donderdag 28 januari 2010

Vissen

In de open ruimte tussen keuken en woonkamer staat een kom met twee logeervissen. Niet vrijwillig, maar mijn dochter in Maastricht heeft een vage kennis, die weer een vriendinnetje heeft, die tijdelijk in zijn huis woont, en dat vriendinnetje moet een week weg. Of wij in Dalfsen op de vissen kunnen passen. Logisch toch?
Je moet iets doen om de relatie met uitwonende kinderen goed te houden en dus hebben we twee vissen als logé. Ik weet niets van vissen. Eén keer per dag voeren, was de enige en lange versie van de handleiding bij dit avontuur. Ik besloot dat het als boerenzoon toch haalbaar moest zijn, twee vissen in leven houden.

Ik zie bij allerlei mensen vissen in kommen, maar geen enkele van die aquaria heeft troebel water. Onze vissen kan ik niet zien. Blijkbaar poepen ze de hele dag door. Eens per week zuigen we het water uit de kom, en doe ik er nieuw water bij. De vissen zijn ook blij elkaar even te zien. Als gekken zwemmen ze rondjes. Al snel is het weer donker binnen.

De schoonmaakster is geweest. Als ik de afwasmachine open doe, zie ik de vissenkom in de afwasmachine. Ergens in mijn hoofd gaan alarmbellen. In de gootsteen tref ik twee vissenlijken. Het is de kuisvrouw blijkbaar niet opgevallen dat ze vissen heeft weg gegooid. Haar opmerkingsgave is voor mij altijd al 'beyond imagination' geweest. Ik stel me het denkproces voor: "Albert heeft de bloemen wel erg veel water gegeven, ze staan helemaal onder. Ik gooi ze maar weg".

'S avonds krijgen mijn kinderen ruzie.
-"Het waren maar vissen".
-"De lijdensweg moet vreselijk zijn geweest"
-"Stel je niet aan"
-"Zal ik jou eens uitdrogen?"

Ik heb gefaald. Doe mij maar koeien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen