zaterdag 14 mei 2011

Top 14

Ik heb er nu ruim 200 op zitten. En plotseling ben ik eigenlijk klaar. De twijfel slaat toe. Als ik de verhalen langs kijk ben ik zelden tevreden. Wil ik ze allemaal veranderen. Aan de ene kant klopt het, gaat het over de goede dingen. Aan de andere kant is het plat, afgetrapt en armoeiïg.

Als ik twijfel ga ik zoeken. "Bijna alle middelmatige literatuur houdt zich bezig met het uitzonderlijke. Want de eenvoudige belevenissen die elke dag gebeuren zijn het moeilijkst weer te geven. Alleen grote schrijvers kunnen dit. De kleineren zijn op de grote gebeurtenissen aangewezen". Godfried Bomans

Anecdote aan anecdote rijgen. Tot je in de gaten krijgt dat er één patroon in zit. Of beter één gezamenlijke persoon. Een sneeuwbal, zoals Bergson het zegt. Je bent geen dag dezelfde. Neemt steeds de vorige dag mee. De vorige ervaring, ook al denk je achteruit. Hoe ben je geworden wat je bent. Autobiografisch perspectief. Willem Wilminks trein langs de achterkant. De toekomst ligt achter je.

Dat helpt.
Ik besluit een top 14 te maken. Van verhalen die ik zelf geslaagd vind. Een tussenstop.
Mc Drive
Vissen
Maaltijd met hond
Varkensvoer
Dood Gaan
Onderzoek
Dood zijn
Ont-moet-ing
Met de trein naar oom Geert
Onrechtvaardig
Beeldvorming
Roll over Beethoven
Kansarme kunstenaar
Dood

dinsdag 10 mei 2011

Kunstroute (2)

Ooit zag ik een tentoonstelling van de Finse schilder Axel Gallen Kallela in het Groninger museum. Ik kende hem niet, en hij zou wellicht uit mijn herinnering zijn gewist als er tijdens de tentoonstelling niet een prachtige film over zijn leven had gedraaid. Onderdeel van de film was het verhaal dat hij de verbeelder is van het Finse Epos Kalevala. Door het schilderen van taferelen uit dit heldendicht is hij de Finse schilder des Vaderlands, de Finse Vermeer?

Helpt het als je een kunstenaar ként, bij het beoordelen van zijn of haar werk? Marcel Proust is van mening dat je de kunstenaar moet kennen ààn z'n werk. Proust zelf wilde niet graag dat zijn bijzondere levensstijl de mensen zouden afleiden van zijn werk. Al is kennis van die levenstijl wel handig als je Proust leest (wat op zich al geen sinecure is).  Ik ben meestal erg geïnteresseerd in de biografie en het verhaal van de maker van wat ik zie.

Kennen en kennen is natuurlijk twee. Op de kunstroute kom je de kunstenaars tegen. Kun je ze spreken. Leuk. Inspirerend. Het verhaal fungeert als de film die ik mis.
Maar ik zie sommige ook zitten en dingen doen, die mij afleiden van hun werk. Ik zie hun onhebbelijkheden of hun niet bij het werk passende uitstraling. Mijn beleefde emotie komt niet overeen met de sjofele, arrogante of onaangename figuur die ik tref. Voor mij verdwijnt de Kunst uit de kunst.

Het kennen van de levensloop of opvattingen van de kunstenaar is handig en belangrijk bij het kijken naar en beleven van het werk. Of ik de kunstenaar bij z'n werk wil zièn, is nog weer wat anders. Nog erger is het  om de schepper in z'n tuin te zien zitten, terwijl hij de bezoekers vorst. Als ik het object van studie word.

De kunstroute brengt je bij de mensen thuis. Ik heb prachtig werk gezien. Tijdens de kunstroute mag de kunstenaar wat mij betreft buiten beeld blijven.

zaterdag 7 mei 2011

Kunstroute (1)

Dalfsen kent een kunstroute. Diverse plaatsen waar professionele en minder ambitieuze of pretentieuze 'kunstenaars' hun waar tonen, en ook aan de man brengen. In de vorm van beelden, schilderijen, sieraden of, alomtegenwoordig, in prentbriefkaarten.

Ik kan het niet laten steeds weer een rondje langs de durfals te maken, al zijn mijn verwachtingen diffuus. Want wat tref ik aan? Dalfsen kent 27313 inwoners. Ik kan vele en diverse kunstenaars bezoeken, laten we zeggen ongeveer 54,6. Zoiets. Verdeeld over 35 zgn. 'kunstpunten'! Dat betekent dat 0,2 % van alle Dalfsenaren zichzelf kunstenaar noemt. Dat wil zeggen: beeldend kunstenaar. En daar openlijk voor uit komt. Of mee kokketeert. Dan reken ik de mensen die zich niet durven te laten zien dus niet mee. Of de schrijvers en dichters die verstek laten gaan, tenminste daar is er geen één van terug te vinden in de brochure. Als we deze verhouding op Nederland toepassen, kent Nederland 16.678.515* 0,2% = 33.357 beeldend kunstenaars. Tel uit je winst. Wie koopt al die kunstwerken?

Wat de deelnemers maken stemt niet altijd vrolijk. Sommige mensen maken ronduit rotzooi. De meeste daarvan doen dat trouwens met verve en overgave. En willen mij graag van hun passie deelgenoot maken. Ik leer. Wie ben ik om het rotzooi te vinden? Immers: wat is nou kunst? Als iemand iets maakt, wat iemand anders niet kan maken? Of : als het er mooi verzorgd uit ziet? Als het technisch knap is? Als het origineel is? Duizenden boeken zijn tevergeefs daar over vol geschreven, over de kunstvraag.
 
En toch! Ook tijdens de kunstroute in Dalfsen is het er. Zomaar in een hoekje. Terwijl honderden mensen op een terras een ijsje eten, is er vlak naast Kunst te vinden. De meeste mensen merken het niet. Drinken een pils. Likken aan hun aardbeiensorbet.
 
Drie mensen hebben elkaar gevonden. Twee ervan hebben een 'BDE' gehad, een 'bijna dood ervaring'. Gedrieën hebben ze een vorm gevonden om die ervaring te delen met anderen. In de ruimte met hun werken is naast hun producten een voorpremiere te zien van de film 'Eindeloos bewustzijn', naar het boek van Pim van Lommel.
In de film een aangrijpend verhaal van een meisje dat op 16 jarige leeftijd een BDE had, en al 20 jaar bezig is deze een plaats en vorm te geven. Tegen de stroom van haar familie in.
Om mij heen twee dames, die hetzelfde doen, de één misschien handiger en technisch kundiger dan de ander, maar beide volkomen authentiek.  
De vorm van één van beide spreekt mij mateloos aan: cross-mediaal. Geïntegreerd als een schilderij met muziek en video.
 
De voorpremiere, de crossmediale werkvorm en de gematerialiseerde emoties van betrokkenen, doen de tranen over mijn wangen stromen. Ik weet het weer: Dit is kunst! Je hoeft geen BDE te hebben gehad om kunst te maken. Als de emotie in het werk te vinden is. Als de persoon in de verf of de video of de muziek zit. Als ik de woorden niet kan vinden om het te beschrijven. Dan zwijg ik.
 
Geef ik graag de Kunst de ruimte.

zaterdag 30 april 2011

Kaal

Tijdens mijn studie psychologie was één van de verplichte vakken 'Genetica'. Erfelijkheidsleer.  Eens per week werden wij daarin onderwezen door Professor Anders, een Zwitser met een onvoorstelbaar didactisch talent. Zijn dageljks werk bestond uit het doen van hoogwaardig onderzoek naar de invulling van de erfeljike eigenschappen op de genen. Vanuit zijn, in onze ogen, onmetelijke wijsheid daalde hij af naar de Boteringestraat, om ons de wetten van Mendel uit te leggen. Die veel te moeilijk waren voor de meeste psychologiestudenten.

Gelukkig had ik destijds een vriendinnetje dat biologie studeerde. Ze deed proefjes met fruitvliegjes. De 'Drosophila melanogaster', zoals zij niet naliet mij dagelijks te vertellen. Haar studie bestond uit het tellen van dergeljke vliegjes en het vaststellen van de erfelijke kenmerken. Met name oogkleur.
Ik weet er niet veel meer van:  XX en XY chromozomen bij mannen en vrouwen,  dominant en recessief, kruislingse overerving. Het zijn termen die zijn blijven hangen, zonder veel betekenis. Rood haar en kleurenblindheid, daar waren bijzondere dingen mee. Al mijn genetica-herinneringen in drie blogregels. Nooit doe je iets met dergelijk kennis, opgeslagen op de hooizolder van het weten.

Tot vandaag. Omdat ik naar de kapper moest (het groeit ook in werktijd), was ik veroordeeld tot een praatje met de kapster. Een ware uitdaging voor mij, iedere keer weer. Je kunt weliswaar vragen naar een bepaalde kapster bij het maken van de afspraak, maar ik ben elke volgende keer vergeten door wie ik ben geknipt. En ook of die beviel trouwens. Ik herken de kapsters ook niet bij terugkeer. Of op straat. Meerdere malen heb ik al als gespreksopening gevraagd:
- "Ben je nieuw hier?"
Maar steeds blijkt dat de betreffende kapster er al jaren werkt. Een pijnlijk element in het vaststellen van mijn sociale vaardigheden in terloopse contacten.

Ook dit keer heb ik een onbekend gezicht achter me. Al snel weet ik dat ze getrouwd is, 28 jaar (net als haar man) en dat ze van Marco Borsato houdt. Zonder één vraag te stellen.
Ergens tijdens het gesprek krijgen we het over haar. Mijn haar wel te verstaan. Zij constateert dat ik nog niet kaal word. Ik vertel dat mijn vader al op zijn 23-ste kaal was. Dat ik heb gehoord deze week, dat dat niets te maken heeft met mijn wel- of niet kaal zijn, omdat kaalheid niet in de mannelijke lijn over erft. Als je je kans op kaalheid wilt inschatten, moet je kijken naar opa van moeders kant. Zij blijkt dat ook te weten, of eens eerder te hebben gehoord! We hebben een band!

We vullen de rest van de tijd met het bedenken van een gesprek zoals zij dat de komende weken met kale mannen kan hebben.
Klant: Mijn vader was al vroeg kaal.
Kapster: Dat doet er niets toe.
Klant: Hoezo niet?
Kapster: Kaalheid komt via uw moeder.
Klant: Die was helemaal niet kaal!

Ook bedenken we een onderzoek. Ze kan de vrouwenoverervingshypothese testen, en turven. Ze kan publiceren in het tijdschrift voor kapsters. Al blijkt dat tijdschrift niet te gaan over dit soort kwesties, volgens haar (de kapster) tenminste.

Ik heb niet verteld, dat kaalheid dezelfde lijn volgt als homosexualiteit. Misschien wel op hetzelfde gen. Professor Anders zou dat weten. Maar die is er niet meer.

Ik ben keurig geknipt. Bij het weggaan zie ik op mijn vaste klantenkaart dat het 17 weken geleden is dat ik voor het laatst was geweest. Hoe vast kan een klant zijn. Haar naam weet ik niet. Volgende keer zal ze weer als nieuw zijn.

dinsdag 26 april 2011

Staphorst

Ik kom bijna iedere dag langs Staphorst. En als ik tussen 16.00 en 18.00 uur huiswaarts keer, moet ik zelfs dóór Staphorst, omdat mijn gemeentebestuur om ondoorgrondelijke redenen de voor mij kortste weg naar huis heeft afgesloten. De CDA en Christenunie stemmende boeren hebben tijdens het melken last van sluipverkeer. In hun stal. Ik moet dus een omweg maken, die dwars door Staphorst leidt.

Staphorst ademt godsdienstonderdrukking, erger dan een islamitisch hoofddoekje. Mijn gedachten zitten me in de weg en ik kan niet onbevooroordeeld door Staphorst rijden. Ik krijg een onbedwingbare aandrang om luidkeels te vloeken, ook al doe ik dat normaal nooit! 
Zodra ik de afslag neem, word ik opgehouden door een struise blondine, die in klederdracht een stevige damesfiets voort jaagt. Het is jammer dat ze niet aan sport mogen doen in Staphorst, want de gehanteerde versnelling doet vermoeden dat Marianne Vos (van vergelijkbaar Zeeuws bijbelhout gesneden) stevige concurrentie zou kunnen verwachten.

Als ik het dorp in rijd, kom ik kinderen tegen met rokken tot over de knieën. Ik heb meteen met ze te doen. De rokken zijn vast hinderlijk bij het spelen.
"Doe toch lekker een lange broek aan", wil ik uit het raam roepen, maar ik doe het niet.

Als ik een vader met 3 kinderen laat oversteken, kan ik de neiging om "God bestaat niet, wisten jullie dat?", te roepen, maar net onderdrukken, en als ik een meisje tegen kom met een kort rokje en een legging, denk ik meteen: "Mag dat van God?"
De plaatselijke textielhandel adverteert met "50% korting op iedere tweede BH". Het ziet er in Staphorst uit als pure pornografie. Ik vraag me af of de langs fietsende kinderen weten waarvoor een BH wordt gebruikt, en of daarover zomaar iets op een schoolbord langs de weg mag staan.

Nog net kan ik twee in klederdracht gestoken dames ontwijken, die bij het oversteken hun vertrouwen op God in plaats van hun ogen hebben gevestigd. En ze hebben weer gelijk, want ik raak ze niet.
Langs de weg staan violen te koop.
Jan Siebelink knipoogt naar mij.

zaterdag 23 april 2011

Pasen

Het is pasen. Het meest dogmatische Christelijke feest dat er bestaat. Jezus, die is gestorven voor onze zonden. Brrrr.Oorspronkelijk zat het zo (Wikipedia):  Op de Grote Verzoendag moest de hogepriester een ram als brandoffer en twee geitenbokken nemen. De ram was ter heiliging van de priester zelf. De ene bok is bestemd als offer voor God. Op de kop van het andere dier legt de priester zijn handen en belaadt het zo met de zonden van het volk. Daarna wordt de zondebok losgelaten en de woestijn in gestuurd. Onschuldig vermaak. Symbolische ethiek, al was de Joodse parij voor de dieren er waarschijnlijk maar half (of voor eenderde) tevreden mee.  Eén van de Joden heeft dit verhaal ook als geloofsvariant neergeschreven.

Jezus heeft misschien echt bestaan. Tenminste dat zou goed kunnen. Het boek van Paul Verhoeven over Jezus van Nazareth is zowel lezenswaardig als aannemenlijk. Jezus trok door Palestina als prediker. En was een luis in de pels van de Romeinen. Maar de hele rechtzaak tegen Jezus is erg onwaarschijnlijk. Maarten 't Hart heeft onderzoek gedaan naar de Romeinse wetten en overtuigend aangetoond dat de in de Bijbel beschreven rechtsgang wel erg ongeloofwaardig is. Zo deden de Romeinen dat absoluut niet! Ondenkbaar! Ook Professor Kuitert komt in zijn boek over Jezus tot soortgelijke conclusies. En Paul Verhoeven.

Jezus geloofde zelf in God. Jezus is waarschijnlijk wel gekruisigd. En hij was bang, doodsbang. Hij wilde vluchten. Maar werd toch gevangen genomen. Verraden, maar niet met een Judaskus.

