dinsdag 26 januari 2010

Afscheid

Hij is weg. De collega die ik erg waardeerde. Wat moet ik nu? Wat moeten wij, de achterblijvers? Is feliciteren van de vertrekker echt de enige juiste en denkbare reactie? Mag een beetje woede, teleurstelling of afgunst ook? Of is zoveel egoïsme de kern van de rot in onze maatschappij?
We gunnen het hem van harte. We cijferen ons zelf weg. We zien de groei in zijn leven als een uitdaging voor ons zelf. Zo hoort het. Maar toch:
- Scheiden doet lijden
- Partir c'est mourir un peu
- Ik zoek je op, ik kom langs, we houden contact, we praten eens bij.
De cliche's rollen ons gemakkelijk van de tong. En dan komt het afscheid. Wat geef je een collega vertrekkende mee? Materieel, maar ook daar buiten?

Deze collega kon ik vooral waarderen, omdat we het samen, zonder gene, konden hebben over onze zwakke punten. Elkaar aanspreken op wat niet zo goed ging. Dat ging zo goed omdat we daaraan vooraf nooit te beroerd waren om een half uurtje eerst elkaars sterke punten nog even door door te nemen. Beetje zelfgenoegzaam. Met een glaasje wijn. Net zolang, tot de het zelfs voor ons zo ergerlijk werd, dat we er wel aan moesten geloven: "ik moet je nog wel even iets vertellen..........". Heerlijk. Eerlijk ook vooral.

Waar zijn collega's eigenlijk voor? Uit heel veel onderzoeken blijkt dat arbeidssatisfactie voor het grootste deel bestaat uit contacten met collega's. "Zonder klanten zou dit een fantastische baan zijn, zulke leuke collega's!"
Bij Douwe Egberts mocht ik een maand lang dekseltjes op potten Moccona leggen, naast twee collega's. Het werk was waardeloos, maar mijn collega's bezwoeren me dat er geen leuker werk bestond: zulke leuke collega's! En dat was dan weer goed voor mijn zelfvertrouwen. En voor de bestrijding van de cognitieve dissonantie natuurlijk!

En als ze weg gaan dan? Voelen ze zich nog een beetje schuldig, die leuke collega's? Of is hun drang naar iets nieuws, hun 'verder komen in het leven', 'een nieuwe uitdaging nodig hebben', 'geen goed gevoel meer hebben', of 'een lul van een baas', ten allen tijde een acceptabel excuus om maar weer te gaan? Is een afscheid nog een beetje een moment voor reflectie? Of zelfs dan niet?

Mijn collega gaat naar een christelijk schoolbestuur. Hij kan toch niet verwachten dat ik dat zomaar ongemerkt voorbij laat gaan? Hij weet toch ook dat Spinoza al in 1656 in de ban werd gedaan, omdat die zeker wist dat God alleen in filosofische zin bestaat? Hebben we 350 jaar zitten slapen? Hoezo verder komen? Ik was er, als Spinoza-reïncarnatie. Eng en onontkoombaar. Collegiaal en vol vriendschap.

In plaats van mooie praatjes over hoe goed hij was en hoe aardig.
Het was de laatste kans.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen