maandag 22 maart 2010

Tefaf

Het trapje is van zwaar eikenhout en zit strak in de lak. Het past bij de geelbruine kleur, die dit deel van het gebouw domineert. Op de vierde trede van het trapje staat een man van een jaar of veertig. Hij heeft lang haar, en omdat hij schuin omhoog kijkt, kan ik de naderende halve maan zien schemeren. Hij draagt een flodderig pak, dat desondanks een dure indruk maakt.
In z'n hand heeft hij een, bij de trap passend, vergrootglas van king-size formaat. De doorsnee is minstens twintig centimeter, de dikte zeker twee. Rijkhalzend bekijkt hij een nog hoger hangend schilderij, waarop een vaas met bloemen. Een schilderij dat mij alleen was opgevallen omdat ik het lelijker vond dan alle andere in de directe omgeving.

Aan de voet van de trap staan twee vrouwen, naast een man van de kunstgalerij die de trap vast houdt.
- Z'n lievelingsboem staat er op" zegt de oudste vrouw.
De kunsthandelaar knikt maar zegt niets, misschien bang deze precaire en wellicht voor hem kansrijke situatie een ongewenste wending te geven.

Ik blijf nog een volle minuut kijken, maar niemand van de aanwezigen schijnt het een vreemd tafereel te vinden. Dan loop ik door. Op zoek naar mijn favoriete bloem.

maandag 15 maart 2010

Telefoon

Ik ben net met mijn vrouw over een wezenlijk en precair onderwerp m.b.t. onze toekomst aan het delibereren, als de telefoon gaat. Een buitengewoon indringende inbreuk op onze privacy, die wij helaas niet kunnen negeren. Op het moment dat je samen de liefde bedrijft, zul je iemand die aan de deur belt niet open doen, maar de telefoon negeren, dat is toch nog iets anders.
Aan de nummermelder zie ik dat het hier een lokaal telefoongesprek zal betreffen, met iemand waarvan wij het nog niet de moeite waard hebben gevonden om de naam in onze adreslijst op te nemen, als wij hem of haar überhaupt al kennen.

Als ik opneem blijkt de belster niet verdacht op mijn aanwezigheid.
"Met wie zegt u?"
Ik herhaal mijn naam.
"Dan ben ik niet goed".

Ik begin te begrijpen wat er aan de hand is. Waarschijnlijk had de belster liever mijn beminnelijke eega aan de lijn gehad, die echter altijd haar eigen naam gebruikt: Vriesema.
"Wie zocht u dan?" , probeer ik haar te paaien.
"Mevrouw de Vries".
"Vriesema", zeg ik corrigerend
"Oh, dank u wel" is haar verbluffende antwoord. En voor ik iets kan zeggen heeft ze op gehangen.

Ik probeer me te verplaatsen in een andere ruimte in ons dorp. Daar zit nu iemand met enige verbijstering naar de hoorn te kijken, zich realiserend dat degene die ze belde, en die zij niet kende, dacht dat hij beter wist wie ze wilde bellen dan zij zelf.

Ze heeft niet meer terug gebeld.

vrijdag 5 maart 2010

Agnes huilt

Dikke tranen blijven in haar ogen hangen. Meren van onbegrip. Zachte lenzen van teleurstrelling. Het is voorbij. Hoe graag had ze niet de wereld verbeterd. Had ze ons allemaal mee laten delen uit de ruif van het industrieel en bankierende graaiersgilde.

Is ze ijdel? Als je weg gaat, denk je dat het met jou te maken heeft. Dat lijkt me een vorm van ijdelheid. De hele achterban van de SP staat achter haar. En toch gaat ze. Is ze dan impulsief? Wie wilde dit? Haar achterban niet? Zij zelf niet? Waarom gaat ze dan?

Is ze een viswijf? Volgens Felix Rottenberg, toch de visboer zelf die het kan weten, wel.

IJdel, impulsief, viswijf.

De ideale politicus? Of zit er toch weer een vleugje perslucht bij?

dinsdag 2 maart 2010

Sven en de pen

De Olympische spelen zijn voorbij. Een bijzondere tijd. Een tijd zonder nadenken. Een tijd van onderbuik. Emoties, winnen en verliezen. Een tijd voor de pers!
Nieuwe kansen: huldigingen! Iets over niets! Latente mogelijkheden.

Twee mannen die intensief samen werken, gaan binnen die samenwerking samen in de fout. Ze knallen een keer. Ze praten een keer. Ze vloeken een keer. Ze drinken een pilsje. Het zijn mannen. Niet lullen maar poetsen.

Sven is bijna thuis. Het is voorbij. Er is teleurstelling. Geen zin in weer een huldiging. Sven is een fries. Al dat feesten met mensen die je niet kent, worden geleefd door betweters, het is niets voor hem. Het heeft niets met de wissel te maken. Of met de andere man.

Wat zou het mooi zijn als je de mannen uit elkaar kon drijven! Als hun wegen konden worden gescheiden. Als je kon zeggen: "zie je wel, het is niet gelukt". Dat je nog jaren later een programma kunt maken, over de wissel en de sluimerende ruzie, de verdrongen en verborgen haat.

Zelf nieuws creëren, het is nu of nooit. De pershyena's janken.

zondag 28 februari 2010

Muziek schilderen

Langzaam ontdek ik enkele een andere wereld. Een wereld die lang voor mij verborgen was. Natuurlijk begint het bij mij met boeken:
- "Kunstgeschiedenis voor dummies".
- "Eeuwige schoonheid" van Gombrich.
- "Dit is Nederland" van Hans den Hartog.

Ontembare nieuwsgierigheid, dorst.

Met de museumjaarkaart kom ik gratis overal binnen. Ontdek ik dat kunst niet alleen maar uit schilderijen bestaat, of eventueel beeldhouwwerken, maar ook uit bouwsels en dode dieren. Ga ik snappen wat mensen drijft om iets te maken, alsof mijn schrijfsels niet deels vanuit eenzelfde drijfveer ontstaan. Scheppingsdrang, commentaar, ontplooiing, plezier in produceren zelfs, wat ik bij Jeroen Krabbe meen te zien.

Langzaam ontdek ik dat literatuur, muziek, schilderijen en beelden ergens een verbinding hebben. Bloggen en surfen helpt. Zo stuit ik op bijzondere juweeltjes. Verbindingsstukken.

Kijk en geniet van :
http://muziekklassiekers.blogspot.com/2010/02/bwv-565.html en bekijk het filmpje,

of huil en geniet bij het protest tegen de oorlog in
http://www.youtube.com/watch?v=518XP8prwZo

En hoort deze er dan ook bij? Verguisd, maar vol gepassioneerd plezier:
http://www.youtube.com/watch?v=PG8quu2sQ2Y&feature=fvw ?

Mensen die genieten of commentaar geven of produceren. Delen! Gedeeld plezier. Geluk!

zaterdag 27 februari 2010

Verlangen naar de Zee

Als ik het strand nader merk ik dat een onbedwingbare opwinding zich meester maakt van mijn gemoed. Daar, verder op, achter de bomen en de duinen zal ik de zee zien! Steeds weer als ik er bijna ben, verlaat het stuur mijn rede en neemt mijn buik het over. Ik loop harder dan nodig is. Ik wordt gedreven door de lokbulderende zee:

Wandelend in bos en duin.
Steeds sneller, opgewonden.

Nog heel even, een laatste rand.
Ik worstel en kom boven,

De blik breekt open, hij is er nog!
Daar! net voorbij het strand!

vrijdag 26 februari 2010

Maaltijd met hond

Naast mij in het cafe, alleen aan haar tafeltje, zit een vrouw te eten. Ze snijdt zorgvuldig haar uitsmijter met witte boterhammen in kleine stukjes, om er daarna, onder zachte sopgeluidjes, op te sabbelen. Ze lijkt me een jaar of vijfenveertig. Haar mondhoeken hangen sterk naar beneden, misprijzend, strijdig met haar genieten. Ze draagt zware werkmansschoenen. Haar grote trosoorbellen, zilver met blauw, lijken verdwaald als rozen in een aardappelveld. Haar donkere kleding accentueert de primaire kleuren van haar maaltijd.

Naast haar op een stoel ligt, op een groene legerjas, een hondje. Hij heeft zijn kop op de rand van de tafel gelegd en kijkt stilletjes en zonder te bewegen naar haar eetbewegingen. Uit zijn ogen spreekt het verlangen naar ook een hapje van al dat lekkers. Zij lijkt zich niet bewust van zijn aanwezigheid.

Enkele minuten duurt dit tafereel. "Maaltijd met hond". Ik denk er over een schildercursus te nemen om e.e.a. vast te kunnen leggen. Een foto zou het beeld teveel in het hier en nu trekken. Dan kijkt ze op en geeft het hondje een stukje komkommer.

Hij legt zich neer op haar jas. Wetende dat zij niet toeschietelijker zal worden vandaag. Hij houdt van haar.