd?
Waarom zetten we eigenlijk mensen gevangen? Wat is de gedachte achter ons rechtssysteem? Op TV zie ik mannen in oranje pakken met handboeien om en ijzeren kettingen tussen de enkels. Ze kunnen maar kleine stapjes zetten. Dat is omdat het criminelen zijn natuurlijk. Anders lopen ze weg. En dat willen we niet.
Ik zie dat ze de mannen in oranje pakken in een kooi stoppen. Misschien zijn het recente afstammelingen van apen. Recente primaten. Gevonden in een ghetto. Een pas ontdekt primatenghetto. Geen mensen, dat is zeker. Ik kan het niet aan zien.
Gelukkig blijken die mannen in Amerika in de gevangenis te zitten. Ik heb met ze te doen. Ik kijk de andere kant uit. Want wij denken anders. Die mannen in oranje pakken hebben trouwens levenslang. Ook als ze onverhoopt vrij mochten komen. Want dan krijgt de hele buurt een briefje in de bus met daarop een grijnzende boeventronie en het strafblad. Want hij zal zeker opnieuw in de fout gaan. Misselijk vinden wij dat stigmatiseren. In ons rechtssysteem. Wij zijn beschaafd.
Wij weten wel beter. Als een crimineel vrij komt hebben wij hem heropgevoed. Dat is namelijk één van de functies van onze gevangenissen. Daarom behandelen wij gevangenen ook alsof het mensen zijn. En niet als dieren. Terwijl ze worden heropgevoed beschermen wij onze maatschappij tegen deze doerakken. De tweede functie van ons rechtssysteem. En als ze straks zijn heropgevoed, kunnen ze de vrijheid aan. En is onze wraak voorbij. We spreken liever van vergelding. Dat is beschaafder. De drieslag is compleet. Maatschappij beschermen, vergelding als wraak, heropvoeden. Daarna krijgen ze een nieuwe kans.
Soms. Of zijn we van mening veranderd?
maandag 16 januari 2012
Dode dingen
Als ik een nieuw pak crackers open maak ontwaar ik binnen plotseling een lichte paniek. De crackers zitten stijf vast in het pak en ik ben maar van plan er één op te eten. Ik weet nog niet welke. Plotseling vraag ik me af, of er ik het pak crackers nu ook collectieve paniek is uitgebroken. Of ze rillen van spanning.
- Ben ik het?
- Ben ik aan de beurt?
- Zou hij mij kiezen?
Voor één van de crackers is het bestaan zo meteen voorbij. Weldra zal zij vermalen worden tussen mijn kaken, na te zijn ingesmeerd met een beetje boter en smeerkaas. Wat trouwens een smerige combinatie is volgens mijn levenspartner. En volstrekt overbodig.
Ik kan ook kiezen voor de combinatie van dezelfde boter met een plakje magere achterham, maar een einde wordt het. De crackerhemel of -hel is nabij. Wat voor mensen niet bestaat kan best mee een materiële configuratie hebben. Meedingen in de letterlijke zin van het woord. Hebben dingen geen gevoel?
Als ik een nieuw pak koffiepads open maak, en die in de guitig versierde rood met zwarte koffiebus doe, blijkt er nog één achtergebleven pad van het vorige pak in te zitten. Op het moment dat het bijkeukenlicht op zijn bolle kopje valt vraagt hij zich af:
- Is het ook voor mij nu voorbij? Lonkt de pads-hel? Is de verdrinkingsdood echt het einde?
Ik weet niet of hij hoopt dat ik hem nu ook in het apparaat klem om na een persdouche het eeuwige koffiepadleven in de vuilnisbak te ondergaan, of dat hij hoopt dat ik de nieuwe pads op zijn kop zal kieperen, zodat hij minstens nog één cyclus mee gaat. Waarom zouden dooie dingen geen leven hebben?
In mijn auto ligt al maanden een pasje, waarmee ik de slagboom van het werk open. Hoe hard ik ook rijd of door bochten scheur, hij blijft daar rustig liggen. Bleef daar rustig liggen. Tot gisteren. In een op zich onbetekenend curfje van een graad of 30 dook hij plotseling in het vooronder, richting de pedalen. En nu is hij niet meer te houden. Ieder hobbeltje of bochtje is aanleiding de enorme lege ruimtes rondom te zoeken. Nu hij weet dat het kan.
Ik weet dat Rupert Sheldrake de morfogenetische velden bedacht heeft, voor de koolmezen in Japan, die zonder enig aantoonbaar contact de Engelse soortgenoten nabootsten in het openen van eerder volkomen onbedreigde melkflessen met papieren doppen. Hebben pasjes, crackers en koffiepads ook spirituele contacten met soortgenoten of zelfs cross-genderiaanse esoterische contacten?
Ik weet het niet. Maar het openen van een pak koffiepads of crackers is zo wel een spannende en levensverrijkende ervaring. Ik ben geen vegetariër. Ik denk dat ik ga leven zonder dingen die samen in een pak zitten. Voor de zekerheid.
Ik word boksielist. Vanaf nu het vegetarische woord voor een dingenloos leven!
- Ben ik het?
- Ben ik aan de beurt?
- Zou hij mij kiezen?
Voor één van de crackers is het bestaan zo meteen voorbij. Weldra zal zij vermalen worden tussen mijn kaken, na te zijn ingesmeerd met een beetje boter en smeerkaas. Wat trouwens een smerige combinatie is volgens mijn levenspartner. En volstrekt overbodig.
Ik kan ook kiezen voor de combinatie van dezelfde boter met een plakje magere achterham, maar een einde wordt het. De crackerhemel of -hel is nabij. Wat voor mensen niet bestaat kan best mee een materiële configuratie hebben. Meedingen in de letterlijke zin van het woord. Hebben dingen geen gevoel?
Als ik een nieuw pak koffiepads open maak, en die in de guitig versierde rood met zwarte koffiebus doe, blijkt er nog één achtergebleven pad van het vorige pak in te zitten. Op het moment dat het bijkeukenlicht op zijn bolle kopje valt vraagt hij zich af:
- Is het ook voor mij nu voorbij? Lonkt de pads-hel? Is de verdrinkingsdood echt het einde?
Ik weet niet of hij hoopt dat ik hem nu ook in het apparaat klem om na een persdouche het eeuwige koffiepadleven in de vuilnisbak te ondergaan, of dat hij hoopt dat ik de nieuwe pads op zijn kop zal kieperen, zodat hij minstens nog één cyclus mee gaat. Waarom zouden dooie dingen geen leven hebben?
In mijn auto ligt al maanden een pasje, waarmee ik de slagboom van het werk open. Hoe hard ik ook rijd of door bochten scheur, hij blijft daar rustig liggen. Bleef daar rustig liggen. Tot gisteren. In een op zich onbetekenend curfje van een graad of 30 dook hij plotseling in het vooronder, richting de pedalen. En nu is hij niet meer te houden. Ieder hobbeltje of bochtje is aanleiding de enorme lege ruimtes rondom te zoeken. Nu hij weet dat het kan.
Ik weet dat Rupert Sheldrake de morfogenetische velden bedacht heeft, voor de koolmezen in Japan, die zonder enig aantoonbaar contact de Engelse soortgenoten nabootsten in het openen van eerder volkomen onbedreigde melkflessen met papieren doppen. Hebben pasjes, crackers en koffiepads ook spirituele contacten met soortgenoten of zelfs cross-genderiaanse esoterische contacten?
Ik weet het niet. Maar het openen van een pak koffiepads of crackers is zo wel een spannende en levensverrijkende ervaring. Ik ben geen vegetariër. Ik denk dat ik ga leven zonder dingen die samen in een pak zitten. Voor de zekerheid.
Ik word boksielist. Vanaf nu het vegetarische woord voor een dingenloos leven!
donderdag 5 januari 2012
Depressie
Na de euforie komt de depressie. Het citaat van Egel uit mijn vorige blog bewijst dat. Trouwens, de gedachte die Toon egel in de mond legt was ook al niet origineel. Die had ik ook al wel eens gedacht of gelezen. En daarna geïncorporeerd als mijn eigen idee, wat weer verklaarbaar is vanuit de psychologie en onderzocht door Douwe Draaisma. Ik heb zelfs in zijn 'vergeetboek' een bladwijzer op pagina 104 over onbewust plagiaat. 'Cryptomnesie' heet het dan. Hilarisch beschreven trouwens.
Niets is de moeite waard. Nadenken en lezen al zeker niet. Als je je al uniek wilt voelen, moet je dat zeker niet proberen door een mening te ontwikkelen. Alles wat ik vind is al gevonden of kan ik al ergens vinden. Elke keer als ik een boek lees kom ik wel een deel van mijn mening tegen. Over alles wat ik vind bestaan al duizenden pagina's. Waarom nog bloggen?
En zeg wat je vindt maar eens kort en aansprekend. Ik voel een enorme machteloze woede als ik niet in twee zinnen kan overbrengen wat ik vind. Het is frustrerend en onredelijk dat alle in mijn hoofd aanwezige argumenten niet meteen mee komen in de tekst, die door mijn mond naar buiten komt. Sterker nog: het is enorm stom, dat mensen niet begrijpen wat ik bedoel, nog voordat ik ben begonnen met praten. Ik ben al moe voordat ik mijn mond open doe. Om het nog één keer uit te leggen. En van die moeheid word ik boos.
Bij de eerste voorzichtige tegenwerpingen weet ik al dat ik niet meteen uit mijn geheugen de relevante gelezen passages zal kunnen opdiepen, hetgeen ik ervaar als het bewijs dat ik e.e.a. nog niet helemaal heb doorleefd, wat weer en bewijs is voor mijn voortdurende en herhaalde falen, wat weer leidt tot enorme zelfhaat en depressie. Ook al omdat ik weet hoe buitengewoon onredelijk mijn eigen gevoelens en gedachten zijn. Wat trouwens weer een reden is om te zwijgen en het maar niet meer te proberen.
Om de wereld te verbeteren moet je
- een denkproces doormaken
- kennis en argumenten paraat hebben
- tegenargumenten voorzien
- de duur van de discussie, die je bij voorbaat tegenstaat en verveelt, inschatten
- omgaan met de ergernis aan en over jezelf, omdat je weet dat je opnieuw niets gaat bijdragen aan de wereld.
Het is allemaal zo dodelijk vermoeiend, dat de meeste mensen er maar niet aan beginnen. Ik ook niet?
Niets is de moeite waard. Nadenken en lezen al zeker niet. Als je je al uniek wilt voelen, moet je dat zeker niet proberen door een mening te ontwikkelen. Alles wat ik vind is al gevonden of kan ik al ergens vinden. Elke keer als ik een boek lees kom ik wel een deel van mijn mening tegen. Over alles wat ik vind bestaan al duizenden pagina's. Waarom nog bloggen?
En zeg wat je vindt maar eens kort en aansprekend. Ik voel een enorme machteloze woede als ik niet in twee zinnen kan overbrengen wat ik vind. Het is frustrerend en onredelijk dat alle in mijn hoofd aanwezige argumenten niet meteen mee komen in de tekst, die door mijn mond naar buiten komt. Sterker nog: het is enorm stom, dat mensen niet begrijpen wat ik bedoel, nog voordat ik ben begonnen met praten. Ik ben al moe voordat ik mijn mond open doe. Om het nog één keer uit te leggen. En van die moeheid word ik boos.
Bij de eerste voorzichtige tegenwerpingen weet ik al dat ik niet meteen uit mijn geheugen de relevante gelezen passages zal kunnen opdiepen, hetgeen ik ervaar als het bewijs dat ik e.e.a. nog niet helemaal heb doorleefd, wat weer en bewijs is voor mijn voortdurende en herhaalde falen, wat weer leidt tot enorme zelfhaat en depressie. Ook al omdat ik weet hoe buitengewoon onredelijk mijn eigen gevoelens en gedachten zijn. Wat trouwens weer een reden is om te zwijgen en het maar niet meer te proberen.
Om de wereld te verbeteren moet je
- een denkproces doormaken
- kennis en argumenten paraat hebben
- tegenargumenten voorzien
- de duur van de discussie, die je bij voorbaat tegenstaat en verveelt, inschatten
- omgaan met de ergernis aan en over jezelf, omdat je weet dat je opnieuw niets gaat bijdragen aan de wereld.
Het is allemaal zo dodelijk vermoeiend, dat de meeste mensen er maar niet aan beginnen. Ik ook niet?
maandag 2 januari 2012
Zelfingenomen gelukkig.
Oudejaarsdag. Tijd om goede voornemens te evalueren. "Dat zouden meer mensen moeten doen", zo'n reclamezinnetje dat blijft hangen. Voor mij gemakkelijk. Ik had er geen.
Het is zaterdag. In de achterliggende maanden ben ik 21 kilo afgevallen. Dat was ik op 1 januari nog niet van plan, maar plotseling leek het moment geschikt. Ik meen op 6 oktober. Altijd een mooie datum. Vijf oktober had ik nog een etentje, dus dat was duidelijk te vroeg. Ik ben tevreden.
Om 10 uur doe ik mee aan een spinningles. Niet om af te vallen, maar omdat je toch iets aan sport moet doen, nu hardlopen niet meer gaat. We spinnen op de top 11 van de top 2000. Zonder commentaar er tussendoor. Ideetje ook voor de radio? Ik kan de hele les het moordende tempo bij houden. Ik ben trots.
Om 12 uur lees ik een boek. Of eigenlijk meerdere boeken tegelijk. Ik deel mijn geluk met de sprinkhaan. En met Toon Tellegen. Na ieder verhaaltje wil ik stoppen. In gelukzaligheid. Soms sta ik mezelf toe om even weg te dommelen, omdat dan het verhaal misschien mijn onbewuste binnen dringt. En omdat het volgende verhaal niet nog beter kan zijn. Of toch wel? Ik ben gelukkig.
Om 4 uur haal ik witlof bij de kruidenier. In de auto heb ik tijd om even niet naar de top 2000 te luisteren. Een CD met de pianoconcerten van Giovanni Paisiello (1740-1816) is zo prachtig, dat ik bijna tegen een boom droom. Maar ik houd me staande. Ik had nog nooit van Paisiello gehoord, maar gelukkig mijn cosmeticakruidenier wel. Die stelt hem beschikbaar voor € 2,99. Ik ben tevreden.
Om 6 uur word ik uitgenodigd om oudejaarsavond ergens een glaasje te komen drinken. Tot die tijd met een boekje in een hoekje. Daar zit ook Toon Tellegen. Daar ligt "Speel ik met mijn kat of zij met mij?" , Saul Framptons prachtige boek over mijn held Michel Montaigne. En ook Bill Bryson vraagt nog aandacht. En het filosofiemagazine over helden. En Beethoven is dood terwijl er zoveel idioten leven. Het is warm, de regen tikt op de glazen koepel, het leven is goed voor mij.
Zoveel geluk moet je delen. Toon moet je voorlezen! Iedereen moet het horen! Ik moet bloggen! Een onmogelijke opgave dringt zich op. Zelfingenomenheid glijdt tussen de regels door. Het leven is prachtig! Vertel het aan niemand!
Weet je, zei de egel, ik ben nu tevreden. Heel tevreden.
Maar altijd als ik tevreden ben, ben ik ook verdrietig. Nu dus ook.
Ik vind dat zo raar. Hoe tevredener, hoe verdrietiger.
Soms denk ik: was ik maar nooit tevreden, dan was ik ook nooit verdrietig.
Dan wou ik dat ik niks was. Niet tevreden. Niet ontevreden. Niet verdrietig. Niks
Hoe kan dat?
Ik weet het niet zei sprinkhaan.
Uit: Het geluk van de sprinkhaan. Toon Tellegen, 2011.
http://middenmoterroerselen.blogspot.com/2011/05/top-21.html
Het is zaterdag. In de achterliggende maanden ben ik 21 kilo afgevallen. Dat was ik op 1 januari nog niet van plan, maar plotseling leek het moment geschikt. Ik meen op 6 oktober. Altijd een mooie datum. Vijf oktober had ik nog een etentje, dus dat was duidelijk te vroeg. Ik ben tevreden.
Om 10 uur doe ik mee aan een spinningles. Niet om af te vallen, maar omdat je toch iets aan sport moet doen, nu hardlopen niet meer gaat. We spinnen op de top 11 van de top 2000. Zonder commentaar er tussendoor. Ideetje ook voor de radio? Ik kan de hele les het moordende tempo bij houden. Ik ben trots.
Om 12 uur lees ik een boek. Of eigenlijk meerdere boeken tegelijk. Ik deel mijn geluk met de sprinkhaan. En met Toon Tellegen. Na ieder verhaaltje wil ik stoppen. In gelukzaligheid. Soms sta ik mezelf toe om even weg te dommelen, omdat dan het verhaal misschien mijn onbewuste binnen dringt. En omdat het volgende verhaal niet nog beter kan zijn. Of toch wel? Ik ben gelukkig.
Om 4 uur haal ik witlof bij de kruidenier. In de auto heb ik tijd om even niet naar de top 2000 te luisteren. Een CD met de pianoconcerten van Giovanni Paisiello (1740-1816) is zo prachtig, dat ik bijna tegen een boom droom. Maar ik houd me staande. Ik had nog nooit van Paisiello gehoord, maar gelukkig mijn cosmeticakruidenier wel. Die stelt hem beschikbaar voor € 2,99. Ik ben tevreden.
Om 6 uur word ik uitgenodigd om oudejaarsavond ergens een glaasje te komen drinken. Tot die tijd met een boekje in een hoekje. Daar zit ook Toon Tellegen. Daar ligt "Speel ik met mijn kat of zij met mij?" , Saul Framptons prachtige boek over mijn held Michel Montaigne. En ook Bill Bryson vraagt nog aandacht. En het filosofiemagazine over helden. En Beethoven is dood terwijl er zoveel idioten leven. Het is warm, de regen tikt op de glazen koepel, het leven is goed voor mij.
Zoveel geluk moet je delen. Toon moet je voorlezen! Iedereen moet het horen! Ik moet bloggen! Een onmogelijke opgave dringt zich op. Zelfingenomenheid glijdt tussen de regels door. Het leven is prachtig! Vertel het aan niemand!
Weet je, zei de egel, ik ben nu tevreden. Heel tevreden.
Maar altijd als ik tevreden ben, ben ik ook verdrietig. Nu dus ook.
Ik vind dat zo raar. Hoe tevredener, hoe verdrietiger.
Soms denk ik: was ik maar nooit tevreden, dan was ik ook nooit verdrietig.
Dan wou ik dat ik niks was. Niet tevreden. Niet ontevreden. Niet verdrietig. Niks
Hoe kan dat?
Ik weet het niet zei sprinkhaan.
Uit: Het geluk van de sprinkhaan. Toon Tellegen, 2011.
http://middenmoterroerselen.blogspot.com/2011/05/top-21.html
Labels:
Autobiografisch perspectief,
Filosofie?,
Geluk
Abonneren op:
Posts (Atom)