Als kind ging ik elke zondag naar de kerk. Meestal twee keer, 's morgens en 's middags. Vaak wilde ik niet, maar met pasen wel. Want de psalmen en gezangen met pasen waren fantastisch!  Mijn vader wist wat we 's middags gingen zingen, want die speelde op het orgel. En ik wou mee!
O hoofd vol bloed en wonden!
Wat een melodie, wat een gedragen gezang. Wat een feest! Ik zong tot ik niet meer kon. Ik hoopte op veel coupletten. Mijn vader zette alle registers open.

Pasen bewijst dat God niet bestaat. Mensen hebben prachtige muziek gemaakt. Als God bestond zou hij dat toegeven. En z'n waardering laten blijken. Mensen huilen bij het lijdensverhaal en de lijdensmuziek. Voor Jezus. Voor Maria, de moeder die haar zoon, geboren uit een verkrachting, nu door geweld weer verliest. Mensen vergeten al zingend de tijd en beleven hun zijn in die muziek.

Jezus geloofde in God. Hij heeft de muziek nooit gehoord Jammer genoeg. Hij zou trots zijn op de mensen.
Ik was de eerste die mijn gebed van DC Lewis kocht en begreep. Ik heb een hekel aan God. Maar de paasmuziek is onovertroffen.

donderdag 7 april 2011

Koekoek

Op ongeveer 2 kilometer van ons huis ligt een stukje weiland. Tussen de bossen van Terwispel en Beetsterzwaag. Mijn vader (heit) mag het gratis gebruiken om hooi van te maken. Iedere baal voer is meegenomen, voor de zes koeien die wij hebben. De kwaliteit van het gras is zo slecht, dat je beter van stro kunt spreken. En de voedingswaarde is klein. De melkproductie waarschijnlijk laag. De inkomsten krap. Maar we hebben zelf bijna geen hooiland. En de eigenaar is blij dat hij iemand heeft die dit wil maaien.

We gaan op de fiets. Mijn broer achterop, ik op mijn doortrapfiets. Het lijkt ver. Mijn vader heeft de zeis aan de stang gebonden. Als we er zijn, begint hij met het slijpen van de zeis. Hij heeft een stok met aan beide kanten een ruwe substantie, waarmee hij ritmisch beide kanten van de zeis bestrijkt. Voor-achter, Voor-achter, Voor-achter. Eindeloos. Achteloos. Nooit gaat het fout. Ik wil dat ook leren, maar het is moeilijk.

Dan begint hij te maaien. Wij mogen in het bos spelen. Samen gaan we een bospad op, hand in hand. Het is spannend. Het is avontuur. Het is warm. Het is de wijde wereld. Het is de boze wereld. Iemand roept plotseling zo hard, dat we stijf staan van de schrik. Nog een keer: Koekoek, Koekoek. Keihard. Zonder waarschuwing.

Struikelend over onze beentjes rennen we terug, naar de veilige beschutting van de ouderlijke macht. Bij de broekspijp, naast de zeis.
- Dat is alleen maar een Koekoek, die doet niets.
We zijn in paniek.
- Wat is dat, een Koekoek?
- Dat is een heel klein vogeltje.
- Hij schreeuwt wel heel hard.
- Toch is hij klein.
- Wij zijn bang.
- Hij is banger voor jullie, dan jullie voor hem.

We zijn niet overtuigd. We blijven uit de buurt van het bos. Als het etenstijd is, en heit de boterhammen uit de fietstas haalt, zitten we samen in het gras.
- Ik zal jullie een eindje brengen.
Maar we gaan niet. Nooit. Een Koekoek, daar hebben wij niets mee.

Als we drie dagen later boven op de hooiwagen zitten, horen we hem weer. Boven de paardenhoeven en het kraken van de houten wielen uit. We duiken in het harde gras. Onder de bindstok. Dan kan de Koekoek ons niet zien.

Iemand die zo hard schreeuwt kan nooit ongevaarlijk zijn.