maandag 15 maart 2010

Telefoon

Ik ben net met mijn vrouw over een wezenlijk en precair onderwerp m.b.t. onze toekomst aan het delibereren, als de telefoon gaat. Een buitengewoon indringende inbreuk op onze privacy, die wij helaas niet kunnen negeren. Op het moment dat je samen de liefde bedrijft, zul je iemand die aan de deur belt niet open doen, maar de telefoon negeren, dat is toch nog iets anders.
Aan de nummermelder zie ik dat het hier een lokaal telefoongesprek zal betreffen, met iemand waarvan wij het nog niet de moeite waard hebben gevonden om de naam in onze adreslijst op te nemen, als wij hem of haar Ć¼berhaupt al kennen.

Als ik opneem blijkt de belster niet verdacht op mijn aanwezigheid.
"Met wie zegt u?"
Ik herhaal mijn naam.
"Dan ben ik niet goed".

Ik begin te begrijpen wat er aan de hand is. Waarschijnlijk had de belster liever mijn beminnelijke eega aan de lijn gehad, die echter altijd haar eigen naam gebruikt: Vriesema.
"Wie zocht u dan?" , probeer ik haar te paaien.
"Mevrouw de Vries".
"Vriesema", zeg ik corrigerend
"Oh, dank u wel" is haar verbluffende antwoord. En voor ik iets kan zeggen heeft ze op gehangen.

Ik probeer me te verplaatsen in een andere ruimte in ons dorp. Daar zit nu iemand met enige verbijstering naar de hoorn te kijken, zich realiserend dat degene die ze belde, en die zij niet kende, dacht dat hij beter wist wie ze wilde bellen dan zij zelf.

Ze heeft niet meer terug gebeld.

2 opmerkingen